Bastion VI, Blauwe Toren (1999, 2000)

Onderzoek

Bastion V met daarop de geplande damwand en de resten van de Blauwe Toren

Bastions VI met de geplande damwand (geel) en de proefsleuf (oranje vlagje)

De renovatie van de vesting in 1999 bood de gelegenheid om te zoeken naar resten van het kastelencomplex. Naast de Duveltjesgracht werd door het hoogheemraadschap een damwand gepland ter versterking van de oude vestingmuur. Om te voorkomen dat de stalen wand de oude funderingen van de burcht zou doorsnijden, werden langs de gehele muur boringen en sonderingen uitgevoerd.

Proefsleuf
Aanvullend werd ook een proefsleuf gegraven. Hierbij werd een 1,8 meter brede fundering, mogelijk van een poer of steunbeer, blootgelegd en een 40 centimeter lange fundering van een muur. Deze muur liep van het noordoosten naar het zuidwesten en was ongeveer een meter dik en drie meter breed. Ten oosten van de muur bevond zich een vloer van rode bakstenen (formaat 25x12x5 cm) die haaks op elkaar waren gelegd. Wegens dreigend instortingsgevaar van de profielwand was verder onderzoek te gevaarlijk. De werkput was bovendien te klein om vast te stellen hoe de blootgelegde muren zich verhouden tot het totale complex.

Aantroffen funderingen Blauwe Toren Gorinchem

De aangetroffen muurresten

Vooral in de eerste onderzochte lagen werden grote hoeveelheden aardewerk uit de 17de eeuw en later gevonden. In de diepere lagen werden enkele scherven uit de 13de en 14de eeuw aangetroffen.

Raadselachtige begraafplaats
Tijdens het graven viel onverwacht een menselijke schedel uit het wandprofiel. Het betrof een schedel van een volwassen mannelijk individu. De proefsleuf bleek vlak langs een inhumatie te lopen. De rest van het skelet leek volledig aanwezig maar is wegens het dreigend instortingsgevaar niet verder uitgegraven.  Op basis van het nabij gelegen schervenmateriaal dateerde de begraving van in of na de tweede helft van de 18de eeuw. De schedel is met het dichten van de proefsleuf herbegraven. Ook een jaar later werden tijdens werkzaamheden meerdere begravingen aangetroffen in de directe omgeving van het Tolhuis.

Muurresten Blauwe Toren in 2000.

Muurresten Blauwe Toren in de hoek van Bastion VI in 2000.

Het is bekend dat enkele bastions als kerkhof in gebruik waren. Bastion IV werd in 1813 zelfs het ‘Kerkhofbolwerk’ genoemd. Omstreeks 1800 was er sprake van een Engelse militaire begraafplaats op de stadswal en bestond er een Hollands-Engelse militaire begraafplaats bij de Krinkelwinkel. Overledenen van het militair hospitaal werden vanaf 1807 in ‘het Terreplein van het Klein-Bolwerk’ (Bastion X) begraven.1

Ook de Joodse gemeenschap begroef haar doden tussen 1799 en 1804 op de vesting.2  Omdat de exacte plaats van dit kerkhof niet bekend is werd direct contact opgenomen met de consulent Joodse begraafplaatsen van de NIK.  Deze sloot echter uit dat het hier om een Joodse begraving zou gaan.

We weten dus nog steeds niets over het kerkhof op Bastion VI. Bij elke toekomstige grondverstoring op de bastions is archeologische begeleiding mede ook daarom noodzakelijk. Wellicht is met behulp van isotopenonderzoek meer te weten te komen over de herkomst van de mensen die hier hun laatste rustplaats vonden. Rond 2000 was dit nog niet mogelijk.

Historie

Gezicht op Gorinchem met Blauwe Toren door Willem Schellinks (1637 - 1678), Rijksmuseum Amsterdam

Gezicht op Gorinchem, Willem Schellinks (1637-1678), collectie Rijksmuseum Amsterdam

In 1412 kwam er na elf jaar strijd een einde aan de Arkelse Oorlogen. De vrede tussen Holland en Gelre werd op 26 juli 1412 in Wijk bij Duurstede getekend. Nog geen maand later werd Willem VI  binnen Gorinchem als landsheer gehuldigd. Kort daarna liet hij de Arkelse burcht in het Wijdschild, ten oosten van Gorinchem, afbreken en begon met de bouw van een nieuw kasteel aan de Merwede, ten zuiden van de stad.

