Onzicht­ba­re spo­ren zijn waar­de­vol

Duimkrabbers, vuursteen

Duim­krab­bers, vuur­steen

GORINCHEM – We kun­nen alleen maar raden wat er pre­cies ver­bor­gen ligt in de Dalem­se donk. Maar dat er in de nieu­we steen­tijd al men­sen woon­den, staat als een paal boven water.
Bij de ont­dek­king van deze woon­heu­vel in 2001 was van meet af aan dui­de­lijk dat we op iets bij­zon­ders waren gestuit.”
Wie­te­ke van Hul­ten van de gemeen­te Gorin­chem was niet ver­rast door het nieuws dat de donk in de nieuw­bouw­wijk in Oost in de loop van dit jaar de sta­tus van rijks­mo­nu­ment krijgt. Ze heeft al jaren con­tact met de Rijks­dienst voor Arche­o­lo­gie, Cul­tuur­land­schap en  Monu­men­ten (RACM).
”Van­af het moment dat we de ont­dek­king van de donk meld­den, liet de dienst al door­sche­me­ren dat ze deze zeker het bescher­men waard vond. Dat gaat nu dus ook echt gebeu­ren,” zegt Van Hul­ten die onder meer belast is met monu­men­ten­zorg in Gorin­chem.

Als de Arkel­stad geen nieuw­bouw­plan­nen had gehad voor het gebied tus­sen de Mer­we­dedijk en de Van Andel Spruyt­laan was de Dalem­se donk nooit ont­dekt. Des­kun­di­gen dach­ten dat ze alle don­ken in de Alblas­ser­waard – zo’n zeven­tig in totaal – al in kaart had­den gebracht. De ver­ba­zing was dan ook groot toen arche­o­lo­gisch bodem­on­der­zoek ineens spo­ren uit de nieu­we steen­tijd  (Neo­li­thi­cum, 5300–2000 voor Chris­tus) prijs­gaf.

In de bodem­mon­sters die arche­o­lo­gen namen met het oog op de bouw­plan­nen zaten opval­lend veel minus­cu­le spo­ren die op bewo­ning duid­den. Zij ont­dek­ten onder meer gra­ten van vis­sen die dui­de­lijk waren bereid in een vuur, gruis van aar­de­werk en klei­ne stuk­jes vuur­steen. De Dalem­se donk is niet te her­ken­nen in het land­schap, in tegen­stel­ling tot de don­ken ten noor­den van Gorin­chem – bij Hoor­naar en Hoog­blok­land. Deze lig­gen als een een soort heu­vel­tjes in het land­schap.

In de nieu­we steen­tijd waren don­ken rivier­dui­nen, omge­ven door een moe­ras­sig gebied.
Door de lig­ging waren ze bij uit­stek plek­ken die geschikt waren voor bewo­ning: “We heb­ben de plan­nen voor de bouw van woon­wijk De Don­ken  aan­ge­past op de vondst. Oor­spron­ke­lijk had­den we  in het gebied woning­bouw gepland,” zegt Van Hul­ten.

Gorin­chem is niet de eni­ge gemeen­te die zo’n bij­zon­de­re vind­plaats heeft inge­past in bouw­plan­nen, weet Ben de Vries, woord­voer­der van de RACM. “In Leid­sche Rijn volgt een Romein­se weg voor een deel zijn oor­spron­ke­lij­ke spoor. De ech­te weg ligt natuur­lijk ver­bor­gen onder de grond, maar de con­tou­ren zijn zicht­baar gemaakt.” De Vries kan zich voor­stel­len dat niet ieder­een begrijpt waar­om de rijks­dienst onzicht­ba­re monu­men­ten wil bescher­men. “Je kunt iets wat niet direct zicht­baar is wel onder de aan­dacht bren­gen. Daar­mee maak je men­sen ook bewust van de waar­de van het cul­tu­reel erf­goed dat Neder­land rijk is.” Het meren­deel van de onzicht­ba­re monu­men­ten stamt uit de tijd van de Romei­nen.

Op zich is dit logisch. In de cir­ca twee­hon­derd jaar dat de Romei­nen over een groot deel van Euro­pa heer­sten, heb­ben ze dui­de­lijk hun stem­pel gedrukt op hun leef­om­ge­ving. Die spo­ren heb­ben veel­vul­dig aan­ge­trof­fen en die mogen we ook laten terug­zien in ons monu­men­ten­be­stand. De belang­rijk­ste afwe­ging voor de lijst is het his­to­risch belang  geweest: Wat vin­den we echt belang­rijk om te bewa­ren voor ons nage­slacht? De donk bij Gorin­chem is zeker van gro­te his­to­ri­sche waar­de, zelfs nu we nog niet exact kun­nen zien wat er pre­cies ver­bor­gen ligt,” bena­drukt hij.
Van Hul­ten sluit niet uit dat in de toe­komst de donk zijn gehei­men prijs­geeft. “Onder­zoeks­tech­nie­ken ont­wik­ke­len zich nog steeds. Wie weet kun­nen we over vijf­tig jaar zien wat er begra­ven ligt zon­der dat we daad­wer­ke­lijk  gaan gra­ven. Als we nu een spa­de in de grond ste­ken, ver­nie­ti­gen we moge­lijk meer dan we ont­dek­ken. Dat is een bewus­te keu­ze.”

Gorin­chem heeft kun­ste­naars Adam Dick­son en Merel Mei­nen in de arm geno­men om de Dalem­se donk in de nieuw­bouw­wijk zicht­baar te maken. Ze ver­beel­den deze sym­bo­lisch in drie wer­ken: Wal­k­way (toe­komst), de Rid­ge­way (het heden) en de Trach­way (het ver­le­den). Het eer­ste werk is een speel­ob­ject dat op het plein staat van het scho­lenx­om­plex aan de Mer­we­donk. De ande­re twee zijn kunst­wer­ken.

16 janu­a­ri 2009
Alge­meen Dag­blad

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.