Groote Haar (2015)

Onder­zoek

Gorinchem de Grote Haar in 2018, foto Toos Busch

De Gro­te Haar in 2018, foto Toos Bus­ch.

Voor de aan­leg van de ont­slui­tings­weg naar het geplan­de bedrij­ven­ter­rein Groote Haar ten noor­den van Gorin­chem werd door Arche­o­dienst BV in novem­ber 2015 op deze loca­tie een uit­ge­breid bureau- en boor­on­der­zoek uit­ge­voerd.

Op grond van de resul­ta­ten van het boor­on­der­zoek acht Arche­o­dienst BV een ver­volg­on­der­zoek nood­za­ke­lijk in ver­schil­len­de delen van het gebied als er die­per wordt gegra­ven dan aan­ge­ge­ven in figuur 1.

Op basis van de resul­ta­ten van het boor­on­der­zoek blij­ven zones over die een (middel)hoge ver­wach­ting behou­den. Ook is een deel van het plan­ge­bied niet onder­zocht, waar moge­lijk ook nog (middel)hoge ver­wach­tings­zo­nes voor­ko­men.

Groote Haar 2015 Gorinchem tekening maximale ontgravingsdiepte en ligging van crevasses op basis van het booronderzoek

Figuur 1.

De (middel)hoge ver­wach­ting ter plaat­se van de (oevers van) cre­vas­ses geldt voor de peri­o­de Meso- en Neo­li­thi­cum. Aan­ge­zien de even­tu­e­le res­ten uit het Meso- en Neo­li­thi­cum ver­wacht wor­den, wordt een kar­te­rend boor­on­der­zoek uit­ge­voerd voor mid­del­gro­te tot gro­te neder­zet­tin­gen uit de steen­tijd die zich ken­mer­ken door een arche­o­lo­gi­sche laag door mid­del van metho­de B2 uit de lei­draad kar­te­rend onder­zoek 1. Deze metho­de omvat borin­gen in een grid van 20 x 25 met een guts met een door­sne­de van 3 cm.
Bij­ko­mend voor­deel is dat de al gezet­te borin­gen dezelf­de boor­di­a­me­ter heb­ben en het grid van 20 x 25 m over het gebruik­te grid van 40 x 50 te leg­gen is. Hier­door hoe­ven alleen extra borin­gen gezet te wor­den (vier rond­om een boring met een bodem) en bestaan­de boor­lo­ca­ties niet opnieuw uit­ge­voerd te wor­den.

Als bij deze vier borin­gen die­per dan de aan­ge­ge­ven diep­tes gegra­ven wordt of het plan­ge­bied tot de maxi­ma­le ont­gra­vings­diep­te onder­zocht dient te wor­den, wordt ver­volg­on­der­zoek aan­be­vo­len. Het advies is om rond­om die 4 borin­gen het bodem­ni­veau uit te kar­te­ren en te bepa­len of er aan­wij­zin­gen zijn voor een arche­o­lo­gi­sche vind­plaats con­form boven­staan­de metho­de. Dit bete­kent dat er mini­maal 16 kar­te­ren­de borin­gen nodig zijn (4 borin­gen per borin­gen met een bodem­ni­veau). Als in een van de kar­te­ren­de borin­gen een bodem­ni­veau voor­komt dient rond­om die zone de kar­te­ring ver­volgd te wor­den net zolang tot­dat geen bodem­ni­veaus meer wor­den aan­ge­trof­fen.

Op basis van de resul­ta­ten van het boor­on­der­zoek kan nog geen betrouw­ba­re uit­spraak wor­den gedaan over de arche­o­lo­gi­sche ver­wach­ting ter plaat­se van de donk en de loca­tie met his­to­ri­sche bebou­wing.

Groote Haar Gorinchem (2015) archeologische informatie

Figuur 2.

Van de 8 borin­gen met een bodem­ni­veau zijn er 4 borin­gen (26, 185, 278 en 280) waar­bij het poten­ti­ë­le arche­o­lo­gi­sche niveau bin­nen (de buf­fer­zo­ne van) de maxi­ma­le ont­gra­vings­diep­te ligt.

