Kazerneplein (1997)

Onderzoek

drai­na­ge­sys­teem in de tuin van huis Paffenrode

De aan­lei­ding van dit pro­ject was het bouw­rijp maken van het Kazerneplein voor de aan­leg van een onder­grond­se par­keer­ga­ra­ge en de nieuw­bouw van wonin­gen en win­kels. Het onder­zoek con­cen­treer­de zich op de moge­lij­ke res­ten van het Huis van Paffenrode of Drosten Heck dat op deze loca­tie stond van het ein­de van de 16de eeuw tot aan het mid­den van de 18de eeuw. De opgra­ving had tot doel het vast­leg­gen van de grond­spo­ren van het huis en de daar­bij beho­ren­de tuin, het ver­za­me­len van vond­sten en de date­ring van de ver­schil­len­de fasen van her­bouw van het huis.

Beperkingen

Voor het bodem­on­der­zoek was een peri­o­de en bud­get beschik­baar voor cir­ca 4 weken. Door deze rand­voor­waar­den is geen onder­zoek uit­ge­voerd naar de res­ten van de kazer­nes die op deze plek na 1800 ver­re­zen. Evenmin is doel­be­wust gezocht naar spo­ren van gebruik van het ter­rein voor de stads­uit­brei­ding van 1590.

Resultaten

De opgra­ving werd uit­ge­voerd met behulp van een graaf­ma­chi­ne. Uit proef­sleu­ven die door Ballast Nedam in augus­tus 1997 wer­den gegra­ven om de fun­de­rin­gen van zowel de Willems- als Citadelkazerne te zoe­ken, bleek dat door de vele hei­pa­len en diep inge­gra­ven kes­pen de onder­grond tot op een diep­te van zeker 1 meter bene­den NAP op die loca­ties gron­dig ver­stoord was. Archeologische spo­ren uit de 16e -17e eeuw waren hier niet meer te ver­wach­ten. Er werd gezocht naar fun­de­rings­res­ten en ove­ri­ge grond­spo­ren die een rela­tie zou­den kun­nen heb­ben met de boven­ge­noem­de 17e -18e eeuw­se bebou­wing en inrich­ting van het per­ceel. Door de beperk­te onder­zoeks­tijd is het onder­zoek van ande­re arche­o­lo­gi­sche spo­ren op het ter­rein beperkt geble­ven.

Detail kaart Joan Blaeu (1649) met het huis Paffenrode in het mid­den, Koninklijke Bibliotheek.

Ook is niet het gehe­le ter­rein opge­gra­ven maar alleen het deel waar fun­de­rings­res­ten lagen die gere­la­teerd waren aan het hoofd­ge­bouw met de aan­gren­zen­de delen van de tuin of hof. De resul­ta­ten van de opgra­ving van het Kazerneplein maak­ten een voor­lo­pi­ge recon­struc­tie van het huis van Paffenrode moge­lijk. Het huis had een leng­te van 20 meter en een breed­te van maxi­maal 22 meter (zon­der zij­vleu­gel 14 meter). Ten noord­wes­ten van het huis stond een klei­ner gebouw dat met het hoofd­ge­bouw ver­bon­den was door een muur met een poort. Rondom het huis zijn res­ten van een een­vou­dig afwa­te­rings­sys­teem gevon­den.

Paffenrode

Jacob van Paffenrode en zijn vrouw Wilhelmina van Arckel, J.A. van Ravesteijn (1626), col­lec­tie RCE

