Varkenmarkt 17, min­der­broe­der­kloos­ter (1996)

Klooster

Het ber­gen van de gevon­den gra­ven

Het kloos­ter­le­ven stond in de mid­del­eeu­wen hoog aan­ge­schre­ven. Veel jon­ge man­nen en vrou­wen zagen het als hun ide­aal zich uit het wereld­se leven terug te trek­ken om zich bin­nen de beslo­ten­heid van kloos­ter­mu­ren geheel te wij­den aan hun Heer en Schepper. Dat er ook in Gorinchem kloos­ters waren is bekend. Straatnamen als Broerensteeg en Zusterhuis her­in­ne­ren er nog aan. De oud­ste bedel­or­de is die der min­der­broe­ders (Fratres Minores) naar de stich­ter Franciscus van Assisi ook wel fran­cis­ca­nen genoemd. De orde ont­stond omstreeks 1210 in Italië, waar Franciscus leef­de en in 1226 stierf. De orde kreeg al spoe­dig ver­brei­ding over gro­te delen van Europa. In 1242 was in Middelburg een der­ge­lijk kloos­ter te vin­den en een paar jaar later, in 1244, is in Utrecht spra­ke van een kloos­ter van fran­cis­ca­nen, ook Dordrecht had een kloos­ter van min­der­broe­ders. Dat bedel­or­den ste­de­lij­ke bevol­kings­cen­tra opzoch­ten ligt voor de hand. De kloos­ter­lin­gen waren door hun gelof­te van armoe­de voor hun onder­houd geheel afhan­ke­lijk van aal­moe­zen en gif­ten van de bur­ge­rij. Binnen de orde gold een zeer stren­ge regel van armoe­de. Zo behoor­den zelfs de kloos­ter­ge­bou­wen en de bij­be­ho­ren­de ter­rei­nen niet tot de kloos­ters, maar ze wer­den beschouwd als ker­ke­lij­ke eigen­dom­men. De kloos­ters had­den een uit­ge­strek­te omge­ving als rechts­ge­bied, het zoge­naam­de ter­mijn­ge­bied.

Huidige gevel­steen in Gasthuisstraat 25

Onze Lieve Vrouwe te Bethlehem

Gorinchem lag bin­nen de invloeds­sfeer van het Utrechtse min­der­broe­der­kloos­ter, zodat het kloos­ter een ter­mijn­huis was van de Utrechtse ves­ti­ging. Tussen bei­de stich­ting ligt maar liefst twee eeu­wen. Volgens stads­be­schrij­ver Kemp zou het zijn gesticht in 1454 en stond het bekend onder de naam “Onze Lieve Vrouwe te Bethlehem”. De gevel­steen met het opschrift “Dit is in Bethlehem” zou later de gevel sie­ren van het pand Gasthuisstraat 25.

In zijn nage­la­ten geschrif­ten weet stads­be­schrij­ver Cornelis van Zomeren meer bij­zon­der­he­den mede te delen. Volgens deze bron zou in 1454 een gedeel­te van het kloos­ter­com­plex zijn vol­tooid. Letterlijk schrijft hij : “…dat op dit jaar het choor en het pand aan de noord­zij­de gebouwd is…”. Tot het com­plex behoor­de een kerk­ge­bouw. Op een paneel uit 1568 met een gezicht op Gorinchem in het Gorcums Museum is de kerk van de min­der­broe­ders her­ken­baar aan een toren met spits. De bij­ge­plaatste naam geeft zeker­heid dat het de fran­cis­ca­nen­kerk is.

Gorinchem van­uit het oos­ten, ano­niem (1568) col­lec­tie Gorcums Museum

Volgens dezelf­de auteur vond in 1455 de inwij­ding plaats van het hoofd­al­taar in het koor van de kerk. Het was een fraai altaar met een afbeel­ding van de kruis­af­ne­ming van Christus, met Maria, Johannes en de stich­ter van de fran­cis­ca­nen,  Franciscus van Assisi. In het koor ston­den boven­dien levens­gro­te beel­den van St. Franciscus en van de H. Bonaventura, een voor­aan­staan­de vol­ge­ling in het mid­den van de 13de eeuw die lei­ding aan de fran­cis­ca­nen heeft gege­ven. De kerk moet behoor­lij­ke afme­tin­gen heb­ben gehad, zoals ook blijkt uit de oprij­zen­de toren op het schil­de­rij. Behalve het hoofd­al­taar waren er twee zij­al­ta­ren. Ondanks het feit dat de kerk bij een bedel­or­de hoor­de, tel­de het inte­ri­eur ver­schei­de­ne fraaie kunst­wer­ken.

