Bastion V, Blauwe Toren (1999)

Onderzoek

Bastion V met daarop de geplande damwand en de resten van de Blauwe Toren

Bastion V met de geplande damwand en de resten van de Blauwe Toren

De versterking van de vestingwallen in 1999 bood de gelegenheid om te zoeken naar resten van het kastelencomplex. Naast de Duveltjesgracht werd door het hoogheemraadschap een damwand gepland ter versterking van de oude vestingmuur. Om te voorkomen dat de stalen wand de oude funderingen van de burcht zou doorsnijden, werden langs de gehele muur boringen en sonderingen uitgevoerd.

Proefsleuf
Aanvullend werd ook een proefsleuf gegraven. Hierbij werd een 1,8 meter brede fundering, mogelijk van een poer of steunbeer, blootgelegd en een 40 centimeter lange fundering van een muur. Deze muur liep van het noordoosten naar het zuidwesten en was ongeveer een meter dik en drie meter breed. Ten oosten van de muur bevond zich een vloer van rode bakstenen (formaat 25x12x5 cm) die haaks op elkaar waren gelegd. Wegens dreigend instortingsgevaar van de profielwand was verder onderzoek te gevaarlijk. De werkput was bovendien te klein om vast te stellen hoe de blootgelegde muren zich verhouden tot het totale complex.

Aantroffen funderingen Blauwe Toren

De aangetroffen muurresten

Vooral in de eerste onderzochte lagen werden grote hoeveelheden aardewerk uit de 17de eeuw en later gevonden. In de diepere lagen werden enkele scherven uit de 12de en 14de eeuw aangetroffen.

Raadselachtige begraafplaats
Tijdens het graven viel onverwacht een menselijke schedel uit het wandprofiel. Het betrof een schedel van een volwassen mannelijk individu. De proefsleuf bleek vlak langs een inhumatie te lopen. De rest van het skelet leek volledig aanwezig maar is wegens het dreigend instortingsgevaar niet verder uitgegraven.  Op basis van het nabij gelegen schervenmateriaal dateerde de begraving van in of na de tweede helft van de 18de eeuw. De schedel is met het dichten van de proefsleuf herbegraven.

Het is bekend dat enkele bastions als kerkhof in gebruik waren. Bastion IV werd in 1813 zelfs het ‘Kerkhofbolwerk’ genoemd. Omstreeks 1800 was er sprake van een Engelse militaire begraafplaats op de stadswal en bestond er een Hollands-Engelse militaire begraafplaats bij de Krinkelwinkel. Overledenen van het militair hospitaal werden vanaf 1807 in ‘het Terreplein van het Klein-Bolwerk’ (Bastion X) begraven.

Ook de Joodse gemeenschap begroef haar doden tussen 1799 en 1804 op de vesting (Stamkot 1989).  Omdat de exacte plaats van dit kerkhof niet bekend is werd direct contact opgenomen met de consulent Joodse begraafplaatsen van de NIK.  Deze sloot echter uit dat het hier om een Joodse begraving zou gaan.

We weten dus nog steeds niets over het kerkhof op Bastion V.  Bij elke toekomstige grondverstoring op de bastions is archeologische begeleiding mede ook daarom noodzakelijk. Wellicht is met behulp van isotopenonderzoek meer te weten te komen over de herkomst van de mensen die hier hun laatste rustplaats vonden. Anno 1999 was dit nog niet mogelijk.

Historie

Gezicht op Gorinchem met Blauwe Toren door Willem Schellinks (1637 - 1678), Rijksmuseum Amsterdam

Gezicht op Gorinchem met links de Blauwe Toren door Willem Schellinks (1637 – 1678), Rijksmuseum Amsterdam

In 1412 kwam er na elf jaar strijd een einde aan de Arkelse Oorlogen. De vrede tussen Holland en Gelre werd op 26 juli 1412 in Wijk bij Duurstede getekend. Nog geen maand later werd Willem VI  binnen Gorinchem als landsheer gehuldigd. Kort daarna liet hij de Arkelse burcht in het Wijdschild, ten oosten van Gorinchem, afbreken en begon met de bouw van een nieuw kasteel aan de Merwede, ten zuiden van de stad.