De aan­leg van de Nieuwstad

De stad Gorinchem was tot aan het laat­ste kwart van de 16e eeuw omge­ven door een stads­muur die in die tijd eigen­lijk al niet meer vol­deed. Nieuwe bele­ge­rings­tac­tie­ken en modern wapen­tuig zou­den in tij­den van oor­log van de stad een weer­lo­ze prooi maken. Tot aan 1568 was er ech­ter geen nood­zaak om de stads­muur aan te pas­sen aan de eisen van de tijd. Bij de mees­te Hollandse ste­den ver­toon­den de muren en ver­de­di­gings­wer­ken dan ook een ern­sti­ge ach­ter­stand in onder­houd. De staat van de mid­del­eeuw­se stads­om­wal­ling van Gorinchem zal op deze situ­a­tie geen uit­zon­de­ring zijn geweest. Met het uit­bre­ken van De Opstand of Tachtigjarige Oorlog in 1568 koos het toen nog katho­lie­ke Gorinchem in eer­ste instan­tie de zij­de van de Spaanse koning. In de eer­ste jaren van de opstand bekleed­de voor­al het kas­teel de Blauwe Toren de belang­rijk­ste rol in de ver­de­di­ging van de stad. Na een kor­te drei­ging van de water­geu­zen in juni 1572 gaf de door de Spaanse land­voogd Alva aan­ge­stel­de drost het kas­teel over aan de opstan­de­lin­gen. Nog in het­zelf­de jaar begon men met het in gereed­heid bren­gen van de ver­de­di­ging van de stad. Daartoe sloop­te men de opstal­len bui­ten de stad om een het schoots­veld niet te belem­me­ren. Zo vie­len het Pesthuis bui­ten de Laag-Arkelpoort ten noor­den van de stad en de Lazaruskerk bui­ten de Oude Kanselpoort ten prooi aan de slo­pers­ha­mer. Rondom de stad zal dus geen bebou­wing van enig belang meer heb­ben gestaan. De krijgs­kun­di­ge toe­stand en de ver­he­vi­ging van de strijd in de Noordelijke Nederlanden nood­zaak­ten de stad om de kwets­ba­re mid­del­eeuw­se muren te slech­ten en een aar­den nood­om­wal­ling op te wer­pen in 1579. Het stads­be­stuur greep deze kans aan om de stad ruim uit te leg­gen en meer grond voor bebou­wing bin­nen te ves­ting te kun­nen cre­ë­ren. Gorinchem kreeg van­af die tijd een belang­rij­ke mili­tai­re rol als ves­ting bin­nen de lands­ver­de­di­ging van het opstan­di­ge Holland. Binnen deze eer­ste ver­gro­ting van de stad ont­stond aan de west­zij­de de zoge­naam­de Nieuwstad : een gebied omslo­ten door de hui­di­ge Struisvogelstraat (gele­gen langs de mid­del­eeuw­se stads­muur), de Schuttersstraat, het Kriekenstraatje, de Westerstraat tot aan de Pompstraat en de voor­ma­li­ge Melkgracht en Smakheul in het noor­den omlo­pend langs de hui­di­ge Pompstraat. De hui­di­ge Pompstraat geeft dus de oost­grens aan van de tij­de­lij­ke ves­ting­gracht die hier lag tus­sen 1579 en 1586.

Kaart van de nieu­we ves­ting door Nicolaas Wijdtmans (ca. 1600), Rijksmuseum Amsterdam

Pas in 1586 begon men daad­wer­ke­lijk met de moder­ni­se­ring van de stads­om­wal­ling. Adriaen Anthonisz. en Thomas Thomasz. res­pec­tie­ve­lijk bur­ge­mees­ter van Alkmaar en Haarlem, bei­den met een aan­zien­lij­ke staat van dienst in de sterk­te­bouw, kre­gen de opdracht om de nieu­we ves­ting van Gorinchem te ont­wer­pen. De west­zij­de van de stad kreeg toen haar hui­di­ge ves­ting­vorm. Het gehe­le Kazerneplein tot aan de Pompstraat kwam zo bin­nen de stad te lig­gen. Ongeveer in deze peri­o­de zal ook met de sloop van de Blauwe Toren een begin zijn gemaakt.

De omwal­ling in het wes­ten kwam spoe­dig gereed maar door finan­ci­ë­le pro­ble­men kon men pas in 1598 de ves­ting­wer­ken aan de oost­zij­de van de stad vol­tooi­en.

