Een stem uit het ver­le­den

GORINCHEM – Het is maar een paar cen­ti­me­ter lang, gemaakt van mes­sing en beschil­derd met rode figuur­tjes die nog het meest aan Fran­se lelies doen den­ken. Arche­o­loog Mar­tin Veen van de Werk­groep Arche­o­lo­gie van de gemeen­te Gorin­chem houdt het koker­tje voor­zich­tig tus­sen duim en wijs­vin­ger. Het klei­nood lag onder een negen­tien­de eeuw­se tegel, die werd aan­ge­trof­fen tij­dens de zoek­tocht naar het Hof van Van Arkel. Bewust ver­stopt, zeer waar­schijn­lijk tij­dens een ver­bou­wing van een woning.

Het is bekend dat men­sen soms tij­dens de bouw een per­soon­lij­ke bood­schap in hun nieu­we huis ver­stop­ten. Het koker­tje dat we heb­ben gevon­den, is daar zelfs spe­ci­aal voor bedoeld”, zegt Veen. “De vraag is alleen wat die Gor­cu­mer heeft bezield.”

19de eeuws kokertje met een persoonlijke boodschap?

Een ant­woord op die vraag ligt wel­licht in het ver­schiet. Want de motie­ven van de 19e eeuw­se stads­be­wo­ner staan op schrift. Toen het koker­tje na de vondst Werd open­ge­maakt, viel er een piep­klein stuk­je papier uit. Na het schrij­ven keu­rig opge­rold en in het buis­je gescho­ven. De tand des tijds knab­bel­de ech­ter aan het papier, waar­door het een ineen­ge­from­meld rol­le­tje werd. “Het is nu te nat om open te vou­wen, dan scheurt het papier geheid”, zegt Veen.

Dan maar wach­ten tot­dat het is gedroogd ? “Als we er dan aan gaan zit­ten from­me­len, zou het best wel eens gewoon kun­nen ver­pul­ve­ren in onze vin­gers. Née, dat wordt ervan afblij­ven. Het gaat naar een papier res­tau­ra­tor. We hopen dat die het kan con­ser­ve­ren.”

Wat  zou de Gor­cu­mer heb­ben opge­schre­ven ? “Daar is ieder­een hier nieuws­gie­rig naar”, zegt Veen. De pro­fes­si­o­nals en de vrij­wil­li­gers heb­ben het er al uit­ge­breid over gehad. Een per­soon­lij­ke bood­schap, vraag de men­sen er een te schrij­ven en ze zijn alle­maal ver­schil­lend. His­to­risch gezien is het koker­tje niet heel bij­zon­der, maar juist dat brief­je, die stem uit het ver­le­den, maakt het tot een leuk mys­te­rie.”

De mees­te vond­sten in de opgra­ving aan de Krijt­straat vor­men geen mys­te­rie. Vrij­wel alles wat uit de aar­de tevoor­schijn komt, kan wor­den benoemd. Tij­dens de speur­tocht naar de his­to­ri­sche stads­wo­ning uit de veer­tien­de eeuw, wer­den diver­se beer­put­ten aan­ge­trof­fen. Hier­in ver­dween behal­ve etens­res­ten ook gebro­ken ser­vies­goed. Bak­ken vol scher­ven zijn inmid­dels afge­voerd om later te wor­den geres­tau­reerd.

Daar zit­ten trou­wens ook bij­zon­de­re din­ge­tjes tus­sen. Zo heb­ben we stuk­jes  veer­tien­de eeuws glas aan­ge­trof­fen. Glas was in die tijd erg duur en echt een luxe pro­duct dat alleen betaal­baar was voor de rij­ken. En we heb­ben een stuk van een apar­te kruik gevon­den, een­tje met alle­maal klei­ne gezicht­jes op de hals. Zoiets heb­ben we in Gorin­chem nog niet eer­der aan­ge­trof­fen. Nu hopen we alleen de rest ook nog boven te halen, want zeer waar­schijn­lijk is deze kruik tij­dens de graaf­werk­zaam­he­den per onge­luk gesneu­veld.”

Anja Broe­ken
6 sep­tem­ber 2002
De Dord­te­naar

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.