Blauwe Toren, Bastion VI (1999, 2000)

Onderzoek

Proefsleuf in het bas­ti­on, foto Marcel Köppen in Veilige Vesting (2002)

De reno­va­tie van de ves­ting in 1999 bood de gele­gen­heid om te zoe­ken naar res­ten van het kas­te­len­com­plex. Naast de Duveltjesgracht werd door het hoog­heem­raad­schap een dam­wand gepland ter ver­ster­king van de oude ves­ting­muur. Om te voor­ko­men dat de sta­len wand de oude fun­de­rin­gen van de burcht zou door­snij­den, wer­den langs de gehe­le muur borin­gen en son­de­rin­gen uit­ge­voerd.

Proefsleuf

Aanvullend werd ook een proef­sleuf gegra­ven. Hierbij werd een 1,8 meter bre­de fun­de­ring, moge­lijk van een poer of steun­beer, bloot­ge­legd en een 40 cen­ti­me­ter lan­ge fun­de­ring van een muur. Deze muur liep van het noord­oos­ten naar het zuid­wes­ten en was onge­veer een meter dik en drie meter breed. Ten oos­ten van de muur bevond zich een vloer van rode bak­ste­nen (for­maat 25x12x5 cm) die haaks op elkaar waren gelegd. Wegens drei­gend instor­tings­ge­vaar van de pro­fiel­wand was ver­der onder­zoek te gevaar­lijk. De werk­put was boven­dien te klein om vast te stel­len hoe de bloot­ge­leg­de muren zich ver­hou­den tot het tota­le com­plex.

Bastions V en VI met de geplan­de dam­wand (geel) en de proef­sleuf (oran­je vlag­je)

Vooral in de eer­ste onder­zoch­te lagen wer­den gro­te hoe­veel­he­den aar­de­werk uit de 17de eeuw en later gevon­den. In de die­pe­re lagen wer­den enke­le scher­ven uit de 13de en 14de eeuw aan­ge­trof­fen.

Raadselachtige begraaf­plaats

Tijdens het gra­ven viel onver­wacht een men­se­lij­ke sche­del uit het wand­pro­fiel. Het betrof een sche­del van een vol­was­sen man­ne­lijk indi­vi­du. De proef­sleuf bleek vlak langs een inhu­ma­tie te lopen. De rest van het ske­let leek vol­le­dig aan­we­zig maar is wegens het drei­gend instor­tings­ge­vaar niet ver­der uit­ge­gra­ven.  Op basis van het nabij gele­gen scher­ven­ma­te­ri­aal dateer­de de begra­ving van in of vlak na de twee­de helft van de 18de eeuw. Mogelijk een slacht­of­fer van het beleg van Gorinchem (1813 – 1814). De sche­del is met het dich­ten van de proef­sleuf her­be­gra­ven. Ook een jaar later wer­den tij­dens werk­zaam­he­den meer­de­re begra­vin­gen aan­ge­trof­fen in de direc­te omge­ving van het Tolhuis.

Muurresten Blauwe Toren nog aan­we­zig in de hoek van Bastion V (2000)

Het is bekend dat enke­le bas­ti­ons als kerk­hof in gebruik waren. Bastion IV werd in 1813 zelfs het ‘Kerkhofbolwerk’ genoemd. Omstreeks 1800 was er spra­ke van een Engelse mili­tai­re begraaf­plaats op de stads­wal en bestond er een Hollands-Engelse mili­tai­re begraaf­plaats bij de Krinkelwinkel. Overledenen van het mili­tair hos­pi­taal wer­den van­af 1807 in ‘het Terreplein van het Klein-Bolwerk’ (Bastion X) begra­ven.1

Ook de Joodse gemeen­schap begroef haar doden tus­sen 1799 en 1804 op de ves­ting.2  Omdat de exac­te plaats van dit kerk­hof niet bekend is werd direct con­tact opge­no­men met de con­su­lent Joodse begraaf­plaat­sen van de NIK.  Deze sloot ech­ter uit dat het hier om een Joodse begra­ving zou gaan.

We weten dus nog steeds niets over de begraaf­plaats. Bij elke toe­kom­sti­ge grond­ver­sto­ring op de bas­ti­ons is arche­o­lo­gi­sche bege­lei­ding mede ook daar­om nood­za­ke­lijk. Wellicht is met behulp van bio-arche­o­lo­gisch onder­zoek meer te weten te komen over de her­komst van de men­sen die hier hun laat­ste rust­plaats von­den. Rond 2000 waren de onder­zoeks­mo­ge­lijk­he­den nog beperkt.

