---
title: Groote Haar (2015)
date: 2018-11-25T05:12:38Z
modified: 2024-05-12T06:07:41Z
permalink: "https://www.archeologiegorinchem.com/projectenoverzicht/groote-haar-2015/"
type: page
status: publish
excerpt: ""
wpid: 6543
featured_image: /wp-content/uploads/2018/11/Grote-Haar-Gorinchem-1-scaled.jpg
featured_image_alt: Gorinchem de Grote Haar in 2018, foto Toos Busch
parent: 335
ancestors:
  - 335
children: []
timestamp: 2024-05-12T06:07:41Z
tags: []
---

## Onder­zoek

[![De Grote Haar in 2018.](https://www.archeologiegorinchem.com/wp-content/uploads/2018/11/Grote-Haar-Gorinchem-1-900x675.jpg "Foto Toos Busch")

](https://www.archeologiegorinchem.com/wp-content/uploads/2018/11/Grote-Haar-Gorinchem-1.jpg)De Groote Haar in 2018.



**Voor de aan­leg van de ont­slui­tings­weg naar het geplande bedrij­ven­ter­rein Groote Haar ten noor­den van Gorin­chem werd door Arche­o­dienst BV in novem­ber 2015 op deze loca­tie een uit­ge­breid bureau- en boor­on­der­zoek uitgevoerd.**

Op grond van de resul­ta­ten van het boor­on­der­zoek acht Arche­o­dienst een ver­volg­on­der­zoek nood­za­ke­lijk in ver­schil­lende delen van het gebied als er die­per wordt gegra­ven dan aan­ge­ge­ven in figuur 1.

Op basis van de resul­ta­ten van het boor­on­der­zoek blij­ven zones over die een (middel)hoge ver­wach­ting behou­den. Ook is een deel van het plan­ge­bied niet onder­zocht, waar moge­lijk ook nog (mid­del) hoge ver­wach­tings­zo­nes voorkomen.

[![Groote Haar figuur 1.](https://www.archeologiegorinchem.com/wp-content/uploads/2018/11/Groote-Haar-2015-tekening-klein.jpg "Tekening Archeodienst b.v.")

](https://www.archeologiegorinchem.com/wp-content/uploads/2018/11/Groote-Haar-2015-tekening-klein.jpg)Figuur 1.



De (middel)hoge ver­wach­ting ter plaatse van de (oevers van) [cre­vas­ses](https://nl.wikipedia.org/wiki/Crevasse_(afzetting)) geldt voor de peri­ode Meso- en Neo­li­thi­cum. Aan­ge­zien de even­tu­ele res­ten uit het Meso- en Neo­li­thi­cum ver­wacht wor­den, wordt een kar­te­rend boor­on­der­zoek uit­ge­voerd voor mid­del­grote tot grote neder­zet­tin­gen uit de steen­tijd die zich ken­mer­ken door een arche­o­lo­gi­sche laag door mid­del van methode B2 uit de lei­draad kar­te­rend onder­zoek 5**Tol, A.J., J.W.H.P. Ver­ha­gen, M. Ver­brug­gen, (2012)**  _Lei­draad inven­ta­ri­se­rend veld­on­der­zoek ver­sie 2.0. Deel : kar­te­rend boor­on­der­zoek_, Gouda (SIKB uit­gave). Deze methode omvat borin­gen in een grid van 20 x 25 met een guts met een door­snede van 3 cm.
 Bij­ko­mend voor­deel is dat de al gezette borin­gen dezelfde boor­di­a­me­ter heb­ben en het grid van 20 x 25 m over het gebruikte grid van 40 x 50 te leg­gen is. Hier­door hoe­ven alleen extra borin­gen gezet te wor­den (vier rondom een boring met een bodem) en bestaande boor­lo­ca­ties niet opnieuw uit­ge­voerd te worden.

## Donk

Als bij deze vier borin­gen die­per dan de aan­ge­ge­ven diep­tes gegra­ven wordt of het plan­ge­bied tot de maxi­male ont­gra­vings­diepte onder­zocht dient te wor­den, wordt ver­volg­on­der­zoek aan­be­vo­len. Het advies is om rondom die 4 borin­gen het bodem­ni­veau uit te kar­te­ren en te bepa­len of er aan­wij­zin­gen zijn voor een arche­o­lo­gi­sche vind­plaats con­form boven­staande methode. Dit bete­kent dat er mini­maal 16 kar­te­rende borin­gen nodig zijn (4 borin­gen per borin­gen met een bodem­ni­veau). Als in een van de kar­te­rende borin­gen een bodem­ni­veau voor­komt dient rondom die zone de kar­te­ring ver­volgd te wor­den net zolang tot­dat geen bodem­ni­veaus meer wor­den aangetroffen.

Op basis van de resul­ta­ten van het boor­on­der­zoek kan nog geen betrouw­bare uit­spraak wor­den gedaan over de arche­o­lo­gi­sche ver­wach­ting ter plaatse van de donk en de loca­tie met his­to­ri­sche bebouwing.

[![Groote Haar figuur 2](https://www.archeologiegorinchem.com/wp-content/uploads/2018/11/Groote-Haar-2015-archeologische-informatie-klein-900x609.jpg "Tekening Archeodienst b.v.")

](https://www.archeologiegorinchem.com/wp-content/uploads/2018/11/Groote-Haar-2015-archeologische-informatie-groot.jpg)Figuur 2.