Er is over dit Hollandse kasteel weinig bekend. Men gaat er tot dusver vanuit dat het hoofdgebouw ten zuiden van de huidige Revetsteeg lag. Het vormde onderdeel van de middeleeuwse stadsversterkingen.

Karel de Stoute
Bijna vijftig jaar later (1461) begon Karel de Stoute (dan nog Karel van Charolais) met de bouw van een ‘nieuw’ kasteel, bedoeld als bolwerk tegen zijn vader Philips de Goede met wie hij op dat moment in onmin leefde. Ook wilde hij een brug over de Merwede laten leggen. De brug werd niet gebouwd, zijn kasteel slechts gedeeltelijk. Vader en zoon verzoenden zich in 1465. Een markant onderdeel dat wel gereed kwam, was een grote, met arduin (een blauwe hardsteen) beklede, toren op de zuidoosthoek, die de ‘Blauwe Toren’ werd genoemd. Stamkot (1982) veronderstelt, dit mogelijk gebaseerd op Van Goch (1898), dat Karel de Stoute een nieuw kasteel liet bouwen.

Detail van studie plattegrond Gorinchem met Blauwe Toren, anoniem, 16de eeuw, Regionaal Archief Gorinchem

Detailstudie voor een stadsplattegrond, anoniem (16de eeuw), Regionaal Archief Gorinchem

Veel aannemelijker lijkt echter dat hij het dan nog geen vijftig jaar oude complex niet afbrak, maar naar zijn wensen liet aanpassen en uitbreiden naar de rivierzijde. Abraham Kemp (1656) gaf in zijn kroniek een uitgebreide, met superlatieven doorspekte, beschrijving van het Bourgondische slot:

“Graaf Kaarl van Charloys, Heer van Arkel, eenigh wettigh Soon van den groot machtigen Hertog Philips van Bourgoenjen en van de Nederlanden, toonende dat hy Gorinchem en Arkel meer beminde dan syn ander Heerlijkyen van Betuynen, Castrebelin, Putten, Stryen, en Goyland, doet in dit jaar 1461 op S. Lamberts-avond, beginnen de grondvesten van twee groote geweldige Torens aan ‘t Kasteel tot Gorinchem, met een lange Zaal ontrent de Merwe, (by mijnen tijd nog genoemt den blauwen Toorn) welks gelijk van grootte, dikte en rondigheyd van Toornen, in geheel Duytsland, en Vrankrijk niet en was”….

Blauwe Toren links op Gezicht op Gorinchem vanuit het oosten (anoniem, 1568), Gorcums Museum

Gezicht op Gorinchem vanuit het oosten, anoniem (1568), Gorcums Museum, inv.nr. 2347

Kemp spreekt over een uitbreiding van wat hij noemde ‘t Kasteel tot Gorinchem’. Dat het Hollandse kasteel niet werd afgebroken wordt ook bevestigd door het ontbreken van archiefgegevens over een eventuele afbraak.