Historie

Gezicht op Gorinchem, Willem Schellinks (1637 – 1678), col­lec­tie Rijksmuseum Amsterdam

In 1412 kwam er na elf jaar strijd een ein­de aan de Arkelse Oorlogen. De vre­de tus­sen Holland en Gelre werd op 26 juli 1412 in Wijk bij Duurstede gete­kend. Nog geen maand later werd Willem VI  bin­nen Gorinchem als lands­heer gehul­digd. Kort daar­na liet hij de Arkelse burcht in het Wijdschild, ten oos­ten van Gorinchem, afbre­ken en begon met de bouw van een nieuw kas­teel aan de Merwede, ten zui­den van de stad.

Slot van de gra­ven van Holland

Er is over dit kas­teel wei­nig bekend. Het werd gebouwd aan de rivier als onder­deel van de mid­del­eeuw­se stads­ver­ster­king en moest zowel bestand zijn tegen bele­ge­rin­gen van­af de rivier­zij­de als tegen moge­lij­ke aan­val­len van­uit de stad zelf. Voor de bouw moesten onder ande­re de Wolferense poort en een nabij­ge­le­gen koren­mo­len, aan het zui­de­lij­ke uit­ein­de van de Molenstraat wij­ken. 3 In 1440 betaal­de Philips de Goede aan de kerk van Gorinchem 17 Wilhelmusschilden en 5 Vlaamse gro­ten omdat hij en zijn voor­gan­gers, Willem VI en Jacoba van Beieren, hui­zen en hof­ste­den had­den gecon­fis­ceerd. De opper­vlak­te van het com­plex besloeg ver­moe­de­lijk een belang­rijk deel van het ter­rein dat later als voor­burcht van de Blauwe Toren dien­de.

Jacoba van Beieren en Willem van Arkel in 1417, school­plaat door J.H. Isings (1906).

Waarschijnlijk was het slot enke­le maan­den na het beleg van Gorinchem door Willem van Arkel, in het najaar van 1417, nog niet bewoon­baar. In een oor­kon­de van 7 maart 1418 droeg Jacoba van Beieren het kas­te­lein­schap van haar huis en slot in Gorinchem “De Goede Poort” genoemd, op aan Dirk van Heukelum, die het met 40 gewa­pen­de man­nen moest bewa­ken. De poort stond aan de noord­zij­de van de Kortendijk. Vermoedelijk was dit zelf­de gebouw ook bekend als de “Goddenpoort”. 4  Volgens Kemp werd deze poort voor het eerst ver­meld in 1326. 5

Karel de Stoute

Bijna vijf­tig jaar later (1461) begon Karel de Stoute, dan nog Karel van Charolais, met de bouw van een ‘nieuw’ kas­teel, bedoeld als bol­werk tegen zijn vader Philips de Goede met wie hij op dat moment in een machts­strijd ver­wik­keld was. Ook wil­de hij een brug over de Merwede laten leg­gen. De brug werd niet gebouwd, zijn kas­teel slechts gedeel­te­lijk. Vader en zoon leg­den hun geschil­len bij in 1465. Een mar­kant onder­deel dat wel gereed kwam, was een gro­te, met arduin (een blau­we hard­steen) bekle­de, toren op de zuid­oost­hoek, die de Blauwe Toren werd genoemd. Stamkot 6 ver­on­der­stelt, dit moge­lijk geba­seerd op Van Goch 7, dat Karel de Stoute een nieuw kas­teel liet bou­wen.

