Bas­ti­on VI, Blau­we Toren (1999, 2000)

Onder­zoek

Bastion V met daarop de geplande damwand en de resten van de Blauwe Toren

Bas­ti­ons V en VI met de geplan­de dam­wand (geel) en de proef­sleuf (oran­je vlag­je)

De reno­va­tie van de ves­ting in 1999 bood de gele­gen­heid om te zoe­ken naar res­ten van het kas­te­len­com­plex. Naast de Duvel­tjes­gracht werd door het hoog­heem­raad­schap een dam­wand gepland ter ver­ster­king van de oude ves­ting­muur. Om te voor­ko­men dat de sta­len wand de oude fun­de­rin­gen van de burcht zou door­snij­den, wer­den langs de gehe­le muur borin­gen en son­de­rin­gen uit­ge­voerd.

Proef­sleuf
Aan­vul­lend werd ook een proef­sleuf gegra­ven. Hier­bij werd een 1,8 meter bre­de fun­de­ring, moge­lijk van een poer of steun­beer, bloot­ge­legd en een 40 cen­ti­me­ter lan­ge fun­de­ring van een muur. Deze muur liep van het noord­oos­ten naar het zuid­wes­ten en was onge­veer een meter dik en drie meter breed. Ten oos­ten van de muur bevond zich een vloer van rode bak­ste­nen (for­maat 25x12x5 cm) die haaks op elkaar waren gelegd. Wegens drei­gend instor­tings­ge­vaar van de pro­fiel­wand was ver­der onder­zoek te gevaar­lijk. De werk­put was boven­dien te klein om vast te stel­len hoe de bloot­ge­leg­de muren zich ver­hou­den tot het tota­le com­plex.

Tijdens archeologisch onderzoek aantroffen funderingen Blauwe Toren Gorinchem

De aan­ge­trof­fen muur­res­ten

Voor­al in de eer­ste onder­zoch­te lagen wer­den gro­te hoe­veel­he­den aar­de­werk uit de 17de eeuw en later gevon­den. In de die­pe­re lagen wer­den enke­le scher­ven uit de 13de en 14de eeuw aan­ge­trof­fen.

Raad­sel­ach­ti­ge begraaf­plaats
Tij­dens het gra­ven viel onver­wacht een men­se­lij­ke sche­del uit het wand­pro­fiel. Het betrof een sche­del van een vol­was­sen man­ne­lijk indi­vi­du. De proef­sleuf bleek vlak langs een inhu­ma­tie te lopen. De rest van het ske­let leek vol­le­dig aan­we­zig maar is wegens het drei­gend instor­tings­ge­vaar niet ver­der uit­ge­gra­ven.  Op basis van het nabij gele­gen scher­ven­ma­te­ri­aal dateer­de de begra­ving van in of vlak na de twee­de helft van de 18de eeuw. Moge­lijk een slacht­of­fer van het beleg van Gorin­chem (1813–1814). De sche­del is met het dich­ten van de proef­sleuf her­be­gra­ven. Ook een jaar later wer­den tij­dens werk­zaam­he­den meer­de­re begra­vin­gen aan­ge­trof­fen in de direc­te omge­ving van het Tol­huis.

Muurresten Blauwe Toren in 2000.

Muur­res­ten Blau­we Toren nog aan­we­zig in de hoek van Bas­ti­on V (2000)

Het is bekend dat enke­le bas­ti­ons als kerk­hof in gebruik waren. Bas­ti­on IV werd in 1813 zelfs het ‘Kerk­hof­bol­werk’ genoemd. Omstreeks 1800 was er spra­ke van een Engel­se mili­tai­re begraaf­plaats op de stads­wal en bestond er een Hol­lands-Engel­se mili­tai­re begraaf­plaats bij de Krin­kel­win­kel. Over­le­de­nen van het mili­tair hos­pi­taal wer­den van­af 1807 in ‘het Ter­re­plein van het Klein-Bol­werk’ (Bas­ti­on X) begra­ven.1

Ook de Jood­se gemeen­schap begroef haar doden tus­sen 1799 en 1804 op de ves­ting.2  Omdat de exac­te plaats van dit kerk­hof niet bekend is werd direct con­tact opge­no­men met de con­su­lent Jood­se begraaf­plaat­sen van de NIK.  Deze sloot ech­ter uit dat het hier om een Jood­se begra­ving zou gaan.

We weten dus nog steeds niets over de begraaf­plaats. Bij elke toe­kom­sti­ge grond­ver­sto­ring op de bas­ti­ons is arche­o­lo­gi­sche bege­lei­ding mede ook daar­om nood­za­ke­lijk. Wel­licht is met behulp van bio-arche­o­lo­gisch onder­zoek meer te weten te komen over de her­komst van de men­sen die hier hun laat­ste rust­plaats von­den. Rond 2000 waren de onder­zoeks­mo­ge­lijk­he­den nog beperkt.