…. “Op dat men niet en meen dit met onwaarheyd gestelt te zijn. ‘t uytstek boven Duyts en Wals, soo weet, dat men den eersten Tooren dikwas van muyren 36. voeten, en bleef boven dik 29. voeten, uytermaten konstigh gewrocht, met sterke gevangenissen, schoon-gewulfde Kelders, heerlijke ysere traeljen, door welke, als door andere spiegaten ‘t licht geschept wierd, hebbende binnen eenen schoonen Born-put die ‘t helder stroom-water uyt de Merwen ontfing. Den 2. Toorn was even dik, maar niet soo hoogh opgehaalt. Den 3. Toorn bleef onvolmaakt, alles van blauwen steen, uyt het ingewand van de Luykse bergen gebraakt. Boven op den eersten Tooren wierden daar na gemaakt van grauwen Arduyn, veel schoone kameren, met veel solders, met blauwe daken en veel heerlijke lichten, en vensteren, boven, binnen muyrs een vierkante plaatz, en veel wooningen. Ook eenen hoogeren uytstekenden Tooren, met breede steenen weyndel-trappen, boven eenen Trans, of Omgangh om den vierkanten Toorn, met een trap, en binnen een Koren-molen, om met peerden te malen, buyten het blauwwerk was eenen schoone Cingel, om den grooten Tooren daar men rondom uytsien kon, te water en te land, met een afloopend dak, heerlijk t’aanschouwen, rondom met een wyde gracht, en t’ anderlingh, om een sluys daar heen, na binnen te leyden, (mijnen Schrjver seyd, dit alles gesien en betreden te hebben.) In ‘t bovenst’ van de Burght na de Merwen-zy, stond eenen grooten vierkanten Tooren, genaamt Barbarien, na ‘t Oosten Hertogh Kaarls Toorntjen, met lustigh uytsien over ‘t water, voort eenen Tooren, Bourgoenjen genaamt, diep aan den stroom uytstekende, met hooge muyren. Aan de poort, daar by onsen tijd den Wolfs-kuyl aan den fluyt-boom van de haven was, stond Heer Hertog Philips van Ravesteijns Toorntgien. In ‘t bovenste voor-hof, was een Cingel-muyr met hooge steenen bogen, daar in een poort was, en Toorn, met een Valbrug’ na ‘t nederste hof en een gracht daar om, met eenen ronden Toorn op den hoek na de Stad toe, (onder was de pijnbank) boven plat, overwelft met een Kerk daarin, ‘t nederste Hof had schoone hoven, een grooten Linde-boom, met een seting, over-muyrt groote lange stallen, een poort en gracht ter Stadtwaard, en Almeyen daar voor…”

Banket aan het Bourgondische hof, Livre de Conquestes et faits d'Alexandere f.86v., anoniem (voor 1467), coll. Petit Palais, Parijs

Banket aan het Bourgondische hof,
Livre de Conquestes et faits d’Alexandere f.86v., anoniem (voor 1467), collectie Petit Palais, Parijs

Bouwmeester
Het bouwwerk bestond met name uit een zeer grote donjon met uitzonderlijk dikke muren, aan de buitenzijde bekleed met vochtwerende blauwe hardsteen. Aangezien het aan de rivier lag moet het funderen ervan een enorme onderneming zijn geweest. Het vormde een hoogtepunt van middeleeuwse fortificatiekunst en funderingstechniek en was qua architectuur een vreemde eend in de Nederlandse bijt (Meischke 1988).

Fastré Hollet werd in 1472 genoemd als leverancier van kalk voor Slot Loevestein. Hij was volgens de rekeningen belast met de bouw van ‘het Slot van Gorinchem.’ (Hermans, 1996). Hollet werd echter vooral bekend als klerk van Filips de Goede door zijn boekhouding van de uitgaven voor het exorbitante huwelijksfeest van Karel de Stoute en Margaretha van York in Brugge (1468)(Ainsworth, 1998). Van 1477 tot en met 1482 werd Hollet vermeld (o.a. Kemp) als drossaard van Gorinchem en het Land van Arkel en woonde hij vanuit deze functie ook op het slot. Het lijkt er dus op dat Hollet een nogal bijzondere carrière moet hebben gemaakt: van klerk tot bouwmeester en ook drossaard. Een andere mogelijkheid is dat Hollet namens het Bourgondische hof de bouw vooral als ‘controller’ aanstuurde en dat de eigenlijke bouwmeester(s) tot op heden anoniem bleef (bleven).