Detailstudie voor een stads­plat­te­grond, ano­niem (1524 – 1578), col­lec­tie Regionaal Archief Gorinchem

Veel aan­ne­me­lij­ker lijkt ech­ter dat hij het dan nog geen vijf­tig jaar oude com­plex niet afbrak, maar naar zijn wen­sen liet aan­pas­sen en uit­brei­den naar de rivier­zij­de. Abraham Kemp 8 gaf in zijn kro­niek een uit­ge­brei­de, met super­la­tie­ven door­spek­te, beschrij­ving van het Bourgondische slot :

Graaf Kaarl van Charloys, Heer van Arkel, eenigh wet­tigh Soon van den groot mach­ti­gen Hertog Philips van Bourgoenjen en van de Nederlanden, toonen­de dat hy Gorinchem en Arkel meer bemin­de dan syn ander Heerlijkyen van Betuynen, Castrebelin, Putten, Stryen, en Goyland, doet in dit jaar 1461 op S. Lamberts-avond, begin­nen de grond­ves­ten van twee groote gewel­di­ge Torens aan ’t Kasteel tot Gorinchem, met een lan­ge Zaal ont­rent de Merwe, (by mij­nen tijd nog genoemt den blau­wen Toorn) wel­ks gelijk van groot­te, dik­te en ron­dig­heyd van Toornen, in geheel Duytsland, en Vrankrijk niet en was”.…

Gezicht op Gorinchem van­uit het oos­ten, ano­niem (1568), col­lec­tie Gorcums Museum, inv.nr. 2347

Kemp spreekt over een uit­brei­ding van wat hij noem­de ’t Kasteel tot Gorinchem’. Ook Van der Aa 9 beves­tigt dit. Archiefgegevens over een even­tu­e­le afbraak zijn ook niet bekend.

.… “Op dat men niet en meen dit met onwaar­heyd gestelt te zijn. ‘t uyt­stek boven Duyts en Wals, soo weet, dat men den eer­sten Tooren dik­was van muy­ren 36. voe­ten, en bleef boven dik 29. voe­ten, uyter­ma­ten kon­stigh gewrocht, met ster­ke gevan­ge­nis­sen, schoon-gewulf­de Kelders, heer­lij­ke yse­re trael­jen, door wel­ke, als door ande­re spie­ga­ten ‘t licht geschept wierd, heb­ben­de bin­nen eenen schoo­nen Born-put die ‘t hel­der stroom-water uyt de Merwen ont­fing. Den 2. Toorn was even dik, maar niet soo hoogh opge­haalt. Den 3. Toorn bleef onvol­maakt, alles van blau­wen steen, uyt het inge­wand van de Luykse ber­gen gebraakt. Boven op den eer­sten Tooren wier­den daar na gemaakt van grau­wen Arduyn, veel schoo­ne kameren, met veel sol­ders, met blau­we daken en veel heer­lij­ke lich­ten, en ven­ste­ren, boven, bin­nen muyrs een vier­kan­te plaatz, en veel woon­in­gen. Ook eenen hoog­e­ren uyt­ste­ken­den Tooren, met bree­de steenen weyn­del-trap­pen, boven eenen Trans, of Omgangh om den vier­kan­ten Toorn, met een trap, en bin­nen een Koren-molen, om met peer­den te malen, buy­ten het blauw­werk was eenen schoo­ne Cingel, om den groo­ten Tooren daar men rond­om uyt­sien kon, te water en te land, met een afloop­end dak, heer­lijk t’aanschouwen, rond­om met een wyde gracht, en t’ ander­lingh, om een sluys daar heen, na bin­nen te ley­den, (mij­nen Schrjver seyd, dit alles gesien en betre­den te heb­ben.) In ’t bovenst’ van de Burght na de Merwen-zy, stond eenen groo­ten vier­kan­ten Tooren, genaamt Barbarien, na ’t Oosten Hertogh Kaarls Toorntjen, met lus­tigh uyt­sien over ’t water, voort eenen Tooren, Bourgoenjen genaamt, diep aan den stroom uyt­ste­ken­de, met hooge muy­ren. Aan de poort, daar by onsen tijd den Wolfs-kuyl aan den fluyt-boom van de haven was, stond Heer Hertog Philips van Ravesteijns Toorntgien. In ’t boven­ste voor-hof, was een Cingel-muyr met hooge steenen bogen, daar in een poort was, en Toorn, met een Valbrug’ na ’t neder­ste hof en een gracht daar om, met eenen ron­den Toorn op den hoek na de Stad toe, (onder was de pijn­bank) boven plat, over­welft met een Kerk daar­in, ’t neder­ste Hof had schoo­ne hoven, een groo­ten Linde-boom, met een set­ing, over-muyrt groote lan­ge stal­len, een poort en gracht ter Stadtwaard, en Almeyen daar voor…”

Banket aan het Bourgondische hof,
Livre de Conquestes et faits d’Alexandere f.86v., ano­niem (voor 1467), col­lec­tie Petit Palais, Parijs