Waar de kerk pre­cies stond valt heden ten dage zon­der graaf­werk niet vast te stel­len. Op de uit omstreeks 1560 date­ren­de kaart van Jacob van Deventer staat langs de hui­di­ge Bloempotsteeg een gebouw gete­kend. Of dit de min­der­broe­der­kerk is of het kloos­ter, is niet dui­de­lijk. Tot het kloos­ter­com­plex behoor­de een tame­lijk groot gebied, omslo­ten door Bloempotsteeg, Vijfzinnenstraat, Haarstraat en Arkelstraat. Dit ter­rein zal omstreeks 1450 nog gro­ten­deels onbe­bouwd zijn geweest.

Detail kaart van Jacob Deventer ca. 1558

H. van Hoogdalem wees in 1969 in een kran­ten­ar­ti­kel er al op, dat de toen in aan­bouw zijn­de spaar­bank in het zui­de­lijk­ste gedeel­te van de kloos­ter­tuin stond. Voor de aan­we­zig­heid van een tuin met bomen zijn bewij­zen voor­han­den. Van 1517 dateert een ver­or­de­ning waar­bij de ste­de­lij­ke over­heid het kaat­sen ver­bood bij het kloos­ter der obser­van­ten (fran­cis­ca­nen) en ook het schie­ten op spreeu­wen en ande­re vogels was uit­druk­ke­lijk niet toe­ge­staan. Hetzelfde keur­boek ver­meldt als plaats van het obser­van­ten­kloos­ter de Arkelstraat. In 1512 huis­den er 21 kloos­ter­lin­gen, waar­van 17 pries­ters

Begraafplaats

Een gedeel­te van de kloos­ter­hof deed dienst als begraaf­plaats. Deze rust­plaats is na ruim vier eeu­wen wreed ver­stoord door de bouw­werk­zaam­he­den bij de pan­den van de Stichting Stadsherstel Gorinchem aan de Varkenmarkt. Bij het afgra­ven van het ter­rein ach­ter de hui­zen kwa­men dood­kis­ten aan het licht, waar­in zich stof­fe­lij­ke res­ten bevon­den. De kis­ten zijn op zeer kor­te afstand van elkaar aan moe­der aar­de toe­ver­trouwd. De gra­ven waren niet gedekt door een zerk. Vermoedelijk was elk graf ken­baar door een ver­ho­ging van wat aar­de met een een­vou­dig hou­ten kruis. De been­de­ren van de bloot­ge­leg­de kis­ten zijn per kist bij­een gehou­den. Ruim der­tig kis­ten zijn aan­ge­trof­fen, maar onder de omrin­gen­de bebou­wing en de Varkenmarkt zul­len onge­twij­feld meer men­se­lij­ke res­ten te vin­den zijn. Bij het plan­ten van de kas­tan­je­bo­men op de Varkenmarkt waren ook al gra­ven aan­ge­trof­fen, even­als bij het maken van een schuil­kel­der gedu­ren­de de Tweede Wereldoorlog.

