Blauwe Toren, Bastion VI (1999, 2000)

Onderzoek

Blauwe Toren Gorinchem De ruim 6 meter diepe proefsleuf in het bastion, scan foto Marcel Köppen in Veilige Vesting (2002)

De ruim 6 meter die­pe proef­sleuf in het bas­ti­on, scan foto Marcel Köppen in Veilige Vesting (2002)

De reno­va­tie van de ves­ting in 1999 bood de gele­gen­heid om te zoe­ken naar res­ten van het kas­teel­com­plex. Naast de Duveltjesgracht werd door het hoog­heem­raad­schap een dam­wand gepland ter ver­ster­king van de oude ves­ting­muur. Om te voor­ko­men dat de sta­len wand de oude fun­de­rin­gen van de burcht zou door­snij­den, wer­den langs de gehe­le muur borin­gen en son­de­rin­gen uit­ge­voerd.

Proefsleuf

Aanvullend werd ook een proef­sleuf gegra­ven. Hierbij werd een 1,8 meter bre­de fun­de­ring, moge­lijk van een poer of steun­beer, bloot­ge­legd en een 40 cen­ti­me­ter lan­ge fun­de­ring van een muur. Deze muur liep van het noord­oos­ten naar het zuid­wes­ten en was onge­veer een meter dik en drie meter breed. Ten oos­ten van de muur bevond zich een vloer van rode bak­ste­nen (for­maat 25×12×5 cm) die haaks op elkaar waren gelegd. Wegens drei­gend instor­tings­ge­vaar van de pro­fiel­wand was ver­der onder­zoek te gevaar­lijk. De werk­put was boven­dien te klein om vast te stel­len hoe de bloot­ge­leg­de muren zich ver­hou­den tot het tota­le com­plex.

Blauwe Toren Gorinchem Bastions V en VI met de geplande damwand (geel) en de proefsleuf (oranje vlagje)

Bastions V en VI met de geplan­de dam­wand (geel) en de proef­sleuf (oran­je vlag­je)

Vooral in de eer­ste onder­zoch­te lagen wer­den gro­te hoe­veel­he­den aar­de­werk uit de 17de eeuw en later gevon­den. In de die­pe­re lagen wer­den enke­le scher­ven uit de 13de en 14de eeuw aan­ge­trof­fen.

Raadselachtige begraaf­plaats

Tijdens het gra­ven viel onver­wacht een men­se­lij­ke sche­del uit het wand­pro­fiel. Het betrof een sche­del van een vol­was­sen man­ne­lijk indi­vi­du. De proef­sleuf bleek vlak langs een inhu­ma­tie te lopen. De rest van het ske­let leek vol­le­dig aan­we­zig maar is wegens het drei­gend instor­tings­ge­vaar niet ver­der uit­ge­gra­ven.  Op basis van het nabij gele­gen scher­ven­ma­te­ri­aal dateer­de de begra­ving van in of vlak na de twee­de helft van de 18de eeuw. Mogelijk een slacht­of­fer van het beleg van Gorinchem (1813−1814). De sche­del is met het dich­ten van de proef­sleuf her­be­gra­ven. Ook een jaar later wer­den tij­dens werk­zaam­he­den meer­de­re begra­vin­gen aan­ge­trof­fen in de direc­te omge­ving van het Tolhuis.

Muurresten Blauwe Toren te Gorinchem nog aanwezig in de hoek van Bastion V (2000)

Muurresten Blauwe Toren nog aan­we­zig in de hoek van Bastion V (2000)

Het is bekend dat enke­le bas­ti­ons als kerk­hof in gebruik waren. Bastion IV werd in 1813 zelfs het ‘Kerkhofbolwerk’ genoemd. Omstreeks 1800 was er spra­ke van een Engelse mili­tai­re begraaf­plaats op de stads­wal en bestond er een Hollands-Engelse mili­tai­re begraaf­plaats bij de Krinkelwinkel. Overledenen van het mili­tair hos­pi­taal wer­den van­af 1807 in ‘het Terreplein van het Klein-Bolwerk’ (Bastion X) begra­ven.1

Ook de Joodse gemeen­schap begroef haar doden tus­sen 1799 en 1804 op de ves­ting.2  Omdat de exac­te plaats van dit kerk­hof niet bekend is werd direct con­tact opge­no­men met de con­su­lent Joodse begraaf­plaat­sen van de NIK.  Deze sloot ech­ter uit dat het hier om een Joodse begra­ving zou gaan.

We weten dus nog steeds niets over de begraaf­plaats. Bij elke toe­kom­sti­ge grond­ver­sto­ring op de bas­ti­ons is arche­o­lo­gi­sche bege­lei­ding mede ook daar­om nood­za­ke­lijk. Wellicht is met behulp van bio-arche­o­lo­gisch onder­zoek meer te weten te komen over de her­komst van de men­sen die hier hun laat­ste rust­plaats von­den. Rond 2000 waren de onder­zoeks­mo­ge­lijk­he­den nog beperkt.

Historie

Gezicht op Gorinchem, Willem Schellinks (1637-1678), collectie Rijksmuseum Amsterdam

Gezicht op Gorinchem, Willem Schellinks (1637−1678), col­lec­tie Rijksmuseum Amsterdam

In 1412 kwam er na elf jaar strijd een ein­de aan de Arkelse Oorlogen. De vre­de tus­sen Holland en Gelre werd op 26 juli 1412 in Wijk bij Duurstede gete­kend. Nog geen maand later werd Willem VI  bin­nen Gorinchem als lands­heer gehul­digd. Kort daar­na liet hij de Arkelse burcht in het Wijdschild, ten oos­ten van Gorinchem, afbre­ken en begon met de bouw van een nieuw kas­teel aan de Merwede, ten zui­den van de stad.