Van de 8 borin­gen met een bodem­ni­veau zijn er 4 borin­gen (26, 185, 278 en 280) waar­bij het poten­ti­ële arche­o­lo­gi­sche niveau bin­nen (de buf­fer­zone van) de maxi­male ont­gra­vings­diepte ligt.

Bij de donk zou een even­tu­eel arche­o­lo­gisch niveau dicht aan het maai­veld kun­nen lig­gen en wor­den naast neder­zet­tin­gen ook kam­pjes van jagers ver­za­me­laars (vuur­steen vind­plaats) ver­wacht. Om een mid­del­grote vuur­steen­vind­plaats aan te tref­fen met een matig hoge vondst­dicht­heid wordt gead­vi­seerd om borin­gen met een dia­me­ter van 12 cm te zet­ten in een boor­grid van 13 x 15 m. Het opge­boorde rivier­duin sedi­ment wordt ver­vol­gens gezeefd over 3 mm (methode A36**Tol, A.J., J.W.H.P. Ver­ha­gen, M. Ver­brug­gen, (2012)**  _Lei­draad inven­ta­ri­se­rend veld­on­der­zoek ver­sie 2.0. Deel : kar­te­rend boor­on­der­zoek_, Gouda (SIKB uit­gave)). Tus­sen boring 302 en 303 zit een afstand van 50 m en de werk­strook is hier 20 m breed. Gead­vi­seerd wordt om eerst na te gaan met 2 ver­ken­nende borin­gen of er een bodem­ni­veau aan­we­zig is. Indien er een bodem­ni­veau aan­we­zig is bin­nen 1,8 m (max. ont­gra­vings­diepte + 30 cm buf­fer) wordt gead­vi­seerd de donk uit te kar­te­ren con­form boven­staande methode. Dit zou dan resul­te­ren in maxi­maal 5 kar­te­rende borin­gen. Aan­ge­zien de donk al is opge­no­men in het ont­werp voor de op- en afrit wordt de kans klein geacht dat plan­aan­pas­sing moge­lijk is.

## Advies

Als rondom de his­to­ri­sche bebou­wing werk­zaam­he­den plaats­vin­den dan wordt gead­vi­seerd om een raai van drie ver­ken­nende borin­gen te zet­ten. Eén in het mid­den van de ver­wachte bebou­wing (erf van ca. 20 m breed) en een boring 30 m ten oos­ten en wes­ten langs het pad. Zo kan nage­gaan wor­den of de bodem­op­bouw ter plaatse van de ver­wachte bebou­wing afwijkt van de omlig­gende regio. Indien de bodem­op­bouw gelijk is zal de aan­leg van het pad het arche­o­lo­gi­sche niveau ver­stoord heb­ben. Als de bodem­op­bouw afwijkt, is dit een indi­ca­tie dat er nog arche­o­lo­gi­sche res­ten kun­nen zitten.

Een groot deel aan de oost­zijde van het plan­ge­bied kon niet onder­zocht wor­den van­wege het ont­bre­ken van betre­dings­toe­stem­ming. Als deze zone nodig blijkt voor de ont­wik­ke­ling van de ont­slui­tings­weg wordt daar als­nog gead­vi­seerd een ver­ken­nend boor­on­der­zoek uit te voe­ren als er graaf­werk­zaam­he­den plaats­vin­den die die­per gaan dan 1,0 m –mv.

Daar­naast wordt erop gewe­zen dat in het boven­staande advies is uit­ge­gaan van een maxi­male ont­gra­vings­diepte van 1,5 m. Wan­neer die­pere graaf­werk­zaam­he­den nodig zijn dan zal de nood­zaak voor aan­vul­lend arche­o­lo­gisch onder­zoek moe­ten wor­den getoetst aan de advieskaart.



## Publi­ca­tie



| [![Klooster, E. van der (2015) Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek verkennende fase. Ontsluitingsweg naar het bedrijventerrein Groote Haar in Gorinchem, Archeodienst Rapport 781, Zevenaar.](https://www.archeologiegorinchem.com/wp-content/uploads/2019/03/2015_klooster.jpg)

](https://www.archeologiegorinchem.com/wp-content/uploads/2017/05/3976415100_Groote_Haar-Ontsluitingsweg_BOIVO-V_Eindrapport-definitief_v1-3_EK_2015-12-16.pdf) | **Klooster, E. van der (2015)** Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek verkennende fase. Ontsluitingsweg naar het bedrijventerrein Groote Haar in Gorinchem, _Archeodienst Rapport 781_, Zevenaar. <a class="_3d-flip-book fb3d-link-lightbox-mode" data-book-template="default" data-cols="3" data-id="6547" data-lightbox="dark" data-mode="link-lightbox" data-page-n="0" data-pdf="" data-tax="null" data-template="search-book-view" data-thumbnail="" data-title="false" data-trigger="" data-urlparam="fb3d-page">Flipbook</a> \ | [PDF](https://www.archeologiegorinchem.com/wp-content/uploads/2017/05/3976415100_Groote_Haar-Ontsluitingsweg_BOIVO-V_Eindrapport-definitief_v1-3_EK_2015-12-16.pdf) (6,6 MB) |
| --- | --- | --- |



## Met­a­data





 

 

\[table id=83 /\]