Bouwmeester

Het bouw­werk bestond met name uit een zeer gro­te don­jon met uit­zon­der­lijk dik­ke muren, aan de bui­ten­zij­de bekleed met vocht­we­ren­de blau­we hard­steen. Aangezien het aan de rivier lag moet het fun­de­ren ervan een enor­me onder­ne­ming zijn geweest. Het vorm­de een hoog­te­punt van mid­del­eeuw­se for­ti­fi­ca­tie­kunst en fun­de­rings­tech­niek en was qua archi­tec­tuur een vreem­de eend in de Nederlandse bijt. 10

Fastré Hollet werd in 1472 genoemd als leve­ran­cier van kalk voor Slot Loevestein. Hij was vol­gens de reke­nin­gen belast met de bouw van ‘het Slot van Gorinchem’ .11 Hollet werd ech­ter voor­al bekend als klerk van Filips de Goede door zijn boek­hou­ding van de uit­ga­ven voor het exor­bi­tan­te huwe­lijks­feest van Karel de Stoute en Margaretha van York in Brugge (1468).12 Van 1477 tot en met 1482 werd Hollet ver­meld (o.a. Kemp) als dros­saard van Gorinchem en het Land van Arkel en woon­de hij van­uit deze func­tie ook op het slot. Het lijkt er dus op dat Hollet een nog­al bij­zon­de­re car­ri­è­re moet heb­ben gemaakt : van klerk tot bouw­mees­ter en dan ook nog dros­saard. Meer voor de hand ligt dat Hollet namens het Bourgondische hof de bouw voor­al als ‘con­trol­ler’ aan­stuur­de en dat de eigen­lij­ke bouw­mees­ters tot op heden ano­niem ble­ven.

Verbouwing 1524

In opdracht van stad­hou­der Antoon I van Lalaing werd in 1524 gestart met de bouw van het zo karak­te­ris­tie­ke dak met de trap­ge­vels. Bouwmeester was Rombout II Keldermans, per­soon­lijk archi­tect van Karel V. Het bouw­con­tract werd op 1 sep­tem­ber 1523 gete­kend door de tim­mer­lie­den Jacob Snouc uit Gorinchem en Joos Janssone de Keyser uit Den Haag. Als steen­le­ve­ran­ciers wer­den genoemd : Michiel Yselwijns en Anthonis de Vleeshouwere. 13

Projectie Blauwe Toren door Arie Saakes

Omvang

Het kas­teel tel­de oor­spron­ke­lijk twee bouw­la­gen : een bega­ne grond met daar­in onder meer een ‘rid­der­zaal’  boven over­welf­de kel­ders, waar­in de gevan­ge­nis­sen waren opge­no­men. Volgens de 17de eeuw­se gege­vens 14 had het kas­teel muren van 36 voet dik (cir­ca 11,3 m), in dik­te naar boven afne­mend tot 29 voet (cir­ca 9,1 m). Uit de recon­struc­tie van de in 1524 boven op de toren gebouw­de huis­jes blijkt dat met deze maat de dik­te van de ring is bedoeld. 15 De muren zelf zul­len veel dun­ner zijn geweest. De tota­le door­sne­de van het kas­teel bedroeg onder­aan cir­ca 46 m, naar boven afne­mend tot cir­ca 42 m. Het lijkt er op dat de afme­tin­gen van de Blauwe Toren een soort ide­a­le maat ver­te­gen­woor­dig­den. Ook de bekend­ste 14de eeuw­se Europese vor­ste­lij­ke ron­de kas­te­len zoals het uit de eer­ste helft van de 14de eeuw date­ren­de Castillo de Bellver (door­sne­de cir­ca 45 m) in Palma de Mallorca en het tus­sen 1361 en 1377 (door koning Edward III) gebouw­de Queenborough Castle (door­sne­de cir­ca 44 m) in Kent had­den vrij­wel dezelf­de afme­tin­gen. 16