Omvang
Het kasteel telde twee bouwlagen: een begane grond met daarin onder meer een ‘ridderzaal’  boven overwelfde kelders, waarin de gevangenissen waren opgenomen. Volgens de 17de eeuwse gegevens (Kemp, 1656) had het kasteel muren van 36 voet dik (circa 11,3 m), in dikte naar boven afnemend tot 29 voet (circa 9,1 m). Uit de reconstructie van de in 1524 boven op de toren gebouwde huisjes blijkt dat met deze maat de dikte van de ring is bedoeld (Hermans). De muren zelf zullen veel dunner zijn geweest. De totale doorsnede van het kasteel bedroeg onderaan circa 46 m, naar boven afnemend tot circa 42 m. Het lijkt er op dat de afmetingen van de Blauwe Toren een soort ideale maat vertegenwoordigden. Ook de bekendste 14de eeuwse Europese vorstelijke ronde kastelen zoals het uit de eerste helft van de 14de eeuw daterende Castillo de Bellver (doorsnede circa 45 m) in Palma de Mallorca en het tussen 1361 en 1377 (door koning Edward III) gebouwde Queensborough Castle (doorsnede circa 44 m) in Kent hadden vrijwel dezelfde afmetingen (Janssen et al. 1996).

Blauwe Toren, Jacob van der Ulft (1644-1683), Rijksmuseum Amsterdam, inv. nr. RP-P-OB-66.669

Jacob van der Ulft
Van de Blauwe Toren bestaan vrijwel geen contemporaine afbeeldingen. Kort na de publicatie van Kemp in 1656, verscheen van de hand van Jacob van der Ulft een ets van het kasteelcomplex. Behalve op de beschrijving van Kemp, baseerde Van der Ulft zijn voorstelling vermoedelijk op de gravure uit Civitas orbis terrarum (ca. 1580) door Georg Braun en Frans Hogenberg waarop, in een sterk vertekend stadsgezicht, een vierkante (!) Blauwe Toren te zien is. Dit element vinden we in zijn gravure terug als de toren “Brouwery”. De Gorcumse Italianisant plaatste het kasteel geïsoleerd in een open landschap waardoor het bouwwerk los van de vesting en de rest van de stad leek. Van der Ulft creëerde als kunstenaar zijn eigen ultieme beeld van de Blauwe Toren.

Gorinchem vanuit het zuiden, G. Braun & F. Hogenberg (ca 1580), TU Delft, inv.nr. 20036944

Jacob van Deventer
De kaart van Jacob van Deventer in zijn stedenatlas uit ca. 1558 geeft waarschijnlijk een betrouwbaarder beeld van het complex. Opvallend is dat zijn tekening ook volledig strookt met de beschrijving van Kemp. Zowel Kemp als Van der Ulft, maar ook Van Goch, kenden de kaart van Van Deventer niet. Jacob van Deventer werkte in opdracht van Philips II. Zijn stedenatlas werd pas aan het eind van de 19de eeuw in Nederland bekend omdat zijn werk gedurende enkele eeuwen onopgemerkt in het Escorial lag.

Detail stadsplattegrond, Jacob van Deventer (1558) met linksonder de Blauwe Toren, Nationaal Archief , invnr. 1.4-5

Detail stadsplattegrond, Jacob van Deventer (1558), Nationaal Archief , inv.nr. 1.4-5

Afbraak
In verband met de aanleg van een nieuwe vesting, werd in 1578 gestart met de ontmanteling van het kasteel. Het vormde een zwakke schakel in de verdediging van de stad en paste daarom niet in de plannen van de vestingontwerper Adriaan Anthonisz. De vrijgekomen stenen werden gebruikt voor de nieuwe vesting. Kemp schreef hierover :

“Dit hoog-beroemt Kasteel, dese voortreffelijke Toorens, Poorten, Muyren, Cingelen, en ander heerlijke gebouwen zijn beginnen af te breken ‘t jaar 1578 en ten lesten tot den grond toe vernielt ‘t jaar 1600 hebbende in ‘t volkomen gestaan hondert en seventien jaar, van 1461 tot 1578 en voort stukwijs tot 1600. Sulks dat ik daar noch verscheyden Gebouwen wel een mans lenghde hoogh, boven de Aarden, af ghesien heb.”

Slechte slotvrouwe
Een tekening van de op te richten noodversterkingen, die tijdens de aanleg van de nieuwe vesting de stad tegen tussentijdse aanvallen moesten beschermen, door schout Jacob Kemp (1592), geeft de exacte ligging van de resten van de hoofdtorens weer. In het Nationaal Archief bevindt zich ook een tekening door Gorsen die een soortgelijk beeld oplevert. We zien hier ook de vestingtoren die in 2016 tijdens archeologisch onderzoek werd teruggevonden.