Slot van de graven van Holland
Er is over dit kasteel weinig bekend. Het werd gebouwd aan de rivier als onderdeel van de middeleeuwse stadsversterking en moest zowel bestand zijn tegen belegeringen vanaf de rivierzijde als tegen mogelijke aanvallen vanuit de stad zelf. Voor de bouw moesten onder andere de Wolferense poort en een nabijgelegen korenmolen, aan het zuidelijke uiteinde van de Molenstraat wijken. 3 In 1440 betaalde Philips de Goede aan de kerk van Gorinchem 17 Wilhelmusschilden en 5 Vlaamse groten omdat hij en zijn voorgangers, Willem VI en Jacoba van Beieren, huizen en hofsteden hadden geconfisceerd. De oppervlakte van het complex besloeg vermoedelijk een belangrijk deel van het terrein dat later als voorburcht van de Blauwe Toren diende.

Jacoba van Beieren en Willem van Arkel in 1417, schoolplaat door J.H. Isings (1906).

Jacoba van Beieren en Willem van Arkel in 1417, schoolplaat door J.H. Isings (1906).

Waarschijnlijk was het slot enkele maanden na het beleg van Gorinchem door Willem van Arkel, in het najaar van 1417, nog niet bewoonbaar. In een oorkonde van 7 maart 1418 droeg Jacoba van Beieren het kasteleinschap van haar huis en slot in Gorinchem “De Goede Poort” genoemd, op aan Dirk van Heukelum, die het met 40 gewapende mannen moest bewaken. De poort stond aan de noordzijde van de Kortendijk. Vermoedelijk was dit zelfde gebouw ook bekend als de “Goddenpoort”. 4  Volgens Kemp werd deze poort voor het eerst vermeld in 1326. 5

Karel de Stoute
Bijna vijftig jaar later (1461) begon Karel de Stoute, dan nog Karel van Charolais, met de bouw van een ‘nieuw’ kasteel, bedoeld als bolwerk tegen zijn vader Philips de Goede met wie hij op dat moment in een machtsstrijd verwikkeld was. Ook wilde hij een brug over de Merwede laten leggen. De brug werd niet gebouwd, zijn kasteel slechts gedeeltelijk. Vader en zoon legden hun geschillen bij in 1465. Een markant onderdeel dat wel gereed kwam, was een grote, met arduin (een blauwe hardsteen) beklede, toren op de zuidoosthoek, die de Blauwe Toren werd genoemd. Stamkot 6 veronderstelt, dit mogelijk gebaseerd op Van Goch 7, dat Karel de Stoute een nieuw kasteel liet bouwen.

Detail van studie plattegrond Gorinchem met Blauwe Toren, anoniem, 16de eeuw, Regionaal Archief Gorinchem

Detailstudie voor een stadsplattegrond, anoniem (1524-1578), collectie Regionaal Archief Gorinchem

Veel aannemelijker lijkt echter dat hij het dan nog geen vijftig jaar oude complex niet afbrak, maar naar zijn wensen liet aanpassen en uitbreiden naar de rivierzijde. Abraham Kemp 8 gaf in zijn kroniek een uitgebreide, met superlatieven doorspekte, beschrijving van het Bourgondische slot:

“Graaf Kaarl van Charloys, Heer van Arkel, eenigh wettigh Soon van den groot machtigen Hertog Philips van Bourgoenjen en van de Nederlanden, toonende dat hy Gorinchem en Arkel meer beminde dan syn ander Heerlijkyen van Betuynen, Castrebelin, Putten, Stryen, en Goyland, doet in dit jaar 1461 op S. Lamberts-avond, beginnen de grondvesten van twee groote geweldige Torens aan ‘t Kasteel tot Gorinchem, met een lange Zaal ontrent de Merwe, (by mijnen tijd nog genoemt den blauwen Toorn) welks gelijk van grootte, dikte en rondigheyd van Toornen, in geheel Duytsland, en Vrankrijk niet en was”….