Blauwe Toren, Jacob van der Ulft (1644 – 1683), Rijksmuseum Amsterdam

Jacob van der Ulft

Van de Blauwe Toren bestaan vrij­wel geen con­tem­po­rai­ne afbeel­din­gen. Kort na de publi­ca­tie van Kemp in 1656, ver­scheen van de hand van Jacob van der Ulft een ets van het kas­teel­com­plex. Behalve op de beschrij­ving van Kemp, baseer­de Van der Ulft zijn voor­stel­ling ver­moe­de­lijk op de gra­vu­re uit Civitas orbis ter­ra­rum (ca. 1580) door Georg Braun en Frans Hogenberg waar­op, in een sterk ver­te­kend stads­ge­zicht, een vier­kan­te (!) Blauwe Toren te zien is. Dit ele­ment vin­den we in zijn gra­vu­re terug als de toren “Brouwery”. De Gorcumse Italianisant plaatste het kas­teel geï­so­leerd in een open land­schap waar­door het bouw­werk los van de ves­ting en de rest van de stad leek. Van der Ulft cre­ëer­de als kun­ste­naar zijn eigen ultie­me fan­ta­sie­beeld van de Blauwe Toren. Zijn werk werd door late­re kun­ste­naars tot in de 19de eeuw geko­pi­eerd.

Gorinchem van­uit het zui­den, G. Braun & F. Hogenberg (ca 1580),  TU Delft

Jacob van Deventer

De kaart van Jacob van Deventer in zijn ste­den­at­las uit ca. 1558 geeft een rea­lis­ti­scher beeld van het com­plex. Ondanks dat hij de belang­rijk­ste gebou­wen op zijn kaar­ten enigs­zins abstra­heer­de weten we, mede op basis van zijn ande­re ste­den­kaar­ten, dat zijn werk zeer betrouw­baar en maat­vast is. Opvallend is dat zijn weer­ga­ve van het kas­teel­com­plex ook vol­le­dig strookt met de beschrij­ving van Kemp. Zowel Kemp als Van der Ulft, maar ook Van Goch, ken­den de kaar­ten van Van Deventer niet. Jacob van Deventer werk­te in opdracht van Philips II. Zijn ste­den­at­las werd pas aan het eind van de 19de eeuw in Nederland bekend omdat zijn werk enke­le eeu­wen onop­ge­merkt in het Escorial lag.

Detail stads­plat­te­grond, Jacob van Deventer (1558), Hingman Collectie, Nationaal Archief

Afbraak

In ver­band met de aan­leg van een nieu­we ves­ting, werd in 1578 gestart met de ont­man­te­ling van het kas­teel. Het vorm­de een zwak­ke scha­kel in de ver­de­di­ging van de stad en pas­te daar­om niet in de plan­nen van de ves­ting­ont­wer­per Adriaan Anthonisz. De vrij­ge­ko­men ste­nen wer­den gebruikt voor de nieu­we ves­ting. Kemp schreef hier­over :

Dit hoog-beroemt Kasteel, dese voor­tref­fe­lij­ke Toorens, Poorten, Muyren, Cingelen, en ander heer­lij­ke gebou­wen zijn begin­nen af te bre­ken ’t jaar 1578 en ten les­ten tot den grond toe ver­nielt ’t jaar 1600 heb­ben­de in ’t vol­ko­men gestaan hon­dert en seven­tien jaar, van 1461 tot 1578 en voort stuk­wijs tot 1600. Sulks dat ik daar noch ver­schey­den Gebouwen wel een mans lengh­de hoogh, boven de Aarden, af ghe­sien heb.”

Een teke­ning van de op te rich­ten nood­ver­ster­kin­gen, die tij­dens de aan­leg van de nieu­we ves­ting de stad tegen tus­sen­tijd­se aan­val­len moesten bescher­men, door schout Jacob Kemp (1592), geeft de exac­te lig­ging van de res­ten van de hoofd­to­rens weer. In het Nationaal Archief bevindt zich ook een teke­ning door Gorsen die een soort­ge­lijk beeld ople­vert. We zien hier ook de toren die in 2016 tij­dens arche­o­lo­gisch onder­zoek werd terug­ge­von­den.

