Van Arkel’s Oude Veste
In zijn boek “Van Arkel’s Oude Veste” uit 1898 beschrijft H.A. van Goch uitgebreid de geschiedenis van de stad Gorinchem en haar voornaamste gebouwen en instellingen. Hij besteedt veel aandacht aan het geslacht Van Arkel, dat nauw verbonden was met de vroege ontwikkeling van de stad. Van Goch ontkracht de mythische verhalen over de zeer oude oorsprong van de Arkels, die terug zou gaan tot de Trojanen of de vierde eeuw. Deze verhalen werden later verzonnen om het aanzien van de familie te verhogen. Waarschijnlijk stammen de Arkels in werkelijkheid af van de heren van de Lede. Gorinchem zou via de graaf van Bentheim in hun bezit zijn gekomen.
De Arkels waren aanvankelijk geen Hollandse edelen maar leenmannen van de Hollandse graaf. Door strategische huwelijken met aanzienlijke geslachten wisten ze hun status later wel te verhogen. Hun heerlijkheid bestond naast Gorinchem uit plaatsen als Hagestein, Leerdam, Schoonrewoerd, Arkel, Spijk, Dalem, Vuren, Herwijnen, Schelluinen en Hoornaar. Van Goch behandelt chronologisch de vroege stadsgeschiedenis van Gorinchem, die nauw verbonden was met de lotgevallen van het geslacht Van Arkel, vanaf het ontstaan van de nederzetting tot het einde van de heerschappij van de Arkelse heren in 1412.
Een en ander over de Gorkumsche schuttengilden en hun Doelen
Uittreksel uit het dagboek van den Heer Matthijs Snoeck Huibertszoon, in leven burgemeester van Gorinchem (geb. 22 sept. 1744, gest. 14 maart 1816