Slot van de gra­ven van Holland

Er is over dit kas­teel wei­nig bekend. Het werd gebouwd aan de rivier als onder­deel van de mid­del­eeuw­se stads­ver­ster­king en moest zowel bestand zijn tegen bele­ge­rin­gen van­af de rivier­zij­de als tegen moge­lij­ke aan­val­len van­uit de stad zelf. Voor de bouw moesten onder ande­re de Wolferense poort en een nabij­ge­le­gen koren­mo­len, aan het zui­de­lij­ke uit­ein­de van de Molenstraat wij­ken. 3 In 1440 betaal­de Philips de Goede aan de kerk van Gorinchem 17 Wilhelmusschilden en 5 Vlaamse gro­ten omdat hij en zijn voor­gan­gers, Willem VI en Jacoba van Beieren, hui­zen en hof­ste­den had­den gecon­fis­ceerd. De opper­vlak­te van het com­plex besloeg ver­moe­de­lijk een belang­rijk deel van het ter­rein dat later als voor­burcht van de Blauwe Toren dien­de.

Jacoba van Beieren en Willem van Arkel in 1417 voor het kasteel van Gorinchem, schoolplaat door J.H. Isings (1906).

Jacoba van Beieren en Willem van Arkel in 1417, school­plaat door J.H. Isings (1906).

Waarschijnlijk was het slot enke­le maan­den na het beleg van Gorinchem door Willem van Arkel, in het najaar van 1417, nog niet bewoon­baar. In een oor­kon­de van 7 maart 1418 droeg Jacoba van Beieren het kas­te­lein­schap van haar huis en slot in Gorinchem “De Goede Poort” genoemd, op aan Dirk van Heukelum, die het met 40 gewa­pen­de man­nen moest bewa­ken. De poort stond aan de noord­zij­de van de Kortendijk. Vermoedelijk was dit zelf­de gebouw ook bekend als de “Goddenpoort”. 4  Volgens Kemp werd deze poort voor het eerst ver­meld in 1326. 5

Karel de Stoute

Bijna vijf­tig jaar later (1461) begon Karel de Stoute, dan nog Karel van Charolais, met de bouw van een ‘nieuw’ kas­teel, bedoeld als bol­werk tegen zijn vader Philips de Goede met wie hij op dat moment in een machts­strijd ver­wik­keld was. Ook wil­de hij een brug over de Merwede laten leg­gen. De brug werd niet gebouwd, zijn kas­teel slechts gedeel­te­lijk. Vader en zoon leg­den hun geschil­len bij in 1465. Een mar­kant onder­deel dat wel gereed kwam, was een gro­te, met arduin (een blau­we hard­steen) bekle­de, toren op de zuid­oost­hoek, die de Blauwe Toren werd genoemd. Stamkot 6 ver­on­der­stelt, dit moge­lijk geba­seerd op Van Goch 7, dat Karel de Stoute een nieuw kas­teel liet bou­wen.

Detailstudie voor een stadsplattegrond van Gorinchem, anoniem (1524-1578), collectie Regionaal Archief Gorinchem

Detailstudie voor een stads­plat­te­grond, ano­niem (1524−1578), col­lec­tie Regionaal Archief Gorinchem

Veel aan­ne­me­lij­ker lijkt ech­ter dat hij het dan nog geen vijf­tig jaar oude com­plex niet afbrak, maar naar zijn wen­sen liet aan­pas­sen en uit­brei­den naar de rivier­zij­de. Abraham Kemp 8 gaf in zijn kro­niek een uit­ge­brei­de, met super­la­tie­ven door­spek­te, beschrij­ving van het Bourgondische slot :

Graaf Kaarl van Charloys, Heer van Arkel, eenigh wet­tigh Soon van den groot mach­ti­gen Hertog Philips van Bourgoenjen en van de Nederlanden, toonen­de dat hy Gorinchem en Arkel meer bemin­de dan syn ander Heerlijkyen van Betuynen, Castrebelin, Putten, Stryen, en Goyland, doet in dit jaar 1461 op S. Lamberts-avond, begin­nen de grond­ves­ten van twee groote gewel­di­ge Torens aan ’t Kasteel tot Gorinchem, met een lan­ge Zaal ont­rent de Merwe, (by mij­nen tijd nog genoemt den blau­wen Toorn) wel­ks gelijk van groot­te, dik­te en ron­dig­heyd van Toornen, in geheel Duytsland, en Vrankrijk niet en was”.…

Gorinchem vanuit het oosten, anoniem paneel (1568) collectie Gorcums Museum

Gorinchem van­uit het oos­ten (1568), ano­niem paneel, col­lec­tie Gorcums Museum

Kemp spreekt over een uit­brei­ding van wat hij noem­de ’t Kasteel tot Gorinchem’. Ook Van der Aa 9 beves­tigt dit. Archiefgegevens over een even­tu­e­le afbraak zijn ook niet bekend.