Detail kaart Symon en Cornelis Jansz uit 1592, Hingman Collectie Nationaal Archief

Legende

Van der Aa  meld­de dat pas in 1831 de laat­ste brok­ken van de fun­de­rin­gen uit het zicht ver­dwe­nen. 17 Deze over­blijf­se­len spra­ken onge­twij­feld tot de ver­beel­ding van de inwo­ners van de stad, en vorm­den de aan­lei­ding tot het ont­staan van een legen­de.  Iedere Gorkummer kent wel het ver­haal over de slech­te slot­vrou­we die in tijd van hon­gers­nood de onheb­be­lij­ke gewoon­te had feest te vie­ren en voor de ogen van de hon­ger­lij­den­de bevol­king haar bin­nen­plein met melk schrob­de. Totdat God hier genoeg van kreeg en haar als straf met kas­teel en al in de Duivelsgracht (ook wel ‘Duveltjesgracht’) liet ver­dwij­nen.18

Funderingen Krabsteeg 1983

In  1983 kwam in een bouw­put ten zui­den van de Krabsteeg, tegen­woor­dig Schuttersgracht, een zeer zwa­re ca 9.30 m dik­ke onge­veer oost-west ver­lo­pen­de muur tevoor­schijn. De muur was gemet­seld met ste­nen van ca 25 x 5 x 12 cm, deze muur was nog tot een hoog­te van ca. 3,50 m bewaard en rust­te op een fun­de­ring van hout. Evenwijdig aan deze muur had op 2,5 m ten noor­den daar­van een twee­de ca 2,5 m dik­ke muur gelo­pen die onder­tus­sen door de aan­ne­mer was gesloopt, maar nog in het pro­fiel van de bouw­put kon wor­den waar­ge­no­men.19 Nabij de fun­de­rin­gen waren ook puin­con­cen­tra­ties van blauw­grij­ze hard­steen zicht­baar.

Provinciaal arche­o­loog Daan Hallewas con­clu­deer­de op basis van het steen­for­maat en het gevon­den blauw­grij­ze hard­steen dat de muur­res­ten moge­lijk deel uit­maak­ten van de Blauwe Toren. Er werd geen nader arche­o­lo­gisch onder­zoek ver­richt. Architectenburo De Bie maak­te een teke­ning PDF (197 KB). Ondanks ver­woe­de pogin­gen van de aan­ne­mer om de obsta­kels voor zijn hei­werk­zaam­he­den te slo­pen, moest hij enke­le weken extra uit­trek­ken om aller­eerst met een dia­mant­boor gaten aan te bren­gen voor­dat hij daar­door de hei­pa­len kon laten zak­ken.

Projectie van het in 1983 gevon­den muur­werk (in brui­ne lij­nen) pro­duc­tie A. Saakes

Tijdens de dis­cus­sie over de vond­sten Buiten de Waterpoort ont­stond ver­war­ring over het jaar waar­in deze muren gevon­den zou­den zijn, dit mede door een fou­tie­ve ver­mel­ding in een arti­kel door M. Veen uit 1999.20 Onterecht werd 1976 als vondst­jaar gemeld. In 197521 en 197722 wer­den wel muur­res­ten van het kas­teel van de Arkels in het Wijdschild aan­ge­trof­fen maar niets in rela­tie tot de Blauwe Toren.

Buiten de Waterpoort 2016 – 2017

De vondst van een van de torens op het deel van de ves­ting­muur waar­ach­ter tevens de voor­burcht van het kas­teel­ter­rein lag, ver­oor­zaak­te veel publi­ci­teit. Het kas­teel van Karel de Stoute spreekt natuur­lijk tot ieders ver­beel­ding.

Vestingmuur Buiten de Waterpoort, 2016 – 2017, pro­duc­tie SOB Research

Zowel het oude kas­teel van de Hollandse gra­ven als de late­re Blauwe Toren zijn bij de bouw ver­moe­de­lijk zoda­nig met de ves­ting ver­we­ven dat we op basis van wat wij op basis van weten­schap­pe­lijk onder­zoek tot op heden weten, geen onder­scheid kun­nen maken tus­sen kas­teel- en ves­ting­mu­ren. Dit geldt zowel voor het kas­teel van de gra­ven van Holland als voor het late­re Blauwe Toren-com­plex. De gevon­den toren was onder­deel van de 14de eeuw­se ves­ting en dateert daar­mee dus uit de peri­o­de van voor dat de Blauwe Toren werd gebouwd. Zie voor meer infor­ma­tie over dit onder­zoek Buiten de Waterpoort 2 – 6 (2016 – 2017)

Martin Veen

Foto’s

Literatuur

Ainsworth, M.W. (1998)
The Business of Art : Patrons, Clients, and Art Maker, in : M.W. Ainsworth & K. Christiansen, From Van Eyck to Bruegel : Early Netherlandish Painting in the Metropolitan Museum of Art, New York, p. 23.
Google Books

Aa, A.J. van der (1836 – 1851)
Aardrijkskundig woor­den­boek der Nederlanden 4, Gorinchem, p. 677
Google books | FlipbookPDF (67 MB)

Dautzenberg, M.J.J. (1999)
Archeologisch pro­spec­tie onder­zoek aan Bastion V te Gorinchem. Amsterdam.
FlipbookPDF (4 MB), bij­la­gen (152 kB)

Emck, W.F. (1914)
Oude Namen van Huizen en Straten, Gorinchem, p. 24 – 25.