Blauwe Toren links op Gezicht op Gorinchem vanuit het oosten (anoniem, 1568), Gorcums Museum

Gezicht op Gorinchem vanuit het oosten, anoniem (1568), collectie Gorcums Museum, inv.nr. 2347

Kemp spreekt over een uitbreiding van wat hij noemde ‘t Kasteel tot Gorinchem’. Ook Van der Aa 9 bevestigt dit. Archiefgegevens over een eventuele afbraak zijn ook niet bekend.

…. “Op dat men niet en meen dit met onwaarheyd gestelt te zijn. ‘t uytstek boven Duyts en Wals, soo weet, dat men den eersten Tooren dikwas van muyren 36. voeten, en bleef boven dik 29. voeten, uytermaten konstigh gewrocht, met sterke gevangenissen, schoon-gewulfde Kelders, heerlijke ysere traeljen, door welke, als door andere spiegaten ‘t licht geschept wierd, hebbende binnen eenen schoonen Born-put die ‘t helder stroom-water uyt de Merwen ontfing. Den 2. Toorn was even dik, maar niet soo hoogh opgehaalt. Den 3. Toorn bleef onvolmaakt, alles van blauwen steen, uyt het ingewand van de Luykse bergen gebraakt. Boven op den eersten Tooren wierden daar na gemaakt van grauwen Arduyn, veel schoone kameren, met veel solders, met blauwe daken en veel heerlijke lichten, en vensteren, boven, binnen muyrs een vierkante plaatz, en veel wooningen. Ook eenen hoogeren uytstekenden Tooren, met breede steenen weyndel-trappen, boven eenen Trans, of Omgangh om den vierkanten Toorn, met een trap, en binnen een Koren-molen, om met peerden te malen, buyten het blauwwerk was eenen schoone Cingel, om den grooten Tooren daar men rondom uytsien kon, te water en te land, met een afloopend dak, heerlijk t’aanschouwen, rondom met een wyde gracht, en t’ anderlingh, om een sluys daar heen, na binnen te leyden, (mijnen Schrjver seyd, dit alles gesien en betreden te hebben.) In ‘t bovenst’ van de Burght na de Merwen-zy, stond eenen grooten vierkanten Tooren, genaamt Barbarien, na ‘t Oosten Hertogh Kaarls Toorntjen, met lustigh uytsien over ‘t water, voort eenen Tooren, Bourgoenjen genaamt, diep aan den stroom uytstekende, met hooge muyren. Aan de poort, daar by onsen tijd den Wolfs-kuyl aan den fluyt-boom van de haven was, stond Heer Hertog Philips van Ravesteijns Toorntgien. In ‘t bovenste voor-hof, was een Cingel-muyr met hooge steenen bogen, daar in een poort was, en Toorn, met een Valbrug’ na ‘t nederste hof en een gracht daar om, met eenen ronden Toorn op den hoek na de Stad toe, (onder was de pijnbank) boven plat, overwelft met een Kerk daarin, ‘t nederste Hof had schoone hoven, een grooten Linde-boom, met een seting, over-muyrt groote lange stallen, een poort en gracht ter Stadtwaard, en Almeyen daar voor…”

Banket aan het Bourgondische hof, Livre de Conquestes et faits d'Alexandere f.86v., anoniem (voor 1467), coll. Petit Palais, Parijs

Banket aan het Bourgondische hof,
Livre de Conquestes et faits d’Alexandere f.86v., anoniem (voor 1467), collectie Petit Palais, Parijs

Bouwmeester
Het bouwwerk bestond met name uit een zeer grote donjon met uitzonderlijk dikke muren, aan de buitenzijde bekleed met vochtwerende blauwe hardsteen. Aangezien het aan de rivier lag moet het funderen ervan een enorme onderneming zijn geweest. Het vormde een hoogtepunt van middeleeuwse fortificatiekunst en funderingstechniek en was qua architectuur een vreemde eend in de Nederlandse bijt. 10