Adriaen van Weresteyn

In 1590 kon het stads­be­stuur de onbe­bouw­de grond ten wes­ten van de Schuttersgracht in kavels uit­ge­ven en zo de kos­ten die gemaakt waren voor de aan­leg van de nieu­we stads­wal­len gedeel­te­lijk terug­ver­die­nen. Een van deze kopers was de pen­si­o­na­ris mr. Adriaen van Weresteyn, hij wist de hand te leg­gen op een groot per­ceel van ca. 80 x 100 meter tus­sen de Westwagenstraat, Pompstraat, Torenstraat en de gracht langs de Struisvogelstraat : het gehe­le ter­rein dat later bekend zou wor­den als het Kazerneplein. Van Weresteyn bouw­de een groot land­huis dat omge­ven was door een hof. Volgens A.J. Busch, die een kor­te stu­die schreef over lust­ho­ven in Gorinchem waar de belang­rijk­ste gege­vens van dit arti­kel aan ont­leend zijn, was het huis eigen­lijk te groots voor een pen­si­o­na­ris van een stad als Gorinchem.

Jacob van Paffenrode

Lang heeft Van Weresteyn zijn huis niet bewoond want al in 1601 legt hij zijn ambt neer om zijn car­ri­è­re voort te kun­nen zet­ten aan het hof van de stad­hou­der in Den Haag. Het huis, dat het gezicht van Gorcum zeker bepaald zal heb­ben, bleef zijn eigen­dom. Zijn woning werd eerst betrok­ken door Jonker Bartholomeus van Eck, later nam de dros­saard Jonker Arent van Boshuysen zijn intrek in het voor­na­me pand. Tot aan 1618 bleef Van Weresteyn eige­naar van het huis en ont­ving jaar­lijks van de Staten van Holland en West Friesland fl. 250 aan huur­pen­nin­gen, aan­ge­zien de dros­saard of drost als ver­te­gen­woor­di­ger van de Staten recht had op vrije bewo­ning. De erf­ge­na­men van Van Weresteyn beslo­ten het huis en de grond in 1618 te ver­ko­pen aan Jonker Jacob van Paffenrode, dros­saard van Gorinchem en het Land van Arkel, en zijn schoon­moe­der de wedu­we Van Arckel. Zij was gehuwd geweest met Roelof van Arckel, de laat­ste man­ne­lij­ke telg van het geslacht Van Arkel dat zo bepa­lend is geweest voor de geschie­de­nis van de stad Gorinchem. Roelof van Arckel was de voor­gan­ger van Jacob van Paffenrode. Het is waar­schijn­lijk dat hij, tot zijn over­lij­den in 1616, uit hoof­de van zijn ambt als dros­saard ook het huis heeft bewoond. In dezelf­de peri­o­de, om pre­cies te zijn op 4 juni 1619, vraagt Jacob Vervoorn Jac.zn voor 11 jaar octrooi om in een twee­tal huis­jes bij de woning van de dros­saard bom­ba­zijn te maken en die op het kerk­hof ach­ter het stad­huis te dro­gen. Het is ove­ri­gens een van de wei­ni­ge mel­din­gen die we heb­ben over het gebruik van ter­rein.

Detail graf­sculp­tuur Wilhelmina van Arckel in de Grote Kerk te Gorinchem

Van Paffenrode stierf in 1652. Zijn vrouw Wilhelmina van Arckel over­leed reeds eer­der. Haar ver­schei­den moet hem heb­ben aan­ge­gre­pen want in de Grote Kerk liet Van Paffenrode een praal­graf oprich­ten met de beel­te­nis van zijn gelief­de Wilhelmina. Het graf is met de sloop van het schip van de Grote Kerk in de 19e eeuw ver­lo­ren gegaan maar een deel van de tom­be bleef bewaard.