Detail kaart door Gorsen ca. 1600 waarop resten Blauwe Toren en de oude omwalling nog aanwezig zij

Detail kaart door Gorsen ca. 1600 waarop resten Blauwe Toren en de oude omwalling nog aanwezig zijn

Van der Aa meldde dat pas in 1831 de laatste brokken van de funderingen uit het zicht verdwenen. Deze overblijfselen spraken ongetwijfeld tot de verbeelding van de inwoners van de stad, en vormden de aanleiding tot het ontstaan van een legende.  Iedere Gorkummer kent wel het verhaal over de slechte slotvrouwe die in tijd van hongersnood de curieuze gewoonte had om voor de ogen van armen haar binnenplein te schrobben met melk, totdat God hier genoeg van kreeg, en haar voor straf met kasteel en al in de Duivelsgracht (ook wel ‘Duveltjesgracht’) liet verdwijnen.

Muurresten Krabsteeg
In  1983 kwam in een  bouwput  ten  zuiden van  de  Krabsteeg een  zeer  zware ca 9.30  m  dikke  ongeveer  oost-west  verlopende  muur tevoorschijn. De muur  was gemetseld  met  stenen  van ca 25 x 5 x 12 cm, deze muur  was nog tot  een  hoogte  van  ca. 3,50  m  bewaard  en rustte op  een  fundering  van hout.  Evenwijdig  aan  deze muur  had op  2,5 m ten  noorden  daarvan  een  tweede ca 2,5  m dikke muur  gelopen  die nog in het  profiel  van  de bouwput  kon worden waargenomen (Hallewas 1984). Hallewas concludeerde dat de muren waarschijnlijk deel uitmaakten van  het kasteel. Er werd geen nader archeologisch onderzoek verricht. Architect De Bie maakte een schets. Ondanks de verwoede pogingen van de aannemer om de muren te slopen, moest hij enkele weken extra uittrekken om allereerst met een diamantboor gaten aan te brengen voordat hij de geplande heipalen hier in kon plaatsen.

Vestingtoren 2016
De vondst van een van de torens op het deel van de vestingmuur waarachter tevens de voorburcht van het kasteelterrein lag, veroorzaakte veel publiciteit. Een mogelijke vondst van het kasteel van Karel de Stoute sprak natuurlijk tot ieders verbeelding.

Het oude kasteel van de Hollandse graven is echter met de bouw zodanig met de vesting verweven dat we op basis van hetgeen tot dusver over dit gebied weten nauwelijks of geen onderscheid kunnen maken tussen kasteel- en vesting. De gevonden toren was mogelijk al onderdeel van de 14de eeuwse vestingmuur en dateert misschien zelfs van nog voor de periode dat de Blauwe Toren werd gebouwd. Voor het antwoord moeten we de definitieve uitkomsten van het lopend archeologisch onderzoek nog even afwachten.

Martin Veen

Literatuur

M.W. Ainsworth
The Business of Art: Patrons, Clients, and Art Makers in: M.W. Ainsworth & K. Christiansen; From Van Eyck to Bruegel: Early Netherlandish Painting in the Metropolitan Museum of Art, New York 1998, p. 23 Google Books

A.J. van der Aa
Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden; Gorinchem; 1836-1851; Deel 4, p. 677

S. M. Dautzenberg
Archeologisch prospectie onderzoek aan Bastion V te Gorinchem; Amsterdam; 1999 download (4 MB), bijlagen (152 kB)

W.F. Emck
Oude Namen van Huizen en Straten; Gorinchem; 1924; niet gepubliceerd handschrift in collectie Regionaal Archief Gorinchem.

H.A. van Goch
Van Arkel’s Oude Veste, Geschied- en Oudheidkundige Aanteekeningen betreffende de Stad Gorinchem en hare voornaamste gebouwen en instellingen; Gorinchem; 1898; p. 63-69.

C. L. van Groningen
De Alblasserwaard; in: De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst; Zeist/Zwolle; 1992.

