Arche­o­lo­gen zoe­ken res­ten Blau­we Toren

 

GORINCHEM – De arche­o­lo­gi­sche werk­groep Gorin­chem wil komend jaar op zoek gaan naar res­tan­ten van de Blau­we Toren, een enor­me en unie­ke kas­teel­to­ren die van 1461 tot 1578 aan de stads­rand heeft gestaan ter hoog­te van de Duvel­tjes­gracht. De fun­de­rin­gen en ver­moe­de­lijk meters­dik­ke stuk­ken muur zijn ver­dwe­nen onder de aar­den stads­wal­len, maar zul­len bij de ver­ster­king daar­van waar­schijn­lijk weer zicht­baar wor­den.

De arche­o­lo­gen wil­len bin­nen­kort met het Hoog­heem­raad­schap Alblas­ser­waard en de  Vijf­hee­ren­lan­den over­leg­gen over het mee­lif­ten bij de ver­ster­kings­werk­zaam­he­den aan de stads­wal­len.

Vol­gens M. Veen van de  werk­groep is dui­de­lijk waar moet wor­den gegra­ven om de res­tan­ten te vin­den. Een gespe­ci­a­li­seerd bedrijf heeft ter voor­be­rei­ding op de ver­ster­kings­werk­zaam­he­den son­de­rin­gen uit­ge­voerd (metin­gen met geluids­gol­ven) en daar­bij wer­den op de plek waar de Blau­we Toren moet heb­ben gestaan con­cen­tra­ties steen en puin waar­ge­no­men. “Het ziet er naar uit dat daar gro­te fun­de­rin­gen zit­ten. Ze bevin­den zich onge­veer 2,5 meter onder de voet van de stads­wal en meer dan tien meter onder de top, dus dat bete­kent waar­schijn­lijk wel een paar dagen gra­ven”, aldus Veen.

De Blau­we Toren was onder­deel van een kas­teel waar­van de bouw (of ver­bou­wing – de geschied­schrij­vers zijn het daar­over niet eens) in 1461 begon, in opdracht van Karel de Stou­te. Het was bedoeld als bol­werk tegen zijn vader Phi­lips de Goe­de, met wie hij in onmin leef­de. Ook wil­de hij een brug over de Mer­we­de laten bou­wen. De brug kwam er niet, het kas­teel slechts gedeel­te­lijk. Vader en zoon ver­zoen­den zich in 1465. Wel was inmid­dels de mar­kan­te Blau­we Toren aan de zuid­oos­te­lij­ke hoek gereed geko­men.

Onbe­kend
Hoe het gebouw er pre­cies uit­zag, is niet bekend. De etsen en gra­vu­res die ervan bestaan, zijn voor een deel geba­seerd op de fan­ta­sie van de makers. Toch is dui­de­lijk dat het om een mar­kant gebouw ging, dat vol­gens Veen van­we­ge zijn Bour­gon­di­sche bouw­stijl uniek was in deze con­trei­en. Slechts in Frank­rijk is één toren met een der­ge­lij­ke bouw­stijl bekend. Hij gaat er dan ook van­uit dat Karel de Stou­te een bui­ten­land­se (waar­schijn­lijk Fran­se) bou­wer aan het werk heeft gezet. Ook het fun­de­ren van een der­ge­lij­ke zwa­re toren op de super­slap­pe Gor­cum­se bodem is een staal­tje van bui­ten­lands kun­nen. “Bij de opgra­vin­gen hopen we dan ook voor­al meer te weten te komen over deze fun­de­rin­gen, die enorm moe­ten zijn geweest.” De Blau­we Toren had naar ver­luid muren met een dik­te van twee meter. In 1976 wer­den bij hei­werk­zaam­he­den voor de bouw van wonin­gen aan de Krab­steeg der­ge­lij­ke muur­res­ten gevon­den, maar een ver­band met de Blau­we Toren kon niet wor­den aan­ge­toond. Het bleek onmo­ge­lijk de muur te ver­wij­de­ren, zodat de hei­pa­len met een boor­in­stal­la­tie moesten wor­den inge­bracht.

De Blau­we Toren werd in 1578 gesloopt omdat het enor­me gevaar­te in de weg stond voor een nieu­we ves­ting­wal rond de stad. De sloop nam eni­ge tijd in beslag, want pas in 1600 stond er geen muur meer over­eind. In 1831 ver­dwe­nen de laat­ste fun­de­rings­brok­ken onder de stads­wal en uit het zicht.

11 decem­ber 1998
De Dord­te­naar

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.