Houtresten van de kis­ten

Beeldenstorm

Ten tij­de van de beel­den­storm in 1566 was ook het kloos­ter aan de Arkelstraat het doel­wit. In de pro­ces­stuk­ken van de Raad van Beroerten – de zoge­naam­de Bloedraad – is er spra­ke van een zeke­re Jacob Matthijsz. die “… heb­ben­de groote kragt gebruykt op het cloos­ter van de min­ne­broers in Gorinchem…” Het moe­ten ban­ge dagen zijn geweest voor de over­ste, de gar­di­aan, en zijn fran­cis­ca­nen. Volgens de aan­klacht tegen Adriaen Dircksz. van den Heuvel had hij de gar­di­aan opdracht gege­ven de kerk van het kloos­ter te ont­rui­men en zich met zijn kloos­ter­lin­gen terug te trek­ken. Ze zou­den dan in rui­me mate levens­mid­de­len krij­gen. Hij zei te spre­ken namens het stads­be­stuur, maar dat was niet waar. Het was de bedoe­ling de kerk der min­der­broe­ders te gebrui­ken voor de ver­kon­di­ging van de nieu­we leer door de pre­di­kan­ten. Na de onlus­ten keer­de de rust weer in Gorinchem en het sobe­re leven bin­nen de kloos­ter­mu­ren her­nam zijn oude gang. Maar dat zou niet van lan­ge duur zijn, niet meer dan stil­te voor de storm.

Martelaren van Gorcum

In juni 1572 kre­gen de geu­zen toe­gang tot de stad. De gees­te­lij­ken wer­den gevan­gen geno­men, waar­on­der de fran­cis­ca­nen met hun gar­di­aan Nicolaas Pieck, bij­na 38 jaar oud en Gorcumer van geboor­te. De die­na­ren van de Katholieke Kerk wer­den in de Blauwe Toren bloot­ge­steld aan mis­han­de­lin­gen. Vervolgens gin­gen ze per schip naar Den Briel, waar uit­ein­de­lijk in de vroe­ge och­tend van woens­dag 9 juli 1572 zeven­tien pries­ters en twee broe­ders wer­den opge­han­gen om wil­le van hun stand­vas­tig­heid in het geloof. Onder hen Nicolaas Pieck met acht paters en twee broe­ders uit het kloos­ter aan de Arkelstraat. De Paters ver­dre­ven, het kloos­ter leeg. De Staten van Holland gaven bur­ge­mees­te­ren opdracht “…het con­vent ende die ker­ke van de grau­we mon­ni­ken aldaar doen dem­oli­eeren en afbreek­en en dat bin­nen veer­tien dagen..”, zoals Van Zomeren mee­deelt. Zo ver­dween alles wat her­in­ner­de aan de fran­cis­ca­nen uit Gorinchem. Alleen de begra­ve­nen ble­ven als stil­le getui­gen in de kloos­ter­tuin ach­ter.

Varkenmarkt rond 1965, Regionaal Archief Gorinchem

Varkenmarkt

Enkele jaren later – op 4 augus­tus 1579 – besloot de vroed­schap het kloos­ter­com­plex te ega­li­se­ren en in kavels uit te geven voor woning­bouw zon­der te let­ten op de gra­ven. De opbrengst van de per­ce­len was bestemd voor de for­ti­fi­ca­tie­wer­ken van Gorinchem. En zo gebeur­de het dat van stads­we­ge per­ce­len grond wer­den ver­kocht, meest­al aan tim­mer­lie­den die er hui­zen bouw­den. Die ver­koop geschied­de ove­ri­gens pas veel later in de jaren ’90, toen de aan­leg van de ver­de­di­gings­wer­ken rond de stad in vol­le gang was. Op 3 okto­ber 1593 kocht de tim­mer­man Oth Ottensz. het erf op de hoek van de Arkelstraat en de Haarstraat, eens beho­ren­de tot het ter­rein van de min­der­broe­ders. Een zeke­re Adriaen Petersz. kwam op 31 mei 1595 in het bezit van een per­ceel “…leg­gen­de aen den Haerstraet opte plaet­se daer ’t min­re­broe­de­ren­cloos­ter placht te staen…”. Deze aan­dui­ding wil niet zeg­gen dat het kloos­ter daar stond maar dat het ter­rein afkom­stig was van het kloos­ter. De bewij­zen dat het kloos­ter in die con­trei­en heeft gestaan zijn dus in de archie­ven terug te vin­den, maar waar pre­cies wordt niet aan­ge­ge­ven.