.… “Op dat men niet en meen dit met onwaar­heyd gestelt te zijn. ‘t uyt­stek boven Duyts en Wals, soo weet, dat men den eer­sten Tooren dik­was van muy­ren 36. voe­ten, en bleef boven dik 29. voe­ten, uyter­ma­ten kon­stigh gewrocht, met ster­ke gevan­ge­nis­sen, schoon-gewulf­de Kelders, heer­lij­ke yse­re trael­jen, door wel­ke, als door ande­re spie­ga­ten ‘t licht geschept wierd, heb­ben­de bin­nen eenen schoo­nen Born-put die ‘t hel­der stroom-water uyt de Merwen ont­fing. Den 2. Toorn was even dik, maar niet soo hoogh opge­haalt. Den 3. Toorn bleef onvol­maakt, alles van blau­wen steen, uyt het inge­wand van de Luykse ber­gen gebraakt. Boven op den eer­sten Tooren wier­den daar na gemaakt van grau­wen Arduyn, veel schoo­ne kameren, met veel sol­ders, met blau­we daken en veel heer­lij­ke lich­ten, en ven­ste­ren, boven, bin­nen muyrs een vier­kan­te plaatz, en veel woon­in­gen. Ook eenen hoog­e­ren uyt­ste­ken­den Tooren, met bree­de steenen weyn­del-trap­pen, boven eenen Trans, of Omgangh om den vier­kan­ten Toorn, met een trap, en bin­nen een Koren-molen, om met peer­den te malen, buy­ten het blauw­werk was eenen schoo­ne Cingel, om den groo­ten Tooren daar men rond­om uyt­sien kon, te water en te land, met een afloop­end dak, heer­lijk t’aan­schou­wen, rond­om met een wyde gracht, en t’ ander­lingh, om een sluys daar heen, na bin­nen te ley­den, (mij­nen Schrjver seyd, dit alles gesien en betre­den te heb­ben.) In ’t bovenst’ van de Burght na de Merwen-zy, stond eenen groo­ten vier­kan­ten Tooren, genaamt Barbarien, na ’t Oosten Hertogh Kaarls Toorntjen, met lus­tigh uyt­sien over ’t water, voort eenen Tooren, Bourgoenjen genaamt, diep aan den stroom uyt­ste­ken­de, met hooge muy­ren. Aan de poort, daar by onsen tijd den Wolfs-kuyl aan den fluyt-boom van de haven was, stond Heer Hertog Philips van Ravesteijns Toorntgien. In ’t boven­ste voor-hof, was een Cingel-muyr met hooge steenen bogen, daar in een poort was, en Toorn, met een Valbrug’ na ’t neder­ste hof en een gracht daar om, met eenen ron­den Toorn op den hoek na de Stad toe, (onder was de pijn­bank) boven plat, over­welft met een Kerk daar­in, ’t neder­ste Hof had schoo­ne hoven, een groo­ten Linde-boom, met een set­ing, over-muyrt groote lan­ge stal­len, een poort en gracht ter Stadtwaard, en Almeyen daar voor…”

Banket aan het Bourgondische hof, Livre de Conquestes et faits d'Alexandere f.86v., anoniem (voor 1467), collectie Petit Palais, Parijs

Banket aan het Bourgondische hof,
Livre de Conquestes et faits d’Alexandere f.86v., ano­niem (voor 1467), col­lec­tie Petit Palais, Parijs

Bouwmeester

Het bouw­werk bestond met name uit een zeer gro­te don­jon met uit­zon­der­lijk dik­ke muren, aan de bui­ten­zij­de bekleed met vocht­we­ren­de blau­we hard­steen. Aangezien het aan de rivier lag moet het fun­de­ren ervan een enor­me onder­ne­ming zijn geweest. Het vorm­de een hoog­te­punt van mid­del­eeuw­se for­ti­fi­ca­tie­kunst en fun­de­rings­tech­niek en was qua archi­tec­tuur een vreem­de eend in de Nederlandse bijt. 10

Fastré Hollet werd in 1472 genoemd als leve­ran­cier van kalk voor Slot Loevestein. Hij was vol­gens de reke­nin­gen belast met de bouw van ‘het Slot van Gorinchem’ .11 Hollet werd ech­ter voor­al bekend als klerk van Filips de Goede door zijn boek­hou­ding van de uit­ga­ven voor het exor­bi­tan­te huwe­lijks­feest van Karel de Stoute en Margaretha van York in Brugge (1468).12 Van 1477 tot en met 1482 werd Hollet ver­meld (o.a. Kemp) als dros­saard van Gorinchem en het Land van Arkel en woon­de hij van­uit deze func­tie ook op het slot. Het lijkt er dus op dat Hollet een nog­al bij­zon­de­re car­ri­è­re moet heb­ben gemaakt : van klerk tot bouw­mees­ter en dan ook nog dros­saard. Meer voor de hand ligt dat Hollet namens het Bourgondische hof de bouw voor­al als ‘con­trol­ler’ aan­stuur­de en dat de eigen­lij­ke bouw­mees­ters tot op heden ano­niem ble­ven.