Johan van Paffenrode

Het huis bleef ech­ter bin­nen de fami­lie. De mili­tair en dich­ter Johan van Paffenrode bewoon­de het pand tot aan het begin van de jaren tach­tig. Hij was de bevel­heb­ber van het Gorcumse gar­ni­zoen maar zijn finan­ci­ë­le situ­a­tie zal niet al te roos­kleu­rig zijn geweest. In 1660 sloot hij een hypo­theek af van fl.8.000,- op moge­lijk een groot deel van zijn bezit­tin­gen waar­on­der een paar lan­de­rij­en en op “een huys ende hoff­stad met­te tuy­nen ende horen stal­lin­ge ende coets­huys daar­om gele­gen, staen­de in de Nieustad, bij hem com­pa­rant jegen­woor­digh bewoont, alwaer ten Oosten stads­graft, ten zuy­den stads­stra­te, ten noor­den mede stads­graft ende ten wes­ten de wedu­we van Jonker Tomas Caddel naest gehuyst ende gele­gen zijn”

Johan van Paffenrode (links) en Lodewijk Huygens (rechts)

Lodewijk Huygens

Hoelang Johan van Paffenrode nog heeft kun­nen genie­ten van zijn bezit is niet dui­de­lijk. Wel weten we dat in 1682 Lodewijk Huygens van Zuylichem, zoon van Constantijn Huygens tij­dens zijn bewo­gen regent­schap als drost van Gorinchem, fl.450,- per jaar aan huur voor het huis betaal­de. Hij huur­de het woon­huis, stal, boom­gaard en hof met “de niwe kamer ofte salet ende den hoif aen de suytsij­de van ’t voors. huys”. Huygens zal de huur van het huis onge­twij­feld opge­zegd heb­ben als hij in 1686 wegens oplich­ting gesom­meerd wordt om zijn ambt neer te leg­gen en weer ver­trekt naar Den Haag.

Wilhelmina Ram van Schalkwijk

Wie aan het eind van de 17e eeuw eige­naar is, blijft onbe­kend. In 1771 is freu­le Hester Wilhelmina Ram van Schalkwijk eige­naar van het per­ceel. Als mr. Johan Schilthouwer van Hoey “een per­ceel land geleegen bin­nen Gorinchem, langs de Fonteinstraat (Pompstraat), strek­ken­de van de Nieuwstraat af tot stads­graft toe, van­ouds genaamt den Drosten Heck” koopt voor het bedrag van fl. 2.000 is er op dat moment geen spra­ke meer van een huis. Toch ziet men op stads­plat­te­gron­den van 1744 en 1755 dui­de­lijk het huis afge­beeld met de bena­ming : Huis van Paffenrode.

Sloop

Wanneer men het huis sloop­te wordt mis­schien dui­de­lijk uit een mel­ding in het stads­ar­chief dat In 1756 Juliana Beatrix Ram van Schalkwijk, wedu­we van kapi­tein François Anthoni de Passauw, hoogst­waar­schijn­lijk direct ver­want aan boven­ge­noem­de Hester, een ver­zoek richt aan het stads­be­stuur. Zij ver­zoekt om twee hui­zen af te bre­ken onge­veer op de plaats van het Huis van Paffenrode die al jaren onbe­woond waren en in een heel slech­te staat ver­keer­den. De rekwes­tran­te kreeg haar toe­stem­ming en we kun­nen aan­ne­men dat niet veel later de hui­zen gesloopt zul­len zijn. De 18e eeuw­se regen­ten van de stad beza­ten toen al lan­ge tijd geen inte­res­se meer in het huis dat zeker in de 17e eeuw een belang­rijk sym­bool van het ste­de­lijk patri­ci­aat zal zijn geweest. De tuin rond het huis bleef over, moge­lijk zal het per­ceel nog enke­le decen­nia als sla­t­uin gediend heb­ben.

Het per­ceel wis­sel­de nog een paar keer van eige­naar tot­dat het gemeen­te­be­stuur in 1826 over­ging tot de aan­koop van “een stuk bouw- en hove­niers­land, van­ouds bekend tegen een­en­een­hal­ve bun­der, doch vol­gens de nieu­we kadas­tra­le opme­ting groot bevon­den één bun­der, ééne roe­de en veer­tig ellen vier­kan­te Nederlandsche maat en zijn­de van­ouds genaamd des Drosten Heck”