Van begraaf­plaats en markt voor big­gen tot een gezel­lig ter­ras…

Het gehe­le kloos­ter­do­mein werd voor de bouw van hun hui­zen uit­ge­ge­ven, met uit­zon­de­ring van wat nu Varkenmarkt heet. Op die plaats zou het min­der­broe­der­kloos­ter heb­ben gestaan, als de reso­lu­tie van de vroed­schap van 2 juni 1580 let­ter­lijk moet wor­den geno­men. Het bestuurs­col­le­ge besloot toen die plek te bestem­men tot bees­ten­markt, maar dat klopt weer niet met de inder­tijd aan­ge­trof­fen men­se­lij­ke been­de­ren mid­den op de Varkenmarkt. Tot in 1978 werd daar de weke­lijk­se big­gen­markt op maan­dag­och­tend gehou­den. Nu is het in gebruik als ter­ras voor de omlig­gen­de hore­ca­ge­le­gen­he­den.

In 1572 kwam dus een ein­de aan de ves­ti­ging van fran­cis­ca­nen in Gorinchem. Onder moei­lij­ke omstan­dig­he­den her­vat­te een pater fran­cis­caan in 1628 de ziel­zorg in deze stad en dat zou onaf­ge­bro­ken duren tot in 1988. Na het ver­trek van pater H. van Eeuwijk O.F.M, namen de wereld­lij­ke gees­te­lij­ken van het bis­dom Rotterdam die taak over.

Onderzoek

Het ber­gen van de gra­ven

Resultaten

De opge­gra­ven dood­kis­ten bevon­den zich op een open ter­rein ach­ter twee pan­den aan de Varkenmarkt die door Stichting Stadsherstel Gorinchem tot een hore­ca gele­gen­heid wer­den ver­bouwd. Het ach­ter­ter­rein zou over­bouwd wor­den en daar­voor had men het ter­rein 50 – 60 cm afge­gra­ven en ter voor­be­rei­ding van nieuw­bouw negen beton­nen hei­pa­len inge­la­ten. Tijdens de afgra­ving trof­fen werk­lie­den begra­vin­gen aan die ver­vol­gens aan ons gemeld wer­den. De opgra­ving werd op zater­dag 27 en maan­dag 29 april 1996 uit­ge­voerd door een aan­tal vrij­wil­li­gers en stond onder lei­ding van P. FIoore. Met behulp van een klei­ne graaf­ma­chi­ne was het moge­lijk om het ter­rein van los­se grond te ont­doen.

Na hand­ma­tig opscha­ven is het vlak inge­me­ten, gete­kend en gefo­to­gra­feerd. Het vlak en daar­mee ook de boven­zij­de van de kis­ten, bevond zich aan de oos­te­lij­ke zij­de op onge­veer 1.10 m + NAP. Aan de wes­te­lijk zij­de bevond het vlak zich iets lager, op onge­veer 0.85 + NAP. Er teken­den zich der­tig hou­ten kis­ten in de bodem af. Op twee kis­ten na, waren alle dek­sels van de kis­ten met de uit­gra­ving en grond­werk­zaam­he­den al ver­dwe­nen. Van kist l leek het dek­sel dak­pan­vor­mig te zijn geweest. Het dek­sel bestond uit twee bre­de plan­ken die inge­klapt in de kist lagen. De inhoud van de kis­ten was opge­vuld met in de loop der tijd inge­speeld zand.

Tekening aan­ge­trof­fen gra­ven

De hoge grond­wa­ter­stand ver­oor­zaak­te ook dat enkel laag gele­gen kis­ten vol met water ston­den. De goe­de kwa­li­teit van het hout van de kis­ten doet ver­moe­den dat de grond­wa­ter­stand niet erg vari­a­bel was. Ook bevon­den zich op het ter­rein twee inge­gra­ven hou­ten ton­nen die aan de hand van het erin aan­ge­trof­fen aar­de­werk, geda­teerd kon­den wor­den in het mid­den van de 18e eeuw. De ton­nen had­den dus geen rela­tie met de begraaf­plaats maar behoor­den bij de later op het geë­ga­li­seer­de kloos­ter­ter­rein gebouw­de bur­ger­lij­ke hui­zen. De kis­ten waren alle oost-west gericht inge­gra­ven. De begra­vin­gen waren in zeven noord-zuid lopen­de rij­en geplaatst. De rij­en zijn op de teke­ning aan­ge­ge­ven.