Verbouwing 1524

In opdracht van stad­hou­der Antoon I van Lalaing werd in 1524 gestart met de bouw van het zo karak­te­ris­tie­ke dak met de trap­ge­vels. Bouwmeester was Rombout II Keldermans, per­soon­lijk archi­tect van Karel V. Het bouw­con­tract werd op 1 sep­tem­ber 1523 gete­kend door de tim­mer­lie­den Jacob Snouc uit Gorinchem en Joos Janssone de Keyser uit Den Haag. Als steen­le­ve­ran­ciers wer­den genoemd : Michiel Yselwijns en Anthonis de Vleeshouwere. 13

Projectie Blauwe Toren Gorinchem door Arie Saakes

Projectie Blauwe Toren door Arie Saakes

Projectie Blauwe Toren door Arie Saakes

Omvang

Het kas­teel tel­de oor­spron­ke­lijk twee bouw­la­gen : een bega­ne grond met daar­in onder meer een ‘rid­der­zaal’  boven over­welf­de kel­ders, waar­in de gevan­ge­nis­sen waren opge­no­men. Volgens de 17de eeuw­se gege­vens 14 had het kas­teel muren van 36 voet dik (cir­ca 11,3 m), in dik­te naar boven afne­mend tot 29 voet (cir­ca 9,1 m). Uit de recon­struc­tie van de in 1524 boven op de toren gebouw­de huis­jes blijkt dat met deze maat de dik­te van de ring is bedoeld. 15 De muren zelf zul­len veel dun­ner zijn geweest. De tota­le door­sne­de van het kas­teel bedroeg onder­aan cir­ca 46 m, naar boven afne­mend tot cir­ca 42 m. Het lijkt er op dat de afme­tin­gen van de Blauwe Toren een soort ide­a­le maat ver­te­gen­woor­dig­den. Ook de bekend­ste 14de eeuw­se Europese vor­ste­lij­ke ron­de kas­te­len zoals het uit de eer­ste helft van de 14de eeuw date­ren­de Castillo de Bellver (door­sne­de cir­ca 45 m) in Palma de Mallorca en het tus­sen 1361 en 1377 (door koning Edward III) gebouw­de Queenborough Castle (door­sne­de cir­ca 44 m) in Kent had­den vrij­wel dezelf­de afme­tin­gen. 16

Blauwe Toren te Gorinchem, Jacob van der Ulft (1644-1683)

Blauwe Toren, Jacob van der Ulft (1644−1683), Rijksmuseum Amsterdam

Jacob van der Ulft

Van de Blauwe Toren bestaan vrij­wel geen con­tem­po­rai­ne afbeel­din­gen. Kort na de publi­ca­tie van Kemp in 1656, ver­scheen van de hand van Jacob van der Ulft een ets van het kas­teel­com­plex. Behalve op de beschrij­ving van Kemp, baseer­de Van der Ulft zijn voor­stel­ling ver­moe­de­lijk op de gra­vu­re uit Civitas orbis ter­ra­rum (ca. 1580) door Georg Braun en Frans Hogenberg waar­op, in een sterk ver­te­kend stads­ge­zicht, een vier­kan­te (!) Blauwe Toren te zien is. Dit ele­ment vin­den we in zijn gra­vu­re terug als de toren “Brouwery”. De Gorcumse Italianisant plaatste het kas­teel geï­so­leerd in een open land­schap waar­door het bouw­werk los van de ves­ting en de rest van de stad leek. Van der Ulft cre­ëer­de als kun­ste­naar zijn eigen ultie­me fan­ta­sie­beeld van de Blauwe Toren. Zijn werk werd door late­re kun­ste­naars tot in de 19de eeuw geko­pi­eerd.

Gorinchem vanuit het zuiden, G. Braun & F. Hogenberg (ca 1580)

Gorinchem van­uit het zui­den, G. Braun & F. Hogenberg (ca 1580),  TU Delft

Jacob van Deventer

De kaart van Jacob van Deventer in zijn ste­den­at­las uit ca. 1558 geeft een rea­lis­ti­scher beeld van het com­plex. Ondanks dat hij de belang­rijk­ste gebou­wen op zijn kaar­ten enigs­zins abstra­heer­de weten we, mede op basis van zijn ande­re ste­den­kaar­ten, dat zijn werk zeer betrouw­baar en maat­vast is. Opvallend is dat zijn weer­ga­ve van het kas­teel­com­plex ook vol­le­dig strookt met de beschrij­ving van Kemp. Zowel Kemp als Van der Ulft, maar ook Van Goch, ken­den de kaar­ten van Van Deventer niet. Jacob van Deventer werk­te in opdracht van Philips II. Zijn ste­den­at­las werd pas aan het eind van de 19de eeuw in Nederland bekend omdat zijn werk enke­le eeu­wen onop­ge­merkt in het Escorial lag.

Detail stadsplattegrond Gorinchem, Jacob van Deventer (1558)

Detail stads­plat­te­grond, Jacob van Deventer (1558), Hingman Collectie, Nationaal Archief

Afbraak

In ver­band met de aan­leg van een nieu­we ves­ting, werd in 1578 gestart met de ont­man­te­ling van het kas­teel. Het vorm­de een zwak­ke scha­kel in de ver­de­di­ging van de stad en pas­te daar­om niet in de plan­nen van de ves­ting­ont­wer­per Adriaan Anthonisz. De vrij­ge­ko­men ste­nen wer­den gebruikt voor de nieu­we ves­ting. Kemp schreef hier­over :

Dit hoog-beroemt Kasteel, dese voor­tref­fe­lij­ke Toorens, Poorten, Muyren, Cingelen, en ander heer­lij­ke gebou­wen zijn begin­nen af te bre­ken ’t jaar 1578 en ten les­ten tot den grond toe ver­nielt ’t jaar 1600 heb­ben­de in ’t vol­ko­men gestaan hon­dert en seven­tien jaar, van 1461 tot 1578 en voort stuk­wijs tot 1600. Sulks dat ik daar noch ver­schey­den Gebouwen wel een mans lengh­de hoogh, boven de Aarden, af ghe­sien heb.”