Afbeeldingen

Van het huis zijn een klein aan­tal afbeel­din­gen bekend. De vroeg­ste dateert uit 1600 en is te zien op de stads­kaart in vogel­vlucht­per­spec­tief van Wijdtmans, het huis moet toen vlak na de vol­tooi­ing afge­beeld zijn. Heel dui­de­lijk is het hoofd­ge­bouw te zien dat oost-west geo­ri­ën­teerd is. Over de gehe­le leng­te van de zuid­kant van het huis zijn drie torens of uit­bou­wen geplaatst De twee wes­te­lij­ke uit­bou­wen lij­ken van gelij­ke groot­te te zijn, de der­de is min­der diep en springt in. In de hoek die zo ont­staat is een ingang zicht­baar. Het is moei­lijk te zien of het gebouw twee dan wel drie com­ple­te ver­die­pin­gen had. In ieder geval is er spra­ke geweest van een zol­der­eta­ge, te her­ken­nen aan een boven­licht en klei­ne raam­pjes in de punt onder de daken van zowel het hoofd­ge­bouw als de uit­bou­wen. Het hoofd­ge­bouw bezat aan de oost- en west­kant een trap­ge­vel. De uit­bou­wen ver­to­nen geen ver­sie­rin­gen aan de gevel.

Detail kaart Nicolaas Wijdtmans (1600)

Het huis had vol­gens de plat­te­grond een leng­te van iets min­der dan de helft van de breed­te van het per­ceel tus­sen de grach­ten langs de Pompstraat en de Struisvogelstraat. De leng­te van het huis zal dan bij­na 40 meter zijn geweest. Deze zeer for­se afme­ting zal het huis waar­schijn­lijk niet heb­ben gehad. Het zou bete­ke­nen dat het huis van Paffenrode gro­ter is geweest dan de late­re Citadelkazerne ! Wijdtmans gaf klaar­blij­ke­lijk meer een impres­sie dan een accu­ra­te voor­stel­ling van het huis.

De lig­ging van het huis deel­de het per­ceel op in twee delen. Het groot­ste deel lag ten noor­den van het huis en bestond voor drie­kwart uit een boom­gaard. Ten noord­oos­ten van het huis lag een vier­kan­te sier­tuin. Ten zui­den van het huis lagen twee sier­tui­nen naast elkaar. De tui­nen lij­ken op de teke­ning vier­kant te zijn, het­geen inhoudt dat deze strook met de tui­nen onge­veer 35 meter breed moet zijn geweest Langs de gracht aan de oost­kant liep een bre­de straat of rij­pad met een breed­te van cir­ca 5 meter die men kon berei­ken via een brug die in het ver­leng­de lag van de Ariën Brandsteeg. Een ande­re brug bevond zich op de plaats waar ook nu nog de brug over de Schuttersgracht in de Torenstraat ligt. Nabij deze brug ston­den in de zuid­oost hoek van het per­ceel twee huis­jes van een à twee ver­die­pin­gen hoog. Vanaf deze huis­jes liep een schut­ting of muur langs de zuid­zij­de van het per­ceel tot aan de gracht langs de Pompstraat. Langs het rij­pad even­wij­dig langs de gracht van de Struisvogelstraat stond even­eens een muur of schut­ting. In het mid­den van deze afschei­ding bevond zich een smal poort­ge­bouw­tje.
Op de stads­kaart van Blaeu uit 1649 staat het huis ook afge­beeld. Het huis is hier klei­ner afge­beeld dan op de kaart van Wijdtmans. De leng­te van het huis is hier­op een der­de van de breed­te van het per­ceel, onge­veer 27 meter.

Detail kaart Joan Blaeu (1649) met het huis Paffenrode in het mid­den

De details op de kaart van Blaeu komen in gro­te lij­nen over­een met die van Wijdtmans. Toch zijn er enke­le ver­schil­len te zien die iets meer over de archi­tec­tuur van het huis ver­dui­de­lij­ken. De drie uit­bou­wen aan de zuid­zij­de van het huis zijn van aflo­pen­de groot­te. Het lijkt erop dat aan de zuid­west­zij­de van het huis een vleu­gel is gebouwd. De oos­te­lij­ke uit­bouw is het kleinst waar­door een dui­de­lij­ke ver­tan­ding in de uit­bou­wen te zien is. Het huis lijkt niet hoger te zijn dan twee ver­die­pin­gen. Tussen het poort­ge­bouw­tje en het huis zijn in het ver­leng­de van het hoofd­ge­bouw aan weers­zij­den van een hof, een rij aan­een­ge­slo­ten klei­ne gebouw­tjes geplaatst die op de kaart van Wijtmans nog niet te zien waren. Rondom het gehe­le per­ceel is nu een muur geplaatst, ook langs de gracht langs de Pompstraat. De inde­ling van de tuin is het­zelf­de geble­ven.

