Gra­ven in de gra­ven, team van arche­o­lo­gen aan het werk bij de Gro­te Kerk

 

Archeologisch onderzoek Achter de kerk te Gorinchem, 2008

GORINCHEM – In een kne­kel­put naast de Gro­te Kerk lig­gen twee sche­dels. Een arche­o­loog haalt ze voor­zich­tig uit de zwa­re klei. Hij merkt op dat het waar­schijn­lijk man­nen zijn en wijst op de vorm van de oog­kas­sen en wenk­brau­wen. Een paar meter ver­der zijn arche­o­lo­gen bezig met het bloot­leg­gen van een graf. De gra­ven zijn gevon­den toen de gemeen­te vorig jaar een blus­wa­ter­lei­ding aan wil­de leg­gen. Vol­gens Hans van Breu­gel van de gemeen­te is dit arche­o­lo­gisch onder­zoek nodig vóór­dat de lei­ding aan­ge­legd kan wor­den.

Rond­om de kerk heeft van de der­tien­de eeuw tot 1830 een begraaf­plaats gele­gen. Alleen de strook die nodig is voor de water­lei­ding wordt nu onder­zocht, tot onge­veer een meter diep. Het veld­werk wordt gedaan door zeven arche­o­lo­gen en enke­le vrij­wil­li­gers van Hol­lan­dia uit Zaan­dijk. Voor­zich­tig gra­ven ze de grond af. De gra­ven wor­den schoon­ge­maakt met een trof­fel en schep. Hier geen Indi­a­na Jones-tafe­re­len. Arche­o­lo­gisch onder­zoek in Neder­land is voor­al gra­ven in de zwa­re klei. Geluk­kig zit het weer mee tij­dens het veld­werk. De arche­o­lo­gen vin­den geen sie­ra­den of pot­scher­ven, zo weet Eli­za van Rooi­j­en.

Er is ook wei­nig ver­schil te zien tus­sen de gra­ven, ze zijn alle­maal even groot. Ook de kis­ten zijn ver­ge­lijk­baar. Arm en rijk lig­gen door elkaar. Het is aan de grond­la­gen moei­lijk te zien hoe oud de gra­ven zijn. Op begraaf­plaat­sen wordt vaak in ver­schil­len­de peri­o­des door elkaar begra­ven. Alleen met hele kost­ba­re tech­nie­ken is dan te ach­ter­ha­len hoe oud een graf is. De gra­ven lig­gen alle­maal in oost-west rich­ting. Van Rooi­j­en: “Dat heeft te maken met het chris­te­lij­ke ver­haal over de jong­ste dag. De men­sen lig­gen met hun voe­ten naar het oos­ten, zodat ze op de jong­ste dag bij het her­rij­zen met hun gezicht naar het oos­ten staan. Gees­te­lij­ken lig­gen anders­om zodat zij op de jong­ste dag naar hun vol­ge­lin­gen kij­ken.

Alle vond­sten wor­den nauw­keu­rig gefo­to­gra­feerd en de details vast­ge­legd op teke­nin­gen. Dan wor­den de bot­ten en ske­let­ten uit de grond gehaald. Een fysisch antro­po­loog onder­zoekt de ske­let­ten op leef­tijd, geslacht en even­tu­e­le ziek­tes. Res­ten van de graf­kist kun­nen aan­wij­zin­gen geven over de peri­o­de waar­in iemand geleefd heeft. Alles wordt onder­zocht en gedo­cu­men­teerd. Ver­vol­gens wor­den alle gevon­den ske­let­ten en bot­ten her­be­gra­ven op de alge­me­ne begraaf­plaats.

Kic­ky Daoud
Gor­cum­se Cou­rant
28 mei 2008

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.