Bij de donk zou een even­tu­eel arche­o­lo­gisch niveau dicht aan het maai­veld kun­nen lig­gen en wor­den naast neder­zet­tin­gen ook kam­pjes van jagers ver­za­me­laars (vuur­steen vind­plaats) ver­wacht. Om een mid­del­gro­te vuur­steen­vind­plaats aan te tref­fen met een matig hoge vondst­dicht­heid wordt gead­vi­seerd om borin­gen met een dia­me­ter van 12 cm te zet­ten in een boor­grid van 13 x 15 m. Het opge­boor­de rivier­duin sedi­ment wordt ver­vol­gens gezeefd over 3 mm (metho­de A32). Tus­sen boring 302 en 303 zit een afstand van 50 m en de werk­strook is hier 20 m breed. Gead­vi­seerd wordt om eerst na te gaan met 2 ver­ken­nen­de borin­gen of er een bodem­ni­veau aan­we­zig is. Indien er een bodem­ni­veau aan­we­zig is bin­nen 1,8 m (max. ont­gra­vings­diep­te + 30 cm buf­fer) wordt gead­vi­seerd de donk uit te kar­te­ren con­form boven­staan­de metho­de. Dit zou dan resul­te­ren in maxi­maal 5 kar­te­ren­de borin­gen. Aan­ge­zien de donk al is opge­no­men in het ont­werp voor de op- en afrit wordt de kans klein geacht dat plan­aan­pas­sing moge­lijk is.

Als rond­om de his­to­ri­sche bebou­wing werk­zaam­he­den plaats­vin­den dan wordt gead­vi­seerd om een raai van drie ver­ken­nen­de borin­gen te zet­ten. Eén in het mid­den van de ver­wach­te bebou­wing (erf van ca. 20 m breed) en een boring 30 m ten oos­ten en wes­ten langs het pad. Zo kan nage­gaan wor­den of de bodem­op­bouw ter plaat­se van de ver­wach­te bebou­wing afwijkt van de omlig­gen­de regio. Indien de bodem­op­bouw gelijk is zal de aan­leg van het pad het arche­o­lo­gi­sche niveau ver­stoord heb­ben. Als de bodem­op­bouw afwijkt, is dit een indi­ca­tie dat er nog arche­o­lo­gi­sche res­ten kun­nen zit­ten.

Een groot deel aan de oost­zij­de van het plan­ge­bied kon niet onder­zocht wor­den van­we­ge het ont­bre­ken van betre­dings­toe­stem­ming. Als deze zone nodig blijkt voor de ont­wik­ke­ling van de ont­slui­tings­weg wordt daar als­nog gead­vi­seerd een ver­ken­nend boor­on­der­zoek uit te voe­ren als er graaf­werk­zaam­he­den plaats­vin­den die die­per gaan dan 1,0 m –mv.

Daar­naast wordt erop gewe­zen dat in het boven­staan­de advies is uit­ge­gaan van een maxi­ma­le ont­gra­vings­diep­te van 1,5 m. Wan­neer die­pe­re graaf­werk­zaam­he­den nodig zijn dan zal de nood­zaak voor aan­vul­lend arche­o­lo­gisch onder­zoek moe­ten wor­den getoetst aan de advies­kaart.

Publi­ca­tie

Kloos­ter, E. van der (2015)
Bureau­on­der­zoek en Inven­ta­ri­se­rend Veld­on­der­zoek ver­ken­nen­de fase. Ont­slui­tings­weg naar het bedrij­ven­ter­rein Groote Haar in Gorin­chem, Zeve­naar, Arche­o­dienst Rap­port 781.
Flip­book | PDF (6,6 MB)

Met­a­da­ta

 

Archisnummer(s):3976415100
Topo­gra­fi­sche kaart:38G
Coör­di­na­ten:125.990/432.024
126.220/431.062
125.668/429.934
125.330/430.029
Topo­niem:Het Oud­land; Pol­der Kort-Schei­wijk en Pol­der Lang-Schei­wijk; Hoge Gies­sen­pol­der.
Plaats:Gorin­chem, Hoog­blok­land, Hoor­naar
Gemeen­te:Gies­sen­lan­den, Gorin­chem
Pro­vin­cie:Zuid-Hol­land
Type onder­zoek:Bureau- en boor­on­der­zoek, ver­ken­nen­de fase (BO en IVO-V)
Uit­voer­der:Arche­o­dienst BV, Zeve­naar
Pro­ject­lei­der:Drs. W.S. van de Graaf
Opdracht­ge­ver:SAB
Bevoegd gezag:Gemeen­te Gorin­chem en gemeen­te Gies­sen­lan­den
Aan­vang onder­zoek:16 tot en met 26 novem­ber 2015
Docu­men­ta­tie:Arche­o­dienst BV, Zeve­naar
DANS:https://doi.org/10.17026/dans-xhy-78fd

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.