Zo zorg­vul­dig als moge­lijk was, zijn de ske­let­ten per graf ver­za­meld en gead­mi­ni­streerd. Hier en daar is een graf wat schoon­ge­maakt en zijn detailfoto’s geno­men, dit is door tijd­ge­brek niet bij elk graf moge­lijk geweest. Klein bot­ma­te­ri­aal van han­den en voe­ten is niet apart ver­za­meld. De hou­ding van de over­le­de­nen is niet gede­tail­leerd opge­te­kend omdat voor ont­rui­ming de ske­let­ten niet uit-gepre­pa­reerd zijn. Door het snel­le hand­ma­tig ver­za­me­len kun­nen ske­leton­der­de­len ver­lo­ren zijn gegaan. Een wer­ke­lij­ke opgra­ving is der­hal­ve niet uit­ge­voerd.

Enkele gra­ven

Beoordeling resul­ta­ten

De een­en­der­tig begra­vin­gen van de Varkenmarkt maken dui­de­lijk deel uit van een gro­te­re begraaf­plaats of kerk­hof die klaar­blij­ke­lijk behoor­de tot het Gorcumse min­der­broe­der­kloos­ter waar ook bur­gers wer­den begra­ven. Eerdere vond­sten van begra­vin­gen op het hui­di­ge plein van de Varkenmarkt en ver­der naar het zui­den onder het bank­ge­bouw aan de Bloempotsteeg doen ver­moe­den dat er of spra­ke was van een gro­te­re begraaf­plaats of van mini­maal twee dicht bij elkaar gele­gen klei­ne­re doden­ak­kers. Ten tij­de van het kloos­ter wer­den per­so­nen zowel in de kerk als in de kloos­ter­tuin of hof begra­ven. De onder­zoch­te begra­vin­gen lij­ken in een open ruim­te begra­ven te zijn aan­ge­zien er geen res­ten zijn gevon­den van een kerk­ge­bouw of kloos­ter­om­gang. Er zijn geen graf­ste­nen of zer­ken gevon­den. De gra­ven zul­len een­vou­dig gemar­keerd zijn geweest met een hou­ten kruis of naam­plank. Enkele gra­ven over­snij­den ande­re wat aan­geeft dat de begraaf­plaats waar­schijn­lijk gedu­ren­de de hele kloos­ter­pe­ri­o­de in gebruik is geweest. De plaat­sen van de gra­ven waren zeker niet gefixeerd. De loca­ties waren alleen bij bena­de­ring bekend, moge­lijk door de posi­ti­o­ne­ring in rij­en. Vooral na het ver­dwij­nen van de graf­te­kens kon­den slor­dig­he­den optre­den en oude­re rust­plaat­sen geraakt wor­den. Dit ver­klaart gedeel­te­lijk de aan­we­zig­heid van lege en ver­rom­mel­de gra­ven. Toch kan het voor­ko­men van de geï­so­leer­de ver­rom­mel­de gra­ven en het lege graf niet direct ver­klaard wor­den. Het geor­den­de patroon in dui­de­lij­ke noord-zuid gerich­te rij­en geeft geen aan­wij­zing over de gro­te van de begraaf­plaats. Duidelijk is wel dat de begra­vin­gen zich ver­der onder de hui­di­ge bebou­wing uit­strek­ken.

Zes ske­let­ten wer­den nader onder­zocht.1 Het bleek dat mini­maal twee van alle aan­ge­trof­fen indi­vi­du­en vrou­we­lijk waren. Op het eer­ste gezicht leek dit een vreem­de con­clu­sie. Maar vaak was een deel van een kloos­ter­ter­rein ook inge­richt voor de gra­ven van bur­gers, waar­schijn­lijk wel strikt geschei­den van de begraaf­plaats van de over­le­den bewo­ners van het kloos­ter.