Detail kaart J.M. Martini (ca 1745)

De uit de eer­ste helft van de 18e eeuw ver­toont het huis van Paffenrode zoals het waar­schijn­lijk was enke­le jaren voor de afbraak. Deze afbeel­ding geeft niet veel details. Duidelijk weer­ge­ge­ven zijn de twee woon­la­gen en de drie­de­ling van de zij­ge­vel door de uit­bou­wen. De tuin aan de zuid­zij­de is in de Franse stijl aan­ge­legd. Of dit waar­heids­ge­trouw is, moet wor­den betwij­feld want zelfs de sla­t­ui­nen ten noor­den van de stad bui­ten de ves­te, zijn op deze kaart in deze over­vloe­di­ge stijl weer­ge­ge­ven. De boom­gaard is geble­ven doch klei­ner dan in de 17de eeuw. Tussen de boom­gaard en het huis bevindt zich nu een sier­tuin. Opmerkelijk is dat alle ove­ri­ge klei­ne gebou­wen rond het huis van Paffenrode zijn ver­dwe­nen. De stads­kaart in het werk van Van Zomeren uit 1755 is goed beschouwd een kopie van. Hier en daar zijn wat details aan­ge­vuld en de tui­nen zijn bij­voor­beeld naar de toen­ma­li­ge Rococo mode afge­beeld maar het huis van Paffenrode is niet ver­an­derd. Waarschijnlijk ver­keer­de het huis al in een deplo­ra­be­le toe­stand want in 1756 wordt immers de sloop­ver­gun­ning aan­ge­vraagd en verleend.Ongetwijfeld zal het huis van Paffenrode gedeel­te­lijk te zien zijn op de vele stads­ge­zich­ten en schil­de­rij­en uit de 17e eeuw. Het valt zelfs niet uit te slui­ten dat de gou­a­che van Jacob van der Ulft uit 1654 met de afbeel­ding van een kas­teel of land­huis in Gorinchem niet alleen het Tolhuis maar ook ele­men­ten van het huis van Paffenrode heeft afge­beeld.

Fantasievoorstelling van het Tolhuis door Jacob van der Ulft (1654), The Fitzwilliam col­lec­ti­on.

Kazerne

Willemskazerne (ca 1900), Regionaal Archief Gorinchem.

Tot het ein­de van de 17e eeuw wor­den mili­tai­ren in de Nederlandse ves­ting­ste­den onder­ge­bracht in barak­ken, bom­vrije kel­ders, leeg­staan­de gebou­wen, zoals ker­ken en kloos­ters, of hui­zen van bur­gers, de zoge­naam­de inkwar­tie­ring. Pas in 1685, enke­le decen­nia nadat de huur­le­gers gro­ten­deels zijn ver­van­gen door staan­de legers, die per­ma­nent inzet­baar zijn, bepaalt Lodewijk XIV dat de infan­te­rie voort­aan in kazer­nes moet wor­den gele­gerd. In Frankrijk en ande­re Europese lan­den ver­schij­nen daar­op de eer­ste gebou­wen die spe­ci­aal zijn bestemd voor de huis­ves­ting van sol­da­ten.