Fastré Hollet werd in 1472 genoemd als leverancier van kalk voor Slot Loevestein. Hij was volgens de rekeningen belast met de bouw van ‘het Slot van Gorinchem’ .11 Hollet werd echter vooral bekend als klerk van Filips de Goede door zijn boekhouding van de uitgaven voor het exorbitante huwelijksfeest van Karel de Stoute en Margaretha van York in Brugge (1468).12 Van 1477 tot en met 1482 werd Hollet vermeld (o.a. Kemp) als drossaard van Gorinchem en het Land van Arkel en woonde hij vanuit deze functie ook op het slot. Het lijkt er dus op dat Hollet een nogal bijzondere carrière moet hebben gemaakt: van klerk tot bouwmeester en dan ook nog drossaard. Meer voor de hand ligt dat Hollet namens het Bourgondische hof de bouw vooral als ‘controller’ aanstuurde en dat de eigenlijke bouwmeesters tot op heden anoniem bleven.

Verbouwing 1524
In opdracht van stadhouder Antoon I van Lalaing werd in 1524 gestart met de bouw van het zo karakteristieke dak met de trapgevels. Bouwmeester was Rombout II Keldermans, persoonlijk architect van Karel V. Het bouwcontract werd op 1 september 1523 getekend door de timmerlieden Jacob Snouc uit Gorinchem en Joos Janssone de Keyser uit Den Haag. Als steenleveranciers werden genoemd: Michiel Yselwijns en Anthonis de Vleeshouwere. 13

Omvang
Het kasteel telde oorspronkelijk twee bouwlagen: een begane grond met daarin onder meer een ‘ridderzaal’  boven overwelfde kelders, waarin de gevangenissen waren opgenomen. Volgens de 17de eeuwse gegevens 14 had het kasteel muren van 36 voet dik (circa 11,3 m), in dikte naar boven afnemend tot 29 voet (circa 9,1 m). Uit de reconstructie van de in 1524 boven op de toren gebouwde huisjes blijkt dat met deze maat de dikte van de ring is bedoeld. 15 De muren zelf zullen veel dunner zijn geweest. De totale doorsnede van het kasteel bedroeg onderaan circa 46 m, naar boven afnemend tot circa 42 m. Het lijkt er op dat de afmetingen van de Blauwe Toren een soort ideale maat vertegenwoordigden. Ook de bekendste 14de eeuwse Europese vorstelijke ronde kastelen zoals het uit de eerste helft van de 14de eeuw daterende Castillo de Bellver (doorsnede circa 45 m) in Palma de Mallorca en het tussen 1361 en 1377 (door koning Edward III) gebouwde Queenborough Castle (doorsnede circa 44 m) in Kent hadden vrijwel dezelfde afmetingen. 16

Blauwe Toren te Gorinchem door Jacob van der Ulft (1644-1683) collecte Rijksmuseum Amsterdam

Blauwe Toren, Jacob van der Ulft (1644-1683), Rijksmuseum Amsterdam

Jacob van der Ulft
Van de Blauwe Toren bestaan vrijwel geen contemporaine afbeeldingen. Kort na de publicatie van Kemp in 1656, verscheen van de hand van Jacob van der Ulft een ets van het kasteelcomplex. Behalve op de beschrijving van Kemp, baseerde Van der Ulft zijn voorstelling vermoedelijk op de gravure uit Civitas orbis terrarum (ca. 1580) door Georg Braun en Frans Hogenberg waarop, in een sterk vertekend stadsgezicht, een vierkante (!) Blauwe Toren te zien is. Dit element vinden we in zijn gravure terug als de toren “Brouwery”. De Gorcumse Italianisant plaatste het kasteel geïsoleerd in een open landschap waardoor het bouwwerk los van de vesting en de rest van de stad leek. Van der Ulft creëerde als kunstenaar zijn eigen ultieme fantasiebeeld van de Blauwe Toren. Zijn werk werd door latere kunstenaars tot in de 19de eeuw gekopieerd.

