Gorin­chem stopt ritu­eel bad onder de grond, een mik­we tus­sen de hei­pa­len

GORINCHEM – Onder een beton­nen vloer en tus­sen de heil­pa­len bewaart Gorin­chem een bij­zon­der res­tant van de Jood­se gemeen­schap. die voor­al tij­dens de vori­ge eeuw in de stad een opbloei ken­de : een mik­weh, een ritu­eel bad waar­in de vrou­wen zich maan­de­lijks rei­nig­den. “Zo’n bad­plaats bewaar je het bes­te onder de grond”, aldus M.C.W. Veen van de Arche­o­lo­gi­sche Werk­groep Gorin­chem.

mikwe kwekelstraat gorinchem

Het mik­we wordt opnieuw begra­ven

Van de mik­weh is niets meer te zien. Het klei­ne bad­je, nog geen twee bij ander­hal­ve meter groot, ligt bedol­ven onder klei en ruw gesteen­te. Bouw­vak­kers stam­pen over het per­ceel heen om de aan­leg van een fun­da­ment voor een win­kel­cen­trum voor te berei­den.

Vori­ge week stuit­ten arche­o­lo­gen uit Gorin­chem op de mik­weh. Hele­maal onver­wacht was dat niet : ze wis­ten dat op de loca­tie aan de Kwe­kel­straat in het ver­le­den een syna­go­ge had gestaan. Uit het bestek bleek dat er bij de con­sis­to­rie een ingang was gemaakt om naar het bad­plaats­je af te dalen. Maar waar het zich pre­cies bevond, was onbe­kend.

Na de vondst is onmid­del­lijk over­leg gevoerd tus­sen de arche­o­lo­gi­sche werk­groep, het gemeen­te­be­stuur, een ver­te­gen­woor­di­ging van de klei­ne Jood­se gemeen­schap in Gorin­chem en de pro­ject­ont­wik­ke­laar, ING Vast­goed. “We heb­ben beslo­ten de mik­weh in de bodem te laten, niet op dezelf­de plek, maar enke­le meters ervan­daan, omdat anders de fun­de­ring er dwars door­heen zou lopen”, aldus Veen.

Een bete­re plaats is niet denk­baar, vindt de arche­o­loog. ‘Er is nog over­wo­gen om het mik­weh onder een glas­plaat te leg­gen, zodat zij zicht­baar is voor het win­ke­lend publiek. Maar daar heb­ben we toch van afge­zien. Het is kost­baar en het past boven­dien niet bij het intie­me karak­ter van het bad.”

In de Jood­se tra­di­tie nemen vrou­wen na hun men­stru­a­tie een rei­ni­gings­bad. Ook een bruid dom­pelt zich kort voor de huwe­lijks­dag onder. Na elk gebruik wordt het water ver­schoond. In de syna­go­ge van Gorin­chem werd het water met een zwen­gel­pomp opge­haald. Ove­ri­gens is de pomp ook door de werk­groep gevon­den.

De Jood­se gemeen­schap in Gorin­chem bloei­de voor­al in de negen­tien­de eeuw. Voor de 130 leden werd in 1841 een sjoel (syna­go­ge) gebouwd. Ernaast ver­rees een school en ook deed de kil­le (gemeen­te) veel aan armen­zorg. Na de eeuw­wis­se­ling liep het bezoe­kers­aan­tal terug. De 95 zit­plaat­sen, waar­van 35 op de vrou­wen­ga­le­rij, waren tij­dens de dien­sten bij lan­ge na niet meer gevuld. Tij­dens de Twee­de Wereld­oor­log werd de gemeen­te gemi­ni­ma­li­seerd.

De syna­go­ge werd in 1958 afge­bro­ken. Van het inte­ri­eur is nau­we­lijks iets bewaard geble­ven. Veen : “Om de her­in­ne­ring aan de Jood­se gemeen­schap toch levend te hou­den, wil­len we in de gevel van een van de win­kels een pla­quet­te aan­bren­gen.”

Ove­ri­gens is het niet uit­ge­slo­ten dat in Gorin­chem nog een mik­weh opduikt. De Jood­se gemeen­schap besloot in 1902 een woning naast de syna­go­ge te bou­wen. Daar­in ver­ble­ven drie fami­lies. In dat huis werd ook een nieu­we mik­weh aan­ge­bracht. “Het pand staat er nog steeds”, aldus Veen. “Wat er met de mik­weh is gebeurd, weet ik niet. Wel­licht bevindt het bad zich onder een hou­ten vloer.”

Refor­ma­to­risch Dag­blad
17 maart 2000

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.