In Gorinchem duurt het nog tot 1826 voor de stad de eer­ste kazer­ne laat bou­wen. Dit ondanks het feit dat de behoef­te aan lege­rings­ruim­te na de Franse bezet­ting in 1795 sterk toe­neemt. Terwijl elders in het land vele nieu­we kazer­nes ver­rij­zen, ook in ver­band met de invoe­ring van de loting voor mili­tai­re dienst in 1810, neemt Gorinchem gedu­ren­de de Franse tijd (1795 – 1814) haar toe­vlucht tot het huren van par­ti­cu­lie­re gebou­wen, meest­al een­vou­di­ge pak­hui­zen en schu­ren. Na de Franse tijd, die niet zon­der scha­de aan de stad voor­bij was gegaan, richt­te Gorinchem zich op een nieu­we mili­tai­re rol. De gemeen­te gaf opdracht voor de bouw van de kazer­ne en finan­cier­de het pro­ject voor fl. 92.000 om zodoen­de de ste­de­lij­ke eco­no­mie ook te sti­mu­le­ren.

Willemskazerne

Men begon in 1826 met de bouw van de Willemskazerne die tot 1969 zou blij­ven staan. In het gebouw kon­den 900 man­schap­pen van de infan­te­rie onder­ge­bracht wor­den. Al na enke­le jaren was het aan­tal bewo­ners tot 1100 geste­gen en dien­de het gebouw opnieuw inge­richt te wor­den. Men bracht gaan­de­rij­en aan in de kamers en maak­te op die wij­ze ruim­te voor bij­na 2000 man. Maar de toe­ge­no­men huis­ves­tings­ca­pa­ci­teit ver­oor­zaak­te ook pro­ble­men met de opslag van kle­ding. Men week daar­voor uit naar een nieuw onder­ko­men aan de Westwagenstraat, de zoge­naam­de Smakheulkazerne. Aan het ein­de van de 19e eeuw vol­de­den de Willems- en de Smakheulkazerne niet meer aan de eisen van de tijd. De infan­te­rie had onder­tus­sen in 1879 haar plaats afge­staan aan het onder­deel ves­ting­ar­til­le­rie.

Citadelkazerne

De Citadelkazerne bouw­de men in 1900 – 1901 voor een bedrag van fl. 66.700. De kazer­ne ver­rees gedeel­te­lijk over de gedemp­te gracht langs de Torenstraat en tegen­over de Nieuwstad om het exer­ci­tie­ter­rein zo groot moge­lijk te hou­den. De poort die tot dan toe van­uit de Torenstraat toe­gang tot het ter­rein ver­schaf­te, ver­plaatste men naar de Struisvogelstraat waar hij tot het eind van 1997 gestaan heeft.

Citadelkazerne cir­ca 1913, Regionaal Archief Gorinchem.

De tota­le bezet­ting van de vier kazer­nes in Gorinchem bedroeg rond de eeuw­wis­se­ling 650 man, veel min­der dan 70 jaar eer­der. Ondanks het gerin­ge­re aan­tal man­schap­pen, bleef de eco­no­mi­sche rol van de mili­tai­ren voor­al voor de mid­den­stand van groot belang.

Uitbreidingen

Gedurende de eer­ste helft van de 20e eeuw ver­sche­nen er steeds meer gebou­wen op het ter­rein. In 1917 begon men met de bouw van de adjud­ant­wo­ning die in de zuid­oost hoek van het plein geplaatst werd. Tegelijkertijd maak­te men een begin met de con­struc­tie van een kan­ti­ne die haar plaats kreeg tus­sen de bei­de gro­te Kazernes in, langs de Pompstraat.

Later breid­de men de bebou­wing ver­der uit met een wacht- en gym­nas­tiek­lo­kaal aan de oost­kant van het plein. Een opmer­ke­lijk klein bouw­sel sier­de het Kazerneterrein van­af 1903. Het was geplaatst aan de gracht langs de Pompstraat. Het betrof een monu­ment ont­wor­pen door Eduard Cuypers, ter her­in­ne­ring aan lui­te­nant Gerrit Boldingh, ooit opge­leid in Gorinchem, die in de Tweede Boerenoorlog in Zuid-Afrika de kant koos van de Boeren en op 19 decem­ber 1901 op 30 jari­ge leef­tijd te Naauwpoort (Zuid-Afrika) sneu­vel­de.  De bank van gepo­lijst gra­niet ver­plaatste men voor de bouw van de kan­ti­ne naar de tegen­over­lig­gen­de zij­de van het plein, tus­sen de poort en de adjud­ant­wo­ning.