Gorinchem vanuit het zuiden, G. Braun & F. Hogenberg (ca 1580),  TU Delft

Jacob van Deventer
De kaart van Jacob van Deventer in zijn stedenatlas uit ca. 1558 geeft een realistischer beeld van het complex. Ondanks dat hij de belangrijkste gebouwen op zijn kaarten enigszins abstraheerde weten we, mede op basis van zijn andere stedenkaarten, dat zijn werk zeer betrouwbaar en maatvast is. Opvallend is dat zijn weergave van het kasteelcomplex ook volledig strookt met de beschrijving van Kemp. Zowel Kemp als Van der Ulft, maar ook Van Goch, kenden de kaarten van Van Deventer niet. Jacob van Deventer werkte in opdracht van Philips II. Zijn stedenatlas werd pas aan het eind van de 19de eeuw in Nederland bekend omdat zijn werk enkele eeuwen onopgemerkt in het Escorial lag.

Detail stadsplattegrond Gorinchem, met links onder de Blauwe Toren, Jacob van Deventer (1558) met linksonder de Blauwe Toren, Nationaal Archief , invnr. 1.4-5

Detail stadsplattegrond, Jacob van Deventer (1558), Hingman Collectie, Nationaal Archief

Afbraak
In verband met de aanleg van een nieuwe vesting, werd in 1578 gestart met de ontmanteling van het kasteel. Het vormde een zwakke schakel in de verdediging van de stad en paste daarom niet in de plannen van de vestingontwerper Adriaan Anthonisz. De vrijgekomen stenen werden gebruikt voor de nieuwe vesting. Kemp schreef hierover :

“Dit hoog-beroemt Kasteel, dese voortreffelijke Toorens, Poorten, Muyren, Cingelen, en ander heerlijke gebouwen zijn beginnen af te breken ‘t jaar 1578 en ten lesten tot den grond toe vernielt ‘t jaar 1600 hebbende in ‘t volkomen gestaan hondert en seventien jaar, van 1461 tot 1578 en voort stukwijs tot 1600. Sulks dat ik daar noch verscheyden Gebouwen wel een mans lenghde hoogh, boven de Aarden, af ghesien heb.”

Een tekening van de op te richten noodversterkingen, die tijdens de aanleg van de nieuwe vesting de stad tegen tussentijdse aanvallen moesten beschermen, door schout Jacob Kemp (1592), geeft de exacte ligging van de resten van de hoofdtorens weer. In het Nationaal Archief bevindt zich ook een tekening door Gorsen die een soortgelijk beeld oplevert. We zien hier ook de vestingtoren die in 2016 tijdens archeologisch onderzoek werd teruggevonden.

Detail kaart door Gorsen ca. 1600 waarop resten Blauwe Toren en de oude omwalling nog aanwezig zij

Detail kaart door Gorsen ca. 1600 waarop resten Blauwe Toren en de oude omwalling nog aanwezig zijn

Legende
Van der Aa  meldde dat pas in 1831 de laatste brokken van de funderingen uit het zicht verdwenen. 17 Deze overblijfselen spraken ongetwijfeld tot de verbeelding van de inwoners van de stad, en vormden de aanleiding tot het ontstaan van een legende.  Iedere Gorkummer kent wel het verhaal over de slechte slotvrouwe die in tijd van hongersnood de onhebbelijke gewoonte had feest te vieren en voor de ogen van de hongerlijdende bevolking haar binnenplein met melk schrobde. Totdat God hier genoeg van kreeg en haar als straf met kasteel en al in de Duivelsgracht (ook wel ‘Duveltjesgracht’) liet verdwijnen.18

Funderingen Krabsteeg 1983
In  1983 kwam in een bouwput ten zuiden van de Krabsteeg, tegenwoordig Schuttersgracht, een zeer zware ca 9.30 m dikke ongeveer oost-west verlopende muur tevoorschijn. De muur was gemetseld met stenen van ca 25 x 5 x 12 cm, deze muur was nog tot een hoogte van ca. 3,50 m bewaard en rustte op een fundering van hout. Evenwijdig aan deze muur had op 2,5 m ten noorden daarvan een tweede ca 2,5 m dikke muur gelopen die ondertussen door de aannemer was gesloopt, maar nog in het profiel van de bouwput kon worden waargenomen.19 Nabij de funderingen waren ook puinconcentraties van blauwgrijze hardsteen zichtbaar.