Goch, H.A. van (1898)
Van Arkel’s Oude Veste, Geschied- en Oudheidkundige Aanteekeningen betref­fen­de de Stad Gorinchem en haare voor­naams­te gebou­wen en instel­lin­gen, Gorinchem, p. 63 – 69.

Groningen, C.L. van (1992)
De Alblasserwaard. In De Nederlandse monu­men­ten van geschie­de­nis en kunst, Zeist/Zwolle, p. 54, 56, 60 – 61, 130, 310, 313.
DBNL | Flipbook | PDF (23 MB)

Hallewas, D.P. (1984)
Gorcum, in : Archeologische Kroniek van Holland over 1983, II Zuid-Holland, Regionaal-his­to­risch tijd­schrift Holland 16, p. 322.
FlipbookPDF (7 MB)

Hermans, T. (1996)
Materiaal en per­so­neel bij het onder­houds­werk van slot Loevestein in de 14de, 15de en 16de eeuw, in : Monumenten en Bouwhistorie ; Jaarboek Monumentenzorg 1996, Zeist/Zwolle, p. 211 – 218.
FlipbookPDF (17,5 MB)

Hermans, T. & E. Orsel (2017)
De ver­bou­wing van de Blauwe Toren te Gorinchem in 1522 – 1530, in : W. Gruben & T. Hermans (red.), ‘Zij waren van groote en zwa­re steenen’, Recent onder­zoek op het gebied van kas­te­len en bui­ten­plaat­sen in Nederland, Wijk bij Duurstede, p. 125 – 153.

Hundertmark, H.F.G. (2017)
Vestingwerk of kas­teel ? Aanvullend bouw­his­to­risch onder­zoek arche­o­lo­gi­sche opgra­ving Buiten de Waterpoort 2 – 6 te Gorinchem, Oss.
Flipbook | PDF (12 MB)

Hurx, M. (2013)
Architect en aan­ne­mer. De opkomst van de bouw­markt in de Nederlanden 1350 – 1530, Nijmegen/‘s-Gravenhage, p. 241, 288, 337 – 338.

Hurx, M. (2017)
De Blauwe Toren in Gorinchem : een vor­ste­lijk kas­teel aan de Merwede, in : W. Gruben & T. Hermans (red.)., ‘Zij waren van groote en zwa­re steenen’, Recent onder­zoek op het gebied van kas­te­len en bui­ten­plaat­sen in Nederland, Wijk bij Duurstede, p. 155 – 172.

Hurx, M. (2017)
‘Een alten won­der­lij­c­ken struc­tu­re ende fort­res­se’, De Blauwe Toren van Karel de Stoute in Gorinchem, in : Bulletin Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond (KNOB), 116, p. 184 – 208.
Flipbook | PDF (2 MB)

Janssen, H.L., J.M.M. Kylstra-Wielinga & B. Olde Meierink (1996)
1000 Jaar kas­te­len in Nederland. Functie en vorm door de eeu­wen heen, Utrecht, p. 106

Keizer, A. & W. Mazzola (1975)
Tolhuis te Gorinchem. Historisch onder­zoek (scrip­tie TH Delft), Delft.

Kemp, A. (1656)
Leven der Doorluchtige Heeren van Arkel ende Jaar-Beschrijving der Stad Gorinchem. Heerlijkheyd ende lan­de van Arkel onder des­selfs hee­ren, ook onder de gra­ven van Holland tot in den jare 1500, Gorinchem, p. 309 – 310.
Flipbook | PDF (28 MB)

Köppen, M & R. Robijns (2002)
Veilige Vesting, De ver­ster­king van de Gorcumse stads­wal­len, Gorinchem, p. 117 – 121.