His­to­rie

Gezicht op Gorinchem met Blauwe Toren door Willem Schellinks (1637 - 1678), Rijksmuseum Amsterdam

Gezicht op Gorin­chem, Wil­lem Schel­links (1637–1678), col­lec­tie Rijks­mu­se­um Amster­dam

In 1412 kwam er na elf jaar strijd een ein­de aan de Arkel­se Oor­lo­gen. De vre­de tus­sen Hol­land en Gel­re werd op 26 juli 1412 in Wijk bij Duur­ste­de gete­kend. Nog geen maand later werd Wil­lem VI  bin­nen Gorin­chem als lands­heer gehul­digd. Kort daar­na liet hij de Arkel­se burcht in het Wijd­schild, ten oos­ten van Gorin­chem, afbre­ken en begon met de bouw van een nieuw kas­teel aan de Mer­we­de, ten zui­den van de stad.

Slot van de gra­ven van Hol­land
Er is over dit kas­teel wei­nig bekend. Het werd gebouwd aan de rivier als onder­deel van de mid­del­eeuw­se stads­ver­ster­king en moest zowel bestand zijn tegen bele­ge­rin­gen van­af de rivier­zij­de als tegen moge­lij­ke aan­val­len van­uit de stad zelf. Voor de bouw moesten onder ande­re de Wol­fe­ren­se poort en een nabij­ge­le­gen koren­mo­len, aan het zui­de­lij­ke uit­ein­de van de Molen­straat wij­ken. 3 In 1440 betaal­de Phi­lips de Goe­de aan de kerk van Gorin­chem 17 Wil­hel­mus­schil­den en 5 Vlaam­se gro­ten omdat hij en zijn voor­gan­gers, Wil­lem VI en Jaco­ba van Bei­e­ren, hui­zen en hof­ste­den had­den gecon­fis­ceerd. De opper­vlak­te van het com­plex besloeg ver­moe­de­lijk een belang­rijk deel van het ter­rein dat later als voor­burcht van de Blau­we Toren dien­de.

Jacoba van Beieren en Willem van Arkel in 1417, schoolplaat door J.H. Isings (1906).

Jaco­ba van Bei­e­ren en Wil­lem van Arkel in 1417, school­plaat door J.H. Isings (1906).

Waar­schijn­lijk was het slot enke­le maan­den na het beleg van Gorin­chem door Wil­lem van Arkel, in het najaar van 1417, nog niet bewoon­baar. In een oor­kon­de van 7 maart 1418 droeg Jaco­ba van Bei­e­ren het kas­te­lein­schap van haar huis en slot in Gorin­chem “De Goe­de Poort” genoemd, op aan Dirk van Heu­ke­lum, die het met 40 gewa­pen­de man­nen moest bewa­ken. De poort stond aan de noord­zij­de van de Kor­ten­dijk. Ver­moe­de­lijk was dit zelf­de gebouw ook bekend als de “God­den­poort”. 4  Vol­gens Kemp werd deze poort voor het eerst ver­meld in 1326. 5

Karel de Stou­te
Bij­na vijf­tig jaar later (1461) begon Karel de Stou­te, dan nog Karel van Cha­rol­ais, met de bouw van een ‘nieuw’ kas­teel, bedoeld als bol­werk tegen zijn vader Phi­lips de Goe­de met wie hij op dat moment in een machts­strijd ver­wik­keld was. Ook wil­de hij een brug over de Mer­we­de laten leg­gen. De brug werd niet gebouwd, zijn kas­teel slechts gedeel­te­lijk. Vader en zoon leg­den hun geschil­len bij in 1465. Een mar­kant onder­deel dat wel gereed kwam, was een gro­te, met arduin (een blau­we hard­steen) bekle­de, toren op de zuid­oost­hoek, die de Blau­we Toren werd genoemd. Stam­kot 6 ver­on­der­stelt, dit moge­lijk geba­seerd op Van Goch 7, dat Karel de Stou­te een nieuw kas­teel liet bou­wen.

Detail van studie plattegrond Gorinchem met Blauwe Toren, anoniem, 16de eeuw, Regionaal Archief Gorinchem

Detail­stu­die voor een stads­plat­te­grond, ano­niem (1524–1578), col­lec­tie Regi­o­naal Archief Gorin­chem

Veel aan­ne­me­lij­ker lijkt ech­ter dat hij het dan nog geen vijf­tig jaar oude com­plex niet afbrak, maar naar zijn wen­sen liet aan­pas­sen en uit­brei­den naar de rivier­zij­de. Abra­ham Kemp 8 gaf in zijn kro­niek een uit­ge­brei­de, met super­la­tie­ven door­spek­te, beschrij­ving van het Bour­gon­di­sche slot:

Graaf Kaarl van Char­loys, Heer van Arkel, eenigh wet­tigh Soon van den groot mach­ti­gen Her­tog Phi­lips van Bour­goen­jen en van de Neder­lan­den, toonen­de dat hy Gorin­chem en Arkel meer bemin­de dan syn ander Heer­lijky­en van Betuy­nen, Cas­tre­be­lin, Put­ten, Stry­en, en Goy­land, doet in dit jaar 1461 op S. Lam­berts-avond, begin­nen de grond­ves­ten van twee groote gewel­di­ge Torens aan ‘t Kas­teel tot Gorin­chem, met een lan­ge Zaal ont­rent de Mer­we, (by mij­nen tijd nog genoemt den blau­wen Toorn) wel­ks gelijk van groot­te, dik­te en ron­dig­heyd van Toor­nen, in geheel Duyts­land, en Vrank­rijk niet en was”....

Blauwe Toren links op Gezicht op Gorinchem vanuit het oosten (anoniem, 1568), Gorcums Museum

Gezicht op Gorin­chem van­uit het oos­ten, ano­niem (1568), col­lec­tie Gor­cums Muse­um, inv.nr. 2347

Kemp spreekt over een uit­brei­ding van wat hij noem­de ‘t Kas­teel tot Gorin­chem’. Ook Van der Aa 9 beves­tigt dit. Archief­ge­ge­vens over een even­tu­e­le afbraak zijn ook niet bekend.

.... “Op dat men niet en meen dit met onwaar­heyd gestelt te zijn. ‘t uyt­stek boven Duyts en Wals, soo weet, dat men den eer­sten Too­ren dik­was van muy­ren 36. voe­ten, en bleef boven dik 29. voe­ten, uyter­ma­ten kon­stigh gewrocht, met ster­ke gevan­ge­nis­sen, schoon-gewulf­de Kel­ders, heer­lij­ke yse­re trael­jen, door wel­ke, als door ande­re spie­ga­ten ‘t licht geschept wierd, heb­ben­de bin­nen eenen schoo­nen Born-put die ‘t hel­der stroom-water uyt de Mer­wen ont­fing. Den 2. Toorn was even dik, maar niet soo hoogh opge­haalt. Den 3. Toorn bleef onvol­maakt, alles van blau­wen steen, uyt het inge­wand van de Luyk­se ber­gen gebraakt. Boven op den eer­sten Too­ren wier­den daar na gemaakt van grau­wen Arduyn, veel schoo­ne kameren, met veel sol­ders, met blau­we daken en veel heer­lij­ke lich­ten, en ven­ste­ren, boven, bin­nen muyrs een vier­kan­te plaatz, en veel woon­in­gen. Ook eenen hoog­e­ren uyt­ste­ken­den Too­ren, met bree­de steenen weyn­del-trap­pen, boven eenen Trans, of Omgangh om den vier­kan­ten Toorn, met een trap, en bin­nen een Koren-molen, om met peer­den te malen, buy­ten het blauw­werk was eenen schoo­ne Cin­gel, om den groo­ten Too­ren daar men rond­om uyt­sien kon, te water en te land, met een afloop­end dak, heer­lijk t’aanschouwen, rond­om met een wyde gracht, en t’ ander­lingh, om een sluys daar heen, na bin­nen te ley­den, (mij­nen Schr­jver seyd, dit alles gesien en betre­den te heb­ben.) In ‘t bovenst’ van de Burght na de Mer­wen-zy, stond eenen groo­ten vier­kan­ten Too­ren, genaamt Bar­ba­rien, na ‘t Oos­ten Her­togh Kaarls Toorn­t­jen, met lus­tigh uyt­sien over ‘t water, voort eenen Too­ren, Bour­goen­jen genaamt, diep aan den stroom uyt­ste­ken­de, met hooge muy­ren. Aan de poort, daar by onsen tijd den Wolfs-kuyl aan den fluyt-boom van de haven was, stond Heer Her­tog Phi­lips van Raves­teijns Toornt­gien. In ‘t boven­ste voor-hof, was een Cin­gel-muyr met hooge steenen bogen, daar in een poort was, en Toorn, met een Val­brug’ na ‘t neder­ste hof en een gracht daar om, met eenen ron­den Toorn op den hoek na de Stad toe, (onder was de pijn­bank) boven plat, over­welft met een Kerk daar­in, ‘t neder­ste Hof had schoo­ne hoven, een groo­ten Lin­de-boom, met een set­ing, over-muyrt groote lan­ge stal­len, een poort en gracht ter Stadt­waard, en Almey­en daar voor...”