Provinciaal archeoloog Daan Hallewas concludeerde op basis van het steenformaat dat de muurresten mogelijk deel uitmaakten van de Blauwe Toren. Er werd geen nader archeologisch onderzoek verricht. Architectenburo De Bie maakte een tekening Download (197 KB). Ondanks verwoede pogingen van de aannemer om de muren te slopen, moest hij enkele weken extra uittrekken om allereerst met een diamantboor gaten aan te brengen voordat hij daardoor de heipalen kon laten zakken.

Reconstructietekening van het in 1983 gevonden muurwerk van de Blauwe Toren te Gorinchem (A. Saakes)

Projectie van het in 1983 gevonden muurwerk (in bruine lijnen) productie A. Saakes

Tijdens de discussie over de vondsten Buiten de Waterpoort ontstond verwarring over het jaar waarin deze muren gevonden zouden zijn, dit mede door een foutieve vermelding in een artikel door M. Veen uit 1999.20 Onterecht werd 1976 als vondstjaar gemeld. In 197521 en 197722 werden wel muurresten van het kasteel van de Arkels in het Wijdschild aangetroffen maar niets in relatie tot de Blauwe Toren.

Buiten de Waterpoort 2016-2017
De vondst van een van de torens op het deel van de vestingmuur waarachter tevens de voorburcht van het kasteelterrein lag, veroorzaakte veel publiciteit. Het kasteel van Karel de Stoute spreekt natuurlijk tot ieders verbeelding.

Overzichtskaart onderzoeksgebied Buiten de Waterpoort 2-6, Gorinchem

Vestingmuur Buiten de Waterpoort, 2016-2017, productie SOB Research

Zowel het oude kasteel van de Hollandse graven als de latere Blauwe Toren zijn bij de bouw zodanig met de vesting verweven dat we op basis van hetgeen wij tot dusver over dit gebied weten nauwelijks of geen onderscheid kunnen maken tussen kasteel- en vestingmuren. De gevonden toren was onderdeel van de 14de eeuwse vesting en dateert van voor dat de Blauwe Toren werd gebouwd. Zie voor meer informatie over dit onderzoek Buiten de Waterpoort 2-6 (2016-2017)

Martin Veen

Foto's

Literatuur

M.W. Ainsworth
The Business of Art: Patrons, Clients, and Art Makers in: M.W. Ainsworth & K. Christiansen; From Van Eyck to Bruegel: Early Netherlandish Painting in the Metropolitan Museum of Art, New York 1998, p. 23
Google Books

A.J. van der Aa
Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden; Gorinchem; 1836-1851; Deel 4, p. 677

S. M. Dautzenberg
Archeologisch prospectie onderzoek aan Bastion V te Gorinchem; Amsterdam; 1999.
BekijkDownload (4 MB), bijlagen (152 kB)

W.F. Emck
Oude Namen van Huizen en Straten; Gorinchem; 1924; niet gepubliceerd handschrift in collectie Regionaal Archief Gorinchem.

H.A. van Goch
Van Arkel’s Oude Veste, Geschied- en Oudheidkundige Aanteekeningen betreffende de Stad Gorinchem en hare voornaamste gebouwen en instellingen; Gorinchem; 1898; p. 63-69.

C. L. van Groningen
De Alblasserwaard; in: De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst; Zeist/Zwolle; 1992. p. 54, 56, 60-61, 130, 310, 313.

D. P. Hallewas
Gorcum; Krabsteeg; vondst muurresten mogelijk in verband Blauwe Toren; Archeologische Kroniek Zuid-Holland 1983; Regionaal Historisch Tijdschrift Holland; 16e jaargang no. 6; 1984; p. 322.
BekijkDownload (7 MB)

D.B.M. Hermans
Materiaal en personeel bij het onderhoudswerk van slot Loevestein in de 14de, 15de en 16de eeuw; in: Monumenten en Bouwhistorie; Jaarboek Monumentenzorg 1996; Zeist/Zwolle 1996; p. 214.
BekijkDownload (17,5 MB)

M. Hurx
Architect en aannemer, De opkomst van de bouwmarkt in de Nederlanden 1350-1530; Nijmegen/’s-Gravenhage 2013; p. 241, 288, 337-338.