Een teke­ning van de op te rich­ten nood­ver­ster­kin­gen, die tij­dens de aan­leg van de nieu­we ves­ting de stad tegen tus­sen­tijd­se aan­val­len moesten bescher­men, door schout Jacob Kemp (1592), geeft de exac­te lig­ging van de res­ten van de hoofd­to­rens weer. In het Nationaal Archief bevindt zich ook een teke­ning door Gorsen die een soort­ge­lijk beeld ople­vert. We zien hier ook de toren die in 2016 tij­dens arche­o­lo­gisch onder­zoek werd terug­ge­von­den. Omstreeks 1649 ver­dween het ron­deel als hoek­to­ren en kreeg het bas­ti­on de defi­ni­tie­ve vorm zoals wij die tegen­woor­dig ken­nen. 17

Detail kaart Gorinchem door Symon en Cornelis Jansz uit 1592, Hingman Collectie Nationaal Archief

Detail kaart Symon en Cornelis Jansz uit 1592, Hingman Collectie Nationaal Archief

Legende

Van der Aa  meld­de dat pas in 1831 de laat­ste brok­ken van de fun­de­rin­gen uit het zicht ver­dwe­nen. 18 Deze over­blijf­se­len spra­ken onge­twij­feld tot de ver­beel­ding van de inwo­ners van de stad, en vorm­den de aan­lei­ding tot het ont­staan van een legen­de.  Iedere Gorkummer kent wel het ver­haal over de slech­te slot­vrou­we die in tijd van hon­gers­nood de onheb­be­lij­ke gewoon­te had feest te vie­ren en voor de ogen van de hon­ger­lij­den­de bevol­king haar bin­nen­plein met melk schrob­de. Totdat God hier genoeg van kreeg en haar als straf met kas­teel en al in de Duivelsgracht (ook wel ‘Duveltjesgracht’) liet ver­dwij­nen.19

Funderingen Krabsteeg 1983

In  1983 kwam in een bouw­put ten zui­den van de Krabsteeg, tegen­woor­dig Schuttersgracht, een zeer zwa­re ca 9.30 m dik­ke onge­veer oost-west ver­lo­pen­de muur tevoor­schijn. De muur was gemet­seld met ste­nen van ca 25 x 5 x 12 cm, deze muur was nog tot een hoog­te van ca. 3,50 m bewaard en rust­te op een fun­de­ring van hout. Evenwijdig aan deze muur had op 2,5 m ten noor­den daar­van een twee­de ca 2,5 m dik­ke muur gelo­pen die onder­tus­sen door de aan­ne­mer was gesloopt, maar nog in het pro­fiel van de bouw­put kon wor­den waar­ge­no­men.20 Nabij de fun­de­rin­gen waren ook puin­con­cen­tra­ties van blauw­grij­ze hard­steen zicht­baar.

Provinciaal arche­o­loog Daan Hallewas con­clu­deer­de op basis van het steen­for­maat en het gevon­den blauw­grij­ze hard­steen dat de muur­res­ten moge­lijk deel uit­maak­ten van de Blauwe Toren. Er werd geen nader arche­o­lo­gisch onder­zoek ver­richt. Architectenburo De Bie maak­te een teke­ning PDF (197 KB). Ondanks ver­woe­de pogin­gen van de aan­ne­mer om de obsta­kels voor zijn hei­werk­zaam­he­den te slo­pen, moest hij enke­le weken extra uit­trek­ken om aller­eerst met een dia­mant­boor gaten aan te bren­gen voor­dat hij daar­door de hei­pa­len kon laten zak­ken.

Projectie van het in 1983 gevonden muurwerk (in bruine lijnen) productie A. Saakes

Projectie van het in 1983 gevon­den muur­werk (in brui­ne lij­nen) pro­duc­tie A. Saakes

Tijdens de dis­cus­sie over de vond­sten Buiten de Waterpoort ont­stond ver­war­ring over het jaar waar­in deze muren gevon­den zou­den zijn, dit mede door een fou­tie­ve ver­mel­ding in een arti­kel door M. Veen uit 1999.21 Onterecht werd 1976 als vondst­jaar gemeld. In 197522 en 197723 wer­den wel muur­res­ten van het kas­teel van de Arkels in het Wijdschild aan­ge­trof­fen maar niets in rela­tie tot de Blauwe Toren.

Buiten de Waterpoort 2016 – 2017

De vondst van een van de torens op het deel van de ves­ting­muur waar­ach­ter tevens de voor­burcht van het kas­teel­ter­rein lag, ver­oor­zaak­te veel publi­ci­teit. Het kas­teel van Karel de Stoute spreekt natuur­lijk tot ieders ver­beel­ding.

Vestingmuur Buiten de Waterpoort in Gorinchem, 2016-2017, productie SOB Research

Vestingmuur Buiten de Waterpoort, 2016 – 2017, pro­duc­tie SOB Research

Zowel het oude kas­teel van de Hollandse gra­ven als de late­re Blauwe Toren zijn bij de bouw zoda­nig met de ves­ting ver­we­ven dat we op basis van wat wij op basis van weten­schap­pe­lijk onder­zoek tot op heden weten, blijk­baar niet of nau­we­lijks onder­scheid kun­nen maken tus­sen kas­teel- en ves­ting­mu­ren. De recen­te vondst van de toren Buiten de Waterpoort leid­de dan ook tot de nodi­ge dis­cus­sie tus­sen de betrok­ken arche­o­lo­gen en bouw­his­to­ri­ci. De gevon­den toren vorm­de in ieder geval tevens onder­deel van de 14de eeuw­se ves­ting en dateert daar­mee dus oor­spron­ke­lijk uit de peri­o­de voor dat de Blauwe Toren werd gebouwd. Zie voor meer infor­ma­tie over dit onder­zoek Buiten de Waterpoort 2 – 6 (2016−2017)