Banket aan het Bourgondische hof, Livre de Conquestes et faits d'Alexandere f.86v., anoniem (voor 1467), coll. Petit Palais, Parijs

Ban­ket aan het Bour­gon­di­sche hof,
Livre de Con­ques­tes et faits d’Alexandere f.86v., ano­niem (voor 1467), col­lec­tie Petit Palais, Parijs

Bouw­mees­ter
Het bouw­werk bestond met name uit een zeer gro­te don­jon met uit­zon­der­lijk dik­ke muren, aan de bui­ten­zij­de bekleed met vocht­we­ren­de blau­we hard­steen. Aan­ge­zien het aan de rivier lag moet het fun­de­ren ervan een enor­me onder­ne­ming zijn geweest. Het vorm­de een hoog­te­punt van mid­del­eeuw­se for­ti­fi­ca­tie­kunst en fun­de­rings­tech­niek en was qua archi­tec­tuur een vreem­de eend in de Neder­land­se bijt. 10

Fastré Hol­let werd in 1472 genoemd als leve­ran­cier van kalk voor Slot Loe­ve­s­tein. Hij was vol­gens de reke­nin­gen belast met de bouw van ‘het Slot van Gorin­chem’ .11 Hol­let werd ech­ter voor­al bekend als klerk van Filips de Goe­de door zijn boek­hou­ding van de uit­ga­ven voor het exor­bi­tan­te huwe­lijks­feest van Karel de Stou­te en Mar­ga­re­tha van York in Brug­ge (1468).12 Van 1477 tot en met 1482 werd Hol­let ver­meld (o.a. Kemp) als dros­saard van Gorin­chem en het Land van Arkel en woon­de hij van­uit deze func­tie ook op het slot. Het lijkt er dus op dat Hol­let een nog­al bij­zon­de­re car­ri­è­re moet heb­ben gemaakt: van klerk tot bouw­mees­ter en dan ook nog dros­saard. Meer voor de hand ligt dat Hol­let namens het Bour­gon­di­sche hof de bouw voor­al als ‘con­trol­ler’ aan­stuur­de en dat de eigen­lij­ke bouw­mees­ters tot op heden ano­niem ble­ven.

Ver­bou­wing 1524
In opdracht van stad­hou­der Antoon I van Lalaing werd in 1524 gestart met de bouw van het zo karak­te­ris­tie­ke dak met de trap­ge­vels. Bouw­mees­ter was Rom­bout II Kel­der­mans, per­soon­lijk archi­tect van Karel V. Het bouw­con­tract werd op 1 sep­tem­ber 1523 gete­kend door de tim­mer­lie­den Jacob Snouc uit Gorin­chem en Joos Jans­so­ne de Key­ser uit Den Haag. Als steen­le­ve­ran­ciers wer­den genoemd: Michiel Ysel­wijns en Antho­nis de Vlees­hou­we­re. 13

Reconstructie ligging Blauwe Toren te Gorinchem

Pro­jec­tie Blau­we Toren door Arie Saak­es

Omvang
Het kas­teel tel­de oor­spron­ke­lijk twee bouw­la­gen: een bega­ne grond met daar­in onder meer een ‘rid­der­zaal’  boven over­welf­de kel­ders, waar­in de gevan­ge­nis­sen waren opge­no­men. Vol­gens de 17de eeuw­se gege­vens 14 had het kas­teel muren van 36 voet dik (cir­ca 11,3 m), in dik­te naar boven afne­mend tot 29 voet (cir­ca 9,1 m). Uit de recon­struc­tie van de in 1524 boven op de toren gebouw­de huis­jes blijkt dat met deze maat de dik­te van de ring is bedoeld. 15 De muren zelf zul­len veel dun­ner zijn geweest. De tota­le door­sne­de van het kas­teel bedroeg onder­aan cir­ca 46 m, naar boven afne­mend tot cir­ca 42 m. Het lijkt er op dat de afme­tin­gen van de Blau­we Toren een soort ide­a­le maat ver­te­gen­woor­dig­den. Ook de bekend­ste 14de eeuw­se Euro­pe­se vor­ste­lij­ke ron­de kas­te­len zoals het uit de eer­ste helft van de 14de eeuw date­ren­de Cas­til­lo de Bel­l­ver (door­sne­de cir­ca 45 m) in Pal­ma de Mal­lor­ca en het tus­sen 1361 en 1377 (door koning Edward III) gebouw­de Queen­borough Cast­le (door­sne­de cir­ca 44 m) in Kent had­den vrij­wel dezelf­de afme­tin­gen. 16

Blauwe Toren te Gorinchem door Jacob van der Ulft (1644-1683) collecte Rijksmuseum Amsterdam