H.L. Janssen, J.M.M. Kylstra-Wielinga & B. Olde Meierink
1000 Jaar kastelen in Nederland, Functie en vorm door de eeuwen heen; Utrecht 1996; p. 106

A. Keizer & W. Mazzola
Tolhuis te Gorinchem, historisch onderzoek; Delft; 1975.

A. Kemp
Leven der Doorluchtige Heeren van Arkel ende Jaar-Beschrijving der Stad Gorinchem, uitgegeven door Hendrik Kemp; Gorinchem; 1656; p. 309-310.
Bekijk Google Books | Download (28 MB)

M. Köppen & R. Robijns
Veilige Vesting, De versterking van de Gorcumse stadswallen; Gorinchem; 2002; p. 117-121

G.C. Labouchère
Aanteekeningen over monumenten te Gorinchem, Schelluinen, Woudrichem, Loevestein en Zalt-Bommel; in: Oudheidkundig Jaarboek van de Nederlandsche Oudheidkundige Bond; Utrecht; 1931. p. 55-59

J.F. Martinet
Het Vaderland en het Vereenigd Nederland; Zaltbommel; 1831.

R. Meischke
De gothische bouwtraditie, studies over opdrachtgevers en bouwmeesters in de Nederlanden; Amersfoort; 1988; p. 101, 118

J. van Oostveen
Tabakspijpen van het prospectie onderzoek Bastion V (1999); Tiel; 2010.
BekijkDownload (676 Kb)

B. Stamkot
Geschiedenis van de stad Gorinchem; Merewade; Gorinchem; 1982.

B. Stamkot
Joods Gorcum 1349-1964, een gedenkboek; Merewade; Gorinchem; 1989; p. 15-16.

M. Veen
De Blauwe Toren; in Oud-Gorcum Varia; 1998-3; p.280-284.
BekijkDownload (15 MB)

J.Wagenaar
Hedendaagsche Historie of Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden; Amsterdam; 1744.

C. van Zomeren
Beschryvinge der stadt Gorinchem, en landen van Arkel, benevens der aloude en adelyke geslagten der doorlugtige Heeren van Arkel, zynde een nauwkeurige en uytvoerige verhandeling van deszelfs opkomst, benaming, bevolking, gelegentheid, pragtige gebouwen, en zeltzaamheden, nevens der zelver voorregten, handvesten, previlegien, en regerings vorm alles t’zamengestelt en getrokken uit oude handschriften, memorien, brieven, en egte bewysstukken, eertyds by een verzamelt door de Heer en Mr. Cornelis van Zomeren, en nu in order gebragt door Z.H.H.T.; Gorinchem; 1755; p. 151-152.
Bekijk Google Book | Download (47 MB)

Media

11-12-1998 De Dordtenaar
Archeologen zoeken resten Blauwe Toren
De archeologische werkgroep Gorinchem wil komend jaar op zoek gaan naar restanten van de Blauwe Toren, een enorme en unieke kasteeltoren die van 1461 tot 1578 aan de stadsrand heeft gestaan ter hoogte van de Duveltjesgracht.
Lees verder…

23-06-1998 De Stad Gorinchem
Op zoek naar de Blauwe Toren
Archeologische Werkgroep speurt naar resten van vijftiende eeuws kasteelcomplex.
Lees verder…

Metagegevens

kaart is aan het laden - een ogenblik geduld aub...

Bastion VI, Blauwe Toren (1999) 51.826730, 4.972330

Archisnummer(s):48466 (waarneming), 194 (vondstmelding)
Topografische Kaart:38D
Coordinaten:126.411/426.543 (centrum)
Toponiem:Bastion V
Plaats:Gorinchem
Gemeente:Gorinchem
Provincie:Zuid-Holland
Type onderzoek:Boor- en sonderingsonderzoek, aangevuld met proefsleuven (IVO)
Uitvoerder:Hollandia Archeologen, Zaandijk
Projectleider:Drs. P.M. Floore
Opdrachtgever:Hoogheemraadschap Alblasserwaard en Vijfheerenlanden
Bevoegd gezag:Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), Amersfoort
Aanvang onderzoek:April-mei 1999
Vondsten & documentatie:Archeologisch depot Gorinchem
DANS:urn:nbn:nl:ui:13-60k-dyf

Reageren is niet mogelijk