Martin Veen

Foto’s

Literatuur

Aa, A.J. van der (1836-1851) Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden 4, Gorinchem, p. 677Aa, A.J. van der (1843)
Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden 4, Gorinchem, p. 677
WorldCat | Google Books | FlipbookPDF (67 MB)
Ainsworth, M.W. (1998) The Business of Art: Patrons, Clients, and Art Maker, in: M.W. Ainsworth & K. Christiansen, From Van Eyck to Bruegel: Early Netherlandish Painting in the Metropolitan Museum of Art, New York, p. 23.Ainsworth, M.W. (1998)
The Business of Art: Patrons, Clients, and Art Maker, in: M.W. Ainsworth & K. Christiansen, From Van Eyck to Bruegel: Early Netherlandish Painting in the Metropolitan Museum of Art, New York, p. 23.
WorldCat | Google Books
Annema, W. (2017)De betekenis van de gevonden restanten van de vestingwerken buiten de Duivelsgracht te Gorinchem. Onderzoek verricht op basis van vergelijking van enkele kaarten van de vestingwerken van de stad in combinatie met enkele andere archiefbronnen, Delft.Annema, W. (2017)
De betekenis van de gevonden restanten van de vestingwerken buiten de Duivelsgracht te Gorinchem. Onderzoek verricht op basis van vergelijking van enkele kaarten van de vestingwerken van de stad in combinatie met enkele andere archiefbronnen, Delft.
Flipbook | PDF (4 MB)
Annema, W. & J. Kamphuis (2002), Vestingwerken Gorinchem. Zestiende eeuw, Delft.Annema, W. & J. Kamphuis (2002)
Vestingwerken Gorinchem. Zestiende eeuw, Delft, p. 26-29.
Flipbook | PDF (4 MB)
Annema, W. & J. Kamphuis (2002), Vestingwerken Gorinchem. Zeventiende en Achttiende eeuw, Delft.Annema, W. & J. Kamphuis (2002)
Vestingwerken Gorinchem. Zeventiende en Achttiende eeuw, Delft, p. 1.
Flipbook | PDF (1 MB)
Dautzenberg, M.J.J. (1999) Archeologisch prospectie onderzoek aan Bastion V te Gorinchem. Amsterdam.Dautzenberg, M.J.J. (1999)
Archeologisch prospectie onderzoek aan Bastion V te Gorinchem. Amsterdam.
FlipbookPDF (4 MB), bijlagen (152 kB)
Emck, W.F. (1914) Oude namen van huizen en straten in Gorinchem, Gorinchem, p. 24-25.Emck, W.F. (1914)
Oude namen van huizen en straten in Gorinchem, Gorinchem, p. 24-25.
WorldCat | Flipbook | PDF (5 MB)
Emck, W.F. (1926) Kroniek van Gorinchem. Geschiedkundige en Andere Aantekeningen in Chronologische volgorde 1230-1927.Emck, W.F. (1929)
Kroniek van Gorinchem. Geschiedkundige en Andere Aantekeningen in Chronologische volgorde 1230-1927, Gorinchem, p. 27.
WorldCat | Flipbook | PDF (6 MB)
Goch, H.A. van (1898) Van Arkel's Oude Veste. Geschied- en Oudheidkundige Aanteekeningen betreffende de Stad Gorinchem en hare voornaamste gebouwen en instellingen, Gorinchem.Goch, H.A. van (1898)
Van Arkel's Oude Veste. Geschied- en Oudheidkundige Aanteekeningen betreffende de Stad Gorinchem en hare voornaamste gebouwen en instellingen, Gorinchem.
WorldCat | Flipbook | PDF (81 MB)
Groningen, C.L. van (1992) De Alblasserwaard. In De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst, Zeist/Zwolle, p. 54, 56, 60-61, 130, 310, 313.Groningen, C.L. van (1992)
De Alblasserwaard. In De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst, Zeist/Zwolle, p. 54, 56, 60-61, 130, 310, 313.
WorldCat | DBNL | Flipbook | PDF (23 MB)
Hallewas, D.P. (1984) Gorcum, in: Archeologische Kroniek van Holland over 1983, II Zuid-Holland, Regionaal-historisch tijdschrift Holland 16, p. 322.Hallewas, D.P. (1984)
Gorcum, in: Archeologische Kroniek van Holland over 1983, II Zuid-Holland, Regionaal-historisch tijdschrift Holland 16, p. 322.
FlipbookPDF (7 MB)
Hermans, T. (1996) Materiaal en personeel bij het onderhoudswerk van slot Loevestein in de 14de, 15de en 16de eeuw, in: Monumenten en Bouwhistorie; Jaarboek Monumentenzorg 1996, Zeist/Zwolle, p. 211-218.Hermans, T. (1996)
Materiaal en personeel bij het onderhoudswerk van slot Loevestein in de 14de, 15de en 16de eeuw, in: Monumenten en Bouwhistorie; Jaarboek Monumentenzorg 1996, Zeist/Zwolle, p. 211-218.
WorldCat | FlipbookPDF (17,5 MB)
Hermans, T. & E. Orsel (2017) De verbouwing van de Blauwe Toren te Gorinchem in 1522-1530, in: W. Gruben & T. Hermans (red.), 'Zij waren van groote en zware steenen', Recent onderzoek op het gebied van kastelen en buitenplaatsen in Nederland, Wijk bij Duurstede, p. 125-153.Hermans, T. & E. Orsel (2017)
De verbouwing van de Blauwe Toren te Gorinchem in 1522-1530, in: W. Gruben & T. Hermans (red.), 'Zij waren van groote en zware steenen', Recent onderzoek op het gebied van kastelen en buitenplaatsen in Nederland, Wijk bij Duurstede, p. 125-153.
WorldCat
Hundertmark, H.F.G. (2017) Vestingwerk of kasteel? Aanvullend bouwhistorisch onderzoek archeologische opgraving Buiten de Waterpoort 2-6 te Gorinchem, Oss.Hundertmark, H.F.G. (2017)
Vestingwerk of kasteel? Aanvullend bouwhistorisch onderzoek archeologische opgraving Buiten de Waterpoort 2-6 te Gorinchem, Oss.
Flipbook | PDF (12 MB)
Hurx, M. (2013) Architect en aannemer. De opkomst van de bouwmarkt in de Nederlanden 1350-1530, Nijmegen/'s-Gravenhage, p. 241, 288, 337-338.Hurx, M. (2013)
Architect en aannemer. De opkomst van de bouwmarkt in de Nederlanden 1350-1530, Nijmegen/'s-Gravenhage, p. 241, 288, 337-338.
WorldCat
Hurx, M. (2017)
De Blauwe Toren in Gorinchem: een vorstelijk kasteel aan de Merwede, in: W. Gruben & T. Hermans (red.)., 'Zij waren van groote en zware steenen', Recent onderzoek op het gebied van kastelen en buitenplaatsen in Nederland, Wijk bij Duurstede, p. 155-172.
WorldCat