Blau­we Toren, Jacob van der Ulft (1644–1683), Rijks­mu­se­um Amster­dam

Jacob van der Ulft
Van de Blau­we Toren bestaan vrij­wel geen con­tem­po­rai­ne afbeel­din­gen. Kort na de publi­ca­tie van Kemp in 1656, ver­scheen van de hand van Jacob van der Ulft een ets van het kas­teel­com­plex. Behal­ve op de beschrij­ving van Kemp, baseer­de Van der Ulft zijn voor­stel­ling ver­moe­de­lijk op de gra­vu­re uit Civi­tas orbis ter­ra­rum (ca. 1580) door Georg Braun en Frans Hogen­berg waar­op, in een sterk ver­te­kend stads­ge­zicht, een vier­kan­te (!) Blau­we Toren te zien is. Dit ele­ment vin­den we in zijn gra­vu­re terug als de toren “Brou­wery”. De Gor­cum­se Ita­li­a­ni­sant plaatste het kas­teel geï­so­leerd in een open land­schap waar­door het bouw­werk los van de ves­ting en de rest van de stad leek. Van der Ulft cre­ëer­de als kun­ste­naar zijn eigen ultie­me fan­ta­sie­beeld van de Blau­we Toren. Zijn werk werd door late­re kun­ste­naars tot in de 19de eeuw geko­pi­eerd.

Gorin­chem van­uit het zui­den, G. Braun & F. Hogen­berg (ca 1580),  TU Delft

Jacob van Deven­ter
De kaart van Jacob van Deven­ter in zijn ste­den­at­las uit ca. 1558 geeft een rea­lis­ti­scher beeld van het com­plex. Ondanks dat hij de belang­rijk­ste gebou­wen op zijn kaar­ten enigs­zins abstra­heer­de weten we, mede op basis van zijn ande­re ste­den­kaar­ten, dat zijn werk zeer betrouw­baar en maat­vast is. Opval­lend is dat zijn weer­ga­ve van het kas­teel­com­plex ook vol­le­dig strookt met de beschrij­ving van Kemp. Zowel Kemp als Van der Ulft, maar ook Van Goch, ken­den de kaar­ten van Van Deven­ter niet. Jacob van Deven­ter werk­te in opdracht van Phi­lips II. Zijn ste­den­at­las werd pas aan het eind van de 19de eeuw in Neder­land bekend omdat zijn werk enke­le eeu­wen onop­ge­merkt in het Esco­ri­al lag.

Detail stadsplattegrond Gorinchem, met links onder de Blauwe Toren, Jacob van Deventer (1558) met linksonder de Blauwe Toren, Nationaal Archief , invnr. 1.4-5

Detail stads­plat­te­grond, Jacob van Deven­ter (1558), Hing­man Col­lec­tie, Nati­o­naal Archief

Afbraak
In ver­band met de aan­leg van een nieu­we ves­ting, werd in 1578 gestart met de ont­man­te­ling van het kas­teel. Het vorm­de een zwak­ke scha­kel in de ver­de­di­ging van de stad en pas­te daar­om niet in de plan­nen van de ves­ting­ont­wer­per Adri­aan Antho­nisz. De vrij­ge­ko­men ste­nen wer­den gebruikt voor de nieu­we ves­ting. Kemp schreef hier­over :

Dit hoog-beroemt Kas­teel, dese voor­tref­fe­lij­ke Toor­ens, Poor­ten, Muy­ren, Cin­ge­len, en ander heer­lij­ke gebou­wen zijn begin­nen af te bre­ken ‘t jaar 1578 en ten les­ten tot den grond toe ver­nielt ‘t jaar 1600 heb­ben­de in ‘t vol­ko­men gestaan hon­dert en seven­tien jaar, van 1461 tot 1578 en voort stuk­wijs tot 1600. Sulks dat ik daar noch ver­schey­den Gebou­wen wel een mans lengh­de hoogh, boven de Aar­den, af ghe­sien heb.”

Een teke­ning van de op te rich­ten nood­ver­ster­kin­gen, die tij­dens de aan­leg van de nieu­we ves­ting de stad tegen tus­sen­tijd­se aan­val­len moesten bescher­men, door schout Jacob Kemp (1592), geeft de exac­te lig­ging van de res­ten van de hoofd­to­rens weer. In het Nati­o­naal Archief bevindt zich ook een teke­ning door Gor­sen die een soort­ge­lijk beeld ople­vert. We zien hier ook de toren die in 2016 tij­dens arche­o­lo­gisch onder­zoek werd terug­ge­von­den.