Labouchère, G.C. (1931)
Aanteekeningen over monu­men­ten te Gorinchem, Schelluinen, Woudrichem, Loevestein en Zalt-Bommel, in : Oudheidkundig Jaarboek 3, nr. 11, p. 55 – 59

Lof, L.F.C. van der (1983)
De Blauwe Toren te Gorinchem, Een bij­dra­ge tot de ken­nis van een laat-Middeleeuws kas­teel (scrip­tie Universiteit Utrecht), z.p.

Martinet, J.F. (1831)
Het Vaderland en het Vereenigd Nederland. Zaltbommel.

Meischke, R. (1988)
De gothi­sche bouw­tra­di­tie. Studies over opdracht­ge­vers en bouw­mees­ters in de Nederlanden, Amersfoort, p. 101,118.

Oostveen, J. van (2010)
Tabakspijpen van het pro­spec­tie onder­zoek Bastion V (1999). Tiel.
FlipbookPDF (676 Kb)

Stamkot, B. (1982)
Geschiedenis van de stad Gorinchem, Merewade reeks 5, Gorinchem.

Stamkot, B. (1989)
Joods Gorcum 1349 – 1964. Een gedenk­boek, Merewade reeks 11, Gorinchem, p. 15 – 16.

Veen, M. (1998)
De Blauwe Toren, in : Oud-Gorcum Varia. Tijdschrift van de his­to­ri­sche ver­e­ni­ging “Oud-Gorcum” 15, nr. 42, Gorinchem, p. 280 – 284.
FlipbookPDF (15 MB)

Vries, A. de (2017)
Op den Slot tot Gorinchem. De eer­ste bouw­fa­se van het kas­teel (1412 – 1460), Historische ver­e­ni­ging “Oud-Gorcum” jaar­boek 2017, Gorinchem.
Flipbook | PDF (2 MB)

Zomeren, C. van (1755)
Beschryvinge der stadt Gorinchem, en lan­den van Arkel, bene­vens der alou­de en ade­ly­ke geslag­ten der door­lug­ti­ge Heeren van Arkel, zyn­de een nauw­keu­ri­ge en uyt­voe­ri­ge ver­han­de­ling van des­zelfs opkomst, bena­ming, bevol­king, gele­gent­heid, prag­ti­ge gebou­wen, en zelt­zaam­he­den, nevens der zel­ver voor­reg­ten, hand­ves­ten, pre­vi­le­gien, en rege­rings vorm alles t’zamengestelt en getrok­ken uit oude hand­schrif­ten, memo­rien, brie­ven, en egte bewys­stuk­ken, eer­tyds by een ver­za­melt door de Heer en Mr. Cornelis van Zomeren, en nu in order gebragt door Z.H.H.T. , Gorinchem, p. 151 – 152.
Flipbook | PDF (47 MB)

Media

11-12-1998 De Dordtenaar
Archeologen zoe­ken res­ten Blauwe Toren
De arche­o­lo­gi­sche werk­groep Gorinchem wil komend jaar op zoek gaan naar res­tan­ten van de Blauwe Toren, een enor­me en unie­ke kas­teel­to­ren die van 1461 tot 1578 aan de stads­rand heeft gestaan ter hoog­te van de Duveltjesgracht.
Lees ver­der…

23-06-1998 De Stad Gorinchem
Op zoek naar de Blauwe Toren
Archeologische Werkgroep speurt naar res­ten van vijf­tien­de eeuws kas­teel­com­plex.
Lees ver­der…

Metadata

Archisnummer(s):48466 (waar­ne­ming), 194 (vondstmel­ding)
Topografische Kaart :38D
Coördinaten :126.411/426.543 (cen­trum)
Toponiem :Bastion V
Plaats :Gorinchem
Gemeente :Gorinchem
Provincie :Zuid-Holland
Type onder­zoek :Boor- en son­de­rings­on­der­zoek, aan­ge­vuld met proef­sleu­ven (IVO)
Uitvoerder :Hollandia Archeologen, Zaandijk
Projectleider :Drs. P.M. Floore
Opdrachtgever :Hoogheemraadschap Alblasserwaard en Vijfheerenlanden
Bevoegd gezag :Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), Amersfoort
Aanvang onder­zoek :April-mei 1999
Vondsten & docu­men­ta­tie :Archeologisch depot Gorinchem
DANS :urn:nbn:nl:ui:13 – 60k-dyf

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.