Hurx, M. (2017) 'Een alten wonderlijcken structure ende fortresse', De Blauwe Toren van Karel de Stoute in Gorinchem, in: Bulletin Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond (KNOB), 116, p. 184-208.Hurx, M. (2017)
'Een alten wonderlijcken structure ende fortresse', De Blauwe Toren van Karel de Stoute in Gorinchem, in: Bulletin Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond (KNOB), 116, p. 184-208.
WorldCat | Flipbook | PDF (2 MB)
Janssen, H.L., J.M.M. Kylstra-Wielinga & B. Olde Meierink (1996) 1000 Jaar kastelen in Nederland. Functie en vorm door de eeuwen heen, Utrecht, p. 106Janssen, H.L., J.M.M. Kylstra-Wielinga & B. Olde Meierink (1996)
1000 Jaar kastelen in Nederland. Functie en vorm door de eeuwen heen, Utrecht, p. 106.
WorldCat
Keizer, A. & W. Mazzola (1975)
Tolhuis te Gorinchem. Historisch onderzoek (scriptie TH Delft), Delft.
Kemp, A. (1656) Leven der Doorluchtige Heeren van Arkel ende Jaar-Beschrijving der Stad Gorinchem. Heerlijkheyd ende lande van Arkel onder desselfs heeren, ook onder de graven van Holland tot in den jare 1500, Gorinchem, p. 309-310.Kemp, A. (1656)
Leven der Doorluchtige Heeren van Arkel ende Jaar-Beschrijving der Stad Gorinchem. Heerlijkheyd ende lande van Arkel onder desselfs heeren, ook onder de graven van Holland tot in den jare 1500, Gorinchem, p. 309-310.
WorldCat | Flipbook | PDF (28 MB)
Köppen, M & R. Robijns (2002) Veilige Vesting, De versterking van de Gorcumse stadswallen, Gorinchem, p. 117-121.Köppen, M & R. Robijns (2002)
Veilige Vesting, De versterking van de Gorcumse stadswallen, Gorinchem, p. 117-121.
WorldCat
Labouchère, G.C. (1931) Aanteekeningen over monumenten te Gorinchem, Schelluinen, Woudrichem, Loevestein en Zalt-Bommel, in: Oudheidkundig Jaarboek 3, nr. 11, p. 55-59Labouchère, G.C. (1931)
Aanteekeningen over monumenten te Gorinchem, Schelluinen, Woudrichem, Loevestein en Zalt-Bommel, in: Oudheidkundig Jaarboek 11, nr. 2, p. 55-59
Flipbook | PDF (14 MB)
Lof, L.F.C. van der (1983)
De Blauwe Toren te Gorinchem, Een bijdrage tot de kennis van een laat-Middeleeuws kasteel (concept scriptie Universiteit Utrecht), z.p.
Meischke, R. (1988) De gothische bouwtraditie. Studies over opdrachtgevers en bouwmeesters in de Nederlanden, Amersfoort, p. 101,118.Meischke, R. (1988)
De gothische bouwtraditie. Studies over opdrachtgevers en bouwmeesters in de Nederlanden, Amersfoort, p. 101,118.
WorldCat
Oostveen, J. van (2010) Tabakspijpen van het prospectie onderzoek Bastion V (1999). Tiel.Oostveen, J. van (2010)
Tabakspijpen van het prospectie onderzoek Bastion V (1999). Tiel.
FlipbookPDF (676 Kb)
Peer, H.F. van (1962)
Sterke Gorcumse Verhalen, Gorinchem, p. 75-78.
Flipbook | PDF (8 MB)
Stamkot, B. (1982) Geschiedenis van de stad Gorinchem, Merewade reeks 5, Gorinchem.Stamkot, B. (1982)
Geschiedenis van de stad Gorinchem, Merewade reeks 5, Gorinchem.
WorldCat
Stamkot, B. (1989) Joods Gorcum 1349-1964. Een gedenkboek, Merewade reeks 11, Gorinchem, p. 15-16.Stamkot, B. (1989)
Joods Gorcum 1349-1964. Een gedenkboek, Merewade reeks 11, Gorinchem, p. 15-16.
WorldCat
Stamkot, B. (2006)De ontstaansgeschiedenis van Gorinchem. Aflevering III, De 'verborgen' stad , in: Oud-Gorcum Varia 23 nr. 63, p. 8-39.Stamkot, B. (2006)
De ontstaansgeschiedenis van Gorinchem. Aflevering 3, De 'verborgen' stad , in: Oud-Gorcum Varia 23 nr. 63, p. 8-39.
Flipbook | PDF (14 MB)
Stamkot, B. (2018)
Het Blauwe Toren-complex, in: F. Cerutti, R. Mulder, B. Stamkot & A. de Vries (red.), Tien eeuwen Gorinchem. Geschiedenis van een Hollandse stad, Utrecht, p. 116-118.
WorldCat
Veen, M. (1998) De Blauwe Toren, in: Oud-Gorcum Varia. Tijdschrift van de historische vereniging "Oud-Gorcum" 15, nr. 42, Gorinchem, p. 280-284.Veen, M. (1998)
De Blauwe Toren, in: Oud-Gorcum Varia. Tijdschrift van de historische vereniging "Oud-Gorcum" 15, nr. 42, Gorinchem, p. 280-284.
FlipbookPDF (15 MB)
Vries, A. de (2017) Op den Slot tot Gorinchem. De eerste bouwfase van het kasteel (1412-1460), Historische vereniging "Oud-Gorcum" jaarboek 2017, Gorinchem.Vries, A. de (2017)
Op den Slot tot Gorinchem. De eerste bouwfase van het kasteel (1412-1460), Historische vereniging "Oud-Gorcum" jaarboek 2017, Gorinchem.
WorldCat | Flipbook | PDF (2 MB)
Zomeren, C. van (1755) Beschryvinge der stadt Gorinchem, en landen van Arkel, benevens der aloude en adelyke geslagten der doorlugtige Heeren van Arkel, zynde een nauwkeurige en uytvoerige verhandeling van deszelfs opkomst, benaming, bevolking, gelegentheid, pragtige gebouwen, en zeltzaamheden, nevens der zelver voorregten, handvesten, previlegien, en regerings vorm alles t'zamengestelt en getrokken uit oude handschriften, memorien, brieven, en egte bewysstukken, eertyds by een verzamelt door de Heer en Mr. Cornelis van Zomeren, en nu in order gebragt door Z.H.H.T. , Gorinchem, p. 151-152.Zomeren, C. van (1755)
Beschryvinge der stadt Gorinchem, en landen van Arkel, benevens der aloude en adelyke geslagten der doorlugtige Heeren van Arkel, zynde een nauwkeurige en uytvoerige verhandeling van deszelfs opkomst, benaming, bevolking, gelegentheid, pragtige gebouwen, en zeltzaamheden, nevens der zelver voorregten, handvesten, previlegien, en regerings vorm alles t'zamengestelt en getrokken uit oude handschriften, memorien, brieven, en egte bewysstukken, eertyds by een verzamelt door de Heer en Mr. Cornelis van Zomeren, en nu in order gebragt door Z.H.H.T. , Gorinchem, p. 151-152.
WorldCat | Google Books | Flipbook | PDF (29 MB)