Detail kaart Symon en Cornelis Jansz uit 1592, Hingman Collectie Nationaal Archief waarop resten Blauwe Toren en de oude omwalling nog aanwezig zij

Detail kaart Symon en Cor­ne­lis Jansz uit 1592, Hing­man Col­lec­tie Nati­o­naal Archief

Legen­de
Van der Aa  meld­de dat pas in 1831 de laat­ste brok­ken van de fun­de­rin­gen uit het zicht ver­dwe­nen. 17 Deze over­blijf­se­len spra­ken onge­twij­feld tot de ver­beel­ding van de inwo­ners van de stad, en vorm­den de aan­lei­ding tot het ont­staan van een legen­de.  Iede­re Gor­kum­mer kent wel het ver­haal over de slech­te slot­vrou­we die in tijd van hon­gers­nood de onheb­be­lij­ke gewoon­te had feest te vie­ren en voor de ogen van de hon­ger­lij­den­de bevol­king haar bin­nen­plein met melk schrob­de. Tot­dat God hier genoeg van kreeg en haar als straf met kas­teel en al in de Dui­vels­gracht (ook wel ‘Duvel­tjes­gracht’) liet ver­dwij­nen.18

Fun­de­rin­gen Krab­steeg 1983
In  1983 kwam in een bouw­put ten zui­den van de Krab­steeg, tegen­woor­dig Schut­ters­gracht, een zeer zwa­re ca 9.30 m dik­ke onge­veer oost-west ver­lo­pen­de muur tevoor­schijn. De muur was gemet­seld met ste­nen van ca 25 x 5 x 12 cm, deze muur was nog tot een hoog­te van ca. 3,50 m bewaard en rust­te op een fun­de­ring van hout. Even­wij­dig aan deze muur had op 2,5 m ten noor­den daar­van een twee­de ca 2,5 m dik­ke muur gelo­pen die onder­tus­sen door de aan­ne­mer was gesloopt, maar nog in het pro­fiel van de bouw­put kon wor­den waar­ge­no­men.19 Nabij de fun­de­rin­gen waren ook puin­con­cen­tra­ties van blauw­grij­ze hard­steen zicht­baar.

Pro­vin­ci­aal arche­o­loog Daan Hal­le­was con­clu­deer­de op basis van het steen­for­maat en het gevon­den blauw­grij­ze hard­steen dat de muur­res­ten moge­lijk deel uit­maak­ten van de Blau­we Toren. Er werd geen nader arche­o­lo­gisch onder­zoek ver­richt. Archi­tec­ten­bu­ro De Bie maak­te een teke­ning PDF (197 KB). Ondanks ver­woe­de pogin­gen van de aan­ne­mer om de obsta­kels voor zijn hei­werk­zaam­he­den te slo­pen, moest hij enke­le weken extra uit­trek­ken om aller­eerst met een dia­mant­boor gaten aan te bren­gen voor­dat hij daar­door de hei­pa­len kon laten zak­ken.

Reconstructietekening van het in 1983 gevonden muurwerk van de Blauwe Toren te Gorinchem (A. Saakes)

Pro­jec­tie van het in 1983 gevon­den muur­werk (in brui­ne lij­nen) pro­duc­tie A. Saak­es

Tij­dens de dis­cus­sie over de vond­sten Bui­ten de Water­poort ont­stond ver­war­ring over het jaar waar­in deze muren gevon­den zou­den zijn, dit mede door een fou­tie­ve ver­mel­ding in een arti­kel door M. Veen uit 1999.20 Onte­recht werd 1976 als vondst­jaar gemeld. In 197521 en 197722 wer­den wel muur­res­ten van het kas­teel van de Arkels in het Wijd­schild aan­ge­trof­fen maar niets in rela­tie tot de Blau­we Toren.

Bui­ten de Water­poort 2016–2017
De vondst van een van de torens op het deel van de ves­ting­muur waar­ach­ter tevens de voor­burcht van het kas­teel­ter­rein lag, ver­oor­zaak­te veel publi­ci­teit. Het kas­teel van Karel de Stou­te spreekt natuur­lijk tot ieders ver­beel­ding.

Overzichtskaart onderzoeksgebied Buiten de Waterpoort 2-6, Gorinchem

Ves­ting­muur Bui­ten de Water­poort, 2016–2017, pro­duc­tie SOB Research

Zowel het oude kas­teel van de Hol­land­se gra­ven als de late­re Blau­we Toren zijn bij de bouw ver­moe­de­lijk zoda­nig met de ves­ting ver­we­ven dat we op basis van wat wij op basis van weten­schap­pe­lijk onder­zoek tot op heden weten, geen onder­scheid kun­nen maken tus­sen kas­teel- en ves­ting­mu­ren. Dit geldt zowel voor het kas­teel van de gra­ven van Hol­land als voor het late­re Blau­we Toren-com­plex. De gevon­den toren was onder­deel van de 14de eeuw­se ves­ting en dateert daar­mee dus uit de peri­o­de van voor dat de Blau­we Toren werd gebouwd. Zie voor meer infor­ma­tie over dit onder­zoek Bui­ten de Water­poort 2–6 (2016–2017)

Mar­tin Veen

Foto’s

Lite­ra­tuur

Ains­worth, M.W. (1998)
The Busi­ness of Art: Patrons, Clients, and Art Maker, in: M.W. Ains­worth & K. Chris­tian­sen, From Van Eyck to Brue­gel: Ear­ly Nether­lan­dish Pain­ting in the Metro­po­li­tan Muse­um of Art, New York, p. 23.
Goog­le Books

Aa, A.J. van der (1836–1851)
Aard­rijks­kun­dig woor­den­boek der Neder­lan­denDeel 4, Gorin­chem, p. 677

Dautzen­berg, S.M. (1999)
Arche­o­lo­gisch pro­spec­tie onder­zoek aan Bas­ti­on V te Gorin­chem. Amster­dam.
Flip­bookPDF (4 MB), bij­la­gen (152 kB)

Emck, W.F. (1924)
Oude Namen van Hui­zen en Stra­ten. (Hand­schrift in col­lec­tie Regi­o­naal Archief Gorin­chem).