D. P. Hallewas
Gorcum; Krabsteeg; vondst muurresten mogelijk in verband Blauwe Toren; Archeologische Kroniek Zuid-Holland 1983; Regionaal Historisch Tijdschrift Holland; 16e jaargang no. 6; 1984; p. 322. Download (7 MB)

D.B.M. Hermans
Materiaal en personeel bij het onderhoudswerk van slot Loevestein in de 14de, 15de en 16de eeuw; in: Monumenten en Bouwhistorie; Jaarboek Monumentenzorg 1996; Zeist/Zwolle 1996; p. 214. Download (17,5 MB)

M. Hurx
Architect en aannemer, De opkomst van de bouwmarkt in de Nederlanden 1350-1530; Nijmegen/’s-Gravenhage 2013; p. 241, 288, 337-338.

H.L. Janssen, J.M.M. Kylstra-Wielinga & B. Olde Meierink
1000 Jaar kastelen in Nederland, Functie en vorm door de eeuwen heen; Utrecht 1996; p. 106

A. Keizer & W. Mazzola
Tolhuis te Gorinchem, historisch onderzoek; Delft; 1975.

A. Kemp
Leven der Doorluchtige Heeren van Arkel ende Jaar-Beschrijving der Stad Gorinchem, uitgegeven door Hendrik Kemp; Gorinchem; 1656; p. 309-310; Google Books

M. Köppen & R. Robijns
Veilige Vesting, De versterking van de Gorcumse stadswallen; Gorinchem; 2002; p. 117-121

G.C. Labouchère
Aanteekeningen over monumenten te Gorinchem, Schelluinen, Woudrichem, Loevestein en Zalt-Bommel; in: Oudheidkundig Jaarboek van de Nederlandsche Oudheidkundige Bond; Utrecht; 1931.

J.F. Martinet
Het Vaderland en het Vereenigd Nederland; Zaltbommel; 1831.

R. Meischke
De gothische bouwtraditie, studies over opdrachtgevers en bouwmeesters in de Nederlanden; Amersfoort; 1988; p. 101, 118

J. van Oostveen
Tabakspijpen van het prospectie onderzoek Bastion V (1999); Tiel; 2010. Download (676 Kb)

R. Stamkot
Geschiedenis van de stad Gorinchem; Gorinchem; 1982.

R. Stamkot
Joods Gorcum 1349-1964, een gedenkboek; Gorinchem; 1989.

M. Veen
De Blauwe Toren; in Oud-Gorcum Varia; 1998-3; p.280-284.

J.Wagenaar
Hedendaagsche Historie of Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlandsen; Amsterdam; 1744.

Krantenberichten

11-12-1998 De Dordtenaar
Archeologen zoeken resten Blauwe Toren
De archeologische werkgroep Gorinchem wil komend jaar op zoek gaan naar restanten van de Blauwe Toren, een enorme en unieke kasteeltoren die van 1461 tot 1578 aan de stadsrand heeft gestaan ter hoogte van de Duveltjesgracht.
Lees verder…

23-06-1998 De Stad Gorinchem
Op zoek naar de Blauwe Toren
Archeologische Werkgroep speurt naar resten van vijftiende eeuws kasteelcomplex.
Lees verder…

Administratieve gegevens

Archisnummer(s):48466 (waarneming), 194 (vondstmelding)
Topografische Kaart:38D
Coordinaten:126.411/426.543 (centrum)
Toponiem:Bastion V
Plaats:Gorinchem
Gemeente:Gorinchem
Provincie:Zuid-Holland
Type onderzoek:Boor- en sonderingsonderzoek, aangevuld met proefsleuven (IVO)
Uitvoerder:Hollandia Archeologen, Zaandijk
Projectleider:Drs. P.M. Floore
Opdrachtgever:Hoogheemraadschap Alblasserwaard en Vijfheerenlanden
Bevoegd gezag:Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), Amersfoort
Aanvang onderzoek:April-mei 1999
Vondsten & documentatie:Archeologisch depot Gorinchem
DANS:urn:nbn:nl:ui:13-60k-dyf

Reageren is niet mogelijk