Ook in de kerk van het kloos­ter wer­den bur­gers begra­ven : een zeke­re Adriaan Jans van Heijnsberg lega­teer­de op 21 mei 1533 aan de min­der­broe­ders 14 gul­dens, mits hij begra­ven werd in hun kerk.2

Conclusies
De aan­ge­trof­fen begra­vin­gen aan de Varkenmarkt maken deel uit van een gro­te­re begraaf­plaats die zich maxi­maal uit­strek­te van de noord­zij­de van de Varkenmarkt tot aan de Bloempotsteeg. Ze kun­nen geda­teerd wor­den tus­sen 1454 en 1572. Alle begra­vin­gen waren met het hoofd naar het wes­ten gericht. De begraaf­plaats was geor­dend in noord-zuid ver­lo­pen­de rij­en die waar­schijn­lijk in een open ruim­te lagen en niet bin­nen een kerk­ge­bouw of kloos­ter­gang. Hoewel er spra­ke was van een min­der­broe­der­kloos­ter tonen de begra­vin­gen van min­stens twee vrou­wen aan dat het ter­rein ook voor begra­vin­gen van leken beschik­baar was.

De onder­zoch­te begra­vin­gen zijn wegens tijd­ge­brek haas­tig gebor­gen. Veel details, voor­al met betrek­king tot het begra­fe­nis­ri­tu­eel kon­den niet vast­ge­steld wor­den. Het ver­dient aan­be­ve­ling om bij toe­kom­sti­ge ingre­pen in de bodem rond de Varkenmarkt, hoe beperkt ook, arche­o­lo­gisch onder­zoek te ver­rich­ten.

Foto’s

Publicaties

Broeken, A. (2006)
Gorcumse bodem­schat­ten. Archeologische speur­tocht naar de geschie­de­nis van de Arkelstad, Gorcumse Monumentenreeks 15, Gorinchem, p. 16 – 25.
Flipbook | PDF (3 MB)

Floore, P.M., A.J. Busch & H. Strattmann (1998)
Archeologisch onder­zoek van de begraaf­plaats van het Minderbroedersklooster aan de Varkenmarkt te Gorinchem (Zuid-Holland), Rotterdam.
Flipbook | PDF (0,77 MB)

Maat, G.J.R. & R. W. Mastwijk (2000)
Alvusion Injuries of Vertebral Endplates, in : International Journal of Osteoarchaeology 10, New York, p. 142 – 152.
Flipbook | PDF (2 MB)

Media

08-05-1996 Gorcumse Courant
Resten gevon­den bij graaf­werk­zaam­he­den Stadsherstel, gra­ven van min­der­broe­ders op Varkenmarkt
Bij de bouw­werk­zaam­he­den van de Stichting Stadsherstel aan de Varkenmarkt wer­den de stof­fe­lij­ke res­ten gevon­den van cir­ca der­tig fran­cis­ca­nen die leef­den en werk­ten in Gorinchem.
Lees meer…

07-05-1996 Kompas Aktief
Gorcum geeft his­to­rie prijs
Tot en met van­daag halen arche­o­lo­gen hun hart op ; de Blijenhoek en de Varkenmarkt geven de ont­staans­ge­schie­de­nis van de Arkelstad prijs. Gorinchem is niet lang­zaam gegroeid, maar in kor­te tijd uit de grond gestampt.
Lees meer…

02-05-1996 De Dordtenaar
Skeletten mon­ni­ken gevon­den in Gorcum, bij reno­va­tie pan­den Varkenmarkt
Bij de reno­va­tie van vier pan­den aan de Varkenmarkt in Gorinchem is de begraaf­plaats van een voor­ma­lig fran­cis­ca­nen- of min­der­broe­der­kloos­ter bloot­ge­legd. Eind vori­ge week wer­den de eer­ste kis­ten met ske­let­ten gevon­den en sinds­dien zijn er 31 gra­ven geruimd.
Lees meer…

Metadata

 

Archisnummer(s):33765 (onder­zoek 25160)
Topografische Kaart :38G
Coördinaten :126.580/427.052 (cen­trum)
Toponiem :Varkenmarkt ; Minderbroederklooster begraaf­plaats
Plaats :Gorinchem
Gemeente :Gorinchem
Provincie :Zuid-Holland
Type onder­zoek :Archeologische (nood) opgra­ving
Uitvoerder :P.M. Floore, Rotterdam
Projectleider :P.M. Floore, Rotterdam
Opdrachtgever :Gemeente Gorinchem
Bevoegd gezag :Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, Amersfoort
Aanvang onder­zoek :27 – 29 april 1996
Vondsten & docu­men­ta­tie :Archeologisch depot gemeen­te Gorinchem
DANS :-

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.