Goch, H.A. van (1898)
Van Arkel’s Oude Ves­te, Geschied- en Oud­heid­kun­di­ge Aan­teek­e­nin­gen betref­fen­de de Stad Gorin­chem en hare voor­naams­te gebou­wen en instel­lin­gen, Gorin­chem, p. 63–69.

Gro­nin­gen, C.L. van (1992)
De Alblas­ser­waard. In De Neder­land­se monu­men­ten van geschie­de­nis en kunst, Zeist/Zwolle, p. 54, 56, 60–61, 130, 310, 313.

Hal­le­was, D.P. (1984)
Gor­cum; Krab­steeg. Vondst muur­res­ten moge­lijk in ver­band Blau­we Toren, in: Arche­o­lo­gi­sche Kro­niek Zuid-Hol­land 1983, Regi­o­naal His­to­risch Tijd­schrift Hol­land, 16, p. 322.
Flip­bookPDF (7 MB)

Her­mans, T. (1996)
Mate­ri­aal en per­so­neel bij het onder­houds­werk van slot Loe­ve­s­tein in de 14de, 15de en 16de eeuw, in: Monu­men­ten en Bouw­his­to­rie; Jaar­boek Monu­men­ten­zorg 1996, Zeist/Zwolle, p. 214.
Flip­bookPDF (17,5 MB)

Her­mans, T. & Edwin Orsel (2017)
De ver­bou­wing van de Blau­we Toren te Gorin­chem in 1522–1530, in: W. Gru­ben et.al., ‘Zij waren van groote en zwa­re steenen’, Recent onder­zoek op het gebied van kas­te­len en bui­ten­plaat­sen in Neder­land, Wijk bij Duur­ste­de (Stich­ting Kas­te­len­stu­dies Neder­land Publi­ca­tie­reeks-1).

Hun­dert­mark, H.F.G. (2017)
Ves­ting­werk of kas­teel? Aan­vul­lend bouw­his­to­risch onder­zoek arche­o­lo­gi­sche opgra­ving Bui­ten de Water­poort 2–6 te Gorin­chem, Oss.
Flip­book | PDF (12 MB)

Hurx, M. (2013)
Archi­tect en aan­ne­mer. De opkomst van de bouw­markt in de Neder­lan­den 1350–1530, Nijmegen/‘s-Gravenhage, p. 241, 288, 337–338.

Hurx, M. (2017)
De Blau­we Toren in Gorin­chem: een vor­ste­lijk kas­teel aan de Mer­we­de, in: W. Gru­ben et.al., ‘Zij waren van groote en zwa­re steenen’, Recent onder­zoek op het gebied van kas­te­len en bui­ten­plaat­sen in Neder­land, Wijk bij Duur­ste­de (Stich­ting Kas­te­len­stu­dies Neder­land Publi­ca­tie­reeks-1).

Hurx, M. (2017)
‘Een alten won­der­lij­c­ken struc­tu­re ende fort­res­se’, De Blau­we Toren van Karel de Stou­te in Gorin­chem, in: Bul­le­tin Konink­lij­ke Oud­heid­kun­di­ge Bond (KNOB), 116
Flip­book | PDF (2 MB)

Jans­sen, H.L., J.M.M. Kylstra-Wie­lin­ga & B. Olde Mei­e­rink (1996)
1000 Jaar kas­te­len in Neder­land. Func­tie en vorm door de eeu­wen heen. (p.106) Utrecht.

Kei­zer, A. & W. Maz­zo­la (1975)
Tol­huis te Gorin­chem. His­to­risch onder­zoek. Delft.

Kemp, A. (1656)
Leven der Door­luch­ti­ge Hee­ren van Arkel ende Jaar-Beschrij­ving der Stad Gorin­chem, uit­ge­ge­ven door Hen­drik Kemp, Gorin­chem, p. 309–310.
Flip­book | PDF (28 MB)

M. Köp­pen & R. Robijns (2002)
Vei­li­ge Ves­ting, De ver­ster­king van de Gor­cum­se stads­wal­len, Gorin­chem, p. 117–121.

