De sleutel van Holland
Tot het einde van de 17e eeuw werden militairen in de Nederlandse vestingsteden ondergebracht in barakken, bomvrije kelders, leegstaande gebouwen zoals kerken en kloosters, of bij burgers thuis via inkwartiering. Pas in 1685, nadat staande legers de plaats innamen van de huurlegers, bepaalde Lodewijk XIV dat de infanterie voortaan in kazernes moest worden gehuisvest. In Frankrijk en andere Europese landen verschenen toen de eerste gebouwen die speciaal voor soldatenhuisvesting waren bedoeld. In Gorinchem duurde het tot 1826 voordat de stad haar eerste kazerne liet bouwen, ondanks de toegenomen behoefte aan legeringsruimte na de Franse bezetting in 1795, toen de defensie een nationaal karakter kreeg. Terwijl elders in Nederland veel nieuwe kazernes verrezen, mede door de invoering van de militaire dienstplicht in 1810, maakte Gorinchem tijdens de Franse tijd (1795−1814) vooral gebruik van gehuurde particuliere gebouwen, meestal eenvoudige pakhuizen en schuren. Pas na deze periode besloot de stad tot de bouw van een eigen kazerne, waarmee Gorinchem inspeelde op haar nieuwe militaire rol en tegelijkertijd de stedelijke economie stimuleerde.