Media

Archeologen zoeken resten Blauwe Toren

Archeologen zoe­ken res­ten Blauwe Toren

GORINCHEM – De arche­o­lo­gi­sche werk­groep Gorinchem wil komend jaar op zoek gaan naar res­tan­ten van de Blauwe Toren, een enor­me en unie­ke kas­teel­to­ren die van 1461 tot 1578 aan de stads­rand heeft gestaan ter hoog­te van de Duveltjesgracht. De fun­de­rin­gen…
Op zoek naar de Blauwe Toren

Op zoek naar de Blauwe Toren

GORINCHEM – De Archeologische Werkgroep Gemeente Gorinchem hoopt meer te weten te komen van het 15de eeuw­se kas­teel­com­plex ‘De Blauwe Toren’ , wan­neer eind 1999 wordt begon­nen met de ver­ster­king van de his­to­ri­sche stads­wal­len. De Blauwe Toren bevond…

Metadata

Map loa­ding, plea­se wait …

 

Archisnummer(s):48466 (waarneming), 194 (vondstmelding)
Topografische Kaart:38D
Coördinaten:126.411/426.543 (centrum)
Toponiem:Bastion VI
Plaats:Gorinchem
Gemeente:Gorinchem
Provincie:Zuid-Holland
Type onderzoek:Boor- en sonderingsonderzoek, aangevuld met proefsleuven (IVO)
Uitvoerder:Hollandia Archeologen, Zaandijk
Projectleider:Drs. P.M. Floore
Opdrachtgever:Hoogheemraadschap Alblasserwaard en Vijfheerenlanden
Bevoegd gezag:Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), Amersfoort
Aanvang onderzoek:April-mei 1999
Vondsten & documentatie:Archeologisch depot Gorinchem
DANS:urn:nbn:nl:ui:13-60k-dyf

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.