Labou­chè­re, G.C. (1931)
Aan­teek­e­nin­gen over monu­men­ten te Gorin­chem, Schel­lui­nen, Woud­ri­chem, Loe­ve­s­tein en Zalt-Bom­mel; in: Oud­heid­kun­dig Jaar­boek van de Neder­land­sche Oud­heid­kun­di­ge Bond, Utrecht, p. 55–59

Mar­ti­net, J.F. (1831)
Het Vader­land en het Ver­ee­nigd Neder­land. Zalt­bom­mel.

Meischke, R. (1988)
De gothi­sche bouw­tra­di­tie. Stu­dies over opdracht­ge­vers en bouw­mees­ters in de Neder­lan­den, Amers­foort, p. 101,118.

Oost­veen, J. van (2010)
Tabaks­pij­pen van het pro­spec­tie onder­zoek Bas­ti­on V (1999). Tiel.
Flip­bookPDF (676 Kb)

Stam­kot, B. (1982)
Geschie­de­nis van de stad Gorin­chem. Gorin­chem.

Stam­kot, B. (1989)
Joods Gor­cum 1349–1964. Een gedenk­boek, Gorin­chem, p. 15–16.

Veen, M. (1998)
De Blau­we Toren, in: Oud-Gor­cum Varia. Tijd­schrift van de his­to­ri­sche ver­e­ni­ging “Oud-Gor­cum” , Gorin­chem, p. 280–284.
Flip­bookPDF (15 MB)

Vries, A. de (2017)
Op den Slot tot Gorin­chem. De eer­ste bouw­fa­se van het kas­teel (1412–1460), Jaar­boek His­to­ri­sche ver­e­ni­ging “Oud-Gor­cum” 2017, Gorin­chem.
Flip­book | PDF (2 MB)

Wage­naar, J. (1744)
Heden­daag­sche His­to­rie of Tegen­woor­di­ge staat der Ver­ee­nig­de Neder­lan­den. Amster­dam.

Zome­ren, C. van (1755)
Beschry­vin­ge der stadt Gorin­chem, en lan­den van Arkel, bene­vens der alou­de en ade­ly­ke geslag­ten der door­lug­ti­ge Hee­ren van Arkel, zyn­de een nauw­keu­ri­ge en uyt­voe­ri­ge ver­han­de­ling van des­zelfs opkomst, bena­ming, bevol­king, gele­gent­heid, prag­ti­ge gebou­wen, en zelt­zaam­he­den, nevens der zel­ver voor­reg­ten, hand­ves­ten, pre­vi­le­gien, en rege­rings vorm alles t’zamengestelt en getrok­ken uit oude hand­schrif­ten, memo­rien, brie­ven, en egte bewys­stuk­ken, eer­tyds by een ver­za­melt door de Heer en Mr. Cor­ne­lis van Zome­ren, en nu in order gebragt door Z.H.H.T. , Gorin­chem, p. 151–152.
Flip­book | PDF (47 MB)

Media

11-12-1998 De Dord­te­naar
Arche­o­lo­gen zoe­ken res­ten Blau­we Toren
De arche­o­lo­gi­sche werk­groep Gorin­chem wil komend jaar op zoek gaan naar res­tan­ten van de Blau­we Toren, een enor­me en unie­ke kas­teel­to­ren die van 1461 tot 1578 aan de stads­rand heeft gestaan ter hoog­te van de Duvel­tjes­gracht.
Lees ver­der...

23-06-1998 De Stad Gorin­chem
Op zoek naar de Blau­we Toren
Arche­o­lo­gi­sche Werk­groep speurt naar res­ten van vijf­tien­de eeuws kas­teel­com­plex.
Lees ver­der...

Met­a­da­ta

Archisnummer(s):48466 (waar­ne­ming), 194 (vondstmel­ding)
Topo­gra­fi­sche Kaart:38D
Coör­di­na­ten:126.411/426.543 (cen­trum)
Topo­niem:Bas­ti­on V
Plaats:Gorin­chem
Gemeen­te:Gorin­chem
Pro­vin­cie:Zuid-Hol­land
Type onder­zoek:Boor- en son­de­rings­on­der­zoek, aan­ge­vuld met proef­sleu­ven (IVO)
Uit­voer­der:Hol­lan­dia Arche­o­lo­gen, Zaan­dijk
Pro­ject­lei­der:Drs. P.M. Floo­re
Opdracht­ge­ver:Hoog­heem­raad­schap Alblas­ser­waard en Vijf­hee­ren­lan­den
Bevoegd gezag:Rijks­dienst voor het Oud­heid­kun­dig Bodem­on­der­zoek (ROB), Amers­foort
Aan­vang onder­zoek:April-mei 1999
Vond­sten & docu­men­ta­tie:Arche­o­lo­gisch depot Gorin­chem
DANS:urn:nbn:nl:ui:13–60k-dyf

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.