De Boldingh bank door Eduard Cuypers (1903), Regionaal Archief Gorinchem.

Op de situ­a­tie­kaart van decem­ber 1956 is de bebou­wing op het plein op haar hoog­te­punt afge­beeld, naast de reeds genoem­de gebou­wen treft men res­pec­tie­ve­lijk een bran­card­loods, een pri­vaat­ge­bouw, een poets- en schil­loods, een bad­in­rich­ting en rij­wiel­stal­lin­gen aan. De rol die Gorinchem als gar­ni­zoens­plaats bekleed­de heeft dan ech­ter zijn lang­ste tijd gehad. De ves­ting is niet lan­ger van belang voor de lands­ver­de­di­ging. Toch blijft een deel van de ves­ting­wer­ken nog tot 1959 gehand­haafd omdat zij onder­deel uit­maak­ten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De gebou­wen en func­ties van de gehuis­ves­te leger­on­der­de­len zijn dan eigen­lijk al zo ver­ou­derd dat het nog een kwes­tie van tijd was voor de Landmacht de stad zou ver­la­ten. Toch was het de gemeen­te die het Ministerie van Defensie bena­der­de met het ver­zoek om een ein­de te maken aan de gar­ni­zoens­func­tie van Gorinchem. Het besluit van de gemeen­te voor dit ver­zoek was een gevolg van de behoef­te aan nieu­we huis­ves­ting om de woning­nood die bestond in de jaren vijf­tig en zes­tig te kun­nen leni­gen.

Op 9 novem­ber 1967 streek het leger voor het laatst de vlag op het Kazerneplein, na bij­na vier­hon­derd jaar een belang­rij­ke rol bin­nen de ves­te te heb­ben bekleed.

Strijken van de vlag 9 novem­ber 1967, Regionaal Archief Gorinchem

Sloop

De sloop van de kazer­nes op het Kazerneplein begon in 1969 en een jaar later rest­te alleen nog de adjud­ant­wo­ning. Na de ont­man­te­ling en sloop van alle ove­ri­ge mili­tai­re gebou­wen bleef het Kazerneplein zoals het kazer­ne­ter­rein pas in de 20e eeuw genoemd werd, nog een tijd onge­bruikt in afwach­ting van een nieu­we bestem­ming. Hoewel de gemeen­te eerst haast maak­te met de sloop bleek men al in 1970 min­der nood­zaak te zien in nieuw­bouw op het kazer­ne­ter­rein. Aan de zij­de van de Pompstraat bouw­de men het nieu­we poli­tie­bu­reau, het ove­ri­ge deel van het Kazerneplein zou tot aan de zomer van 1997 in gebruik blij­ven als par­keer­ter­rein. In augus­tus 1997 begon­nen de werk­zaam­he­den voor de nieu­we inrich­ting en bebou­wing van de voor­ma­li­ge “Drosten Heck” met de sloop van de adjud­ant­wo­ning, het laat­ste bouw­sel dat nog her­in­ner­de aan de bepa­len­de mili­tai­re his­to­rie van Gorinchem

Publicaties

Broeken, A. (2006)
Gorcumse bodem­schat­ten. Archeologische speur­tocht naar de geschie­de­nis van de Arkelstad, Gorcumse Monumentenreeks 5, Gorinchem, p. 32 – 39.
Flipbook | PDF (3 MB)

Floore, P.M. (1998)
Opgraving Huis van Paffenrode, Kazerneplein, Gorinchem 1997, Rotterdam.
Flipbook | PDF (6,10 MB)

Haaster, H. van & K. Hänninen (1998)
Plantaardigheden onder het Kazerneplein. Resultaten van het arche­o­bo­ta­nisch onder­zoek aan de beer­kel­der van het Huis van Paffenrode in Gorinchem, BIAXaal 68, Amsterdam.
Flipbook | PDF (487 KB)

Jong, Th. de (1998)
Dieren op het plein. Opgegraven dier­res­ten van het Kazerneplein te Gorinchem, ArcheoService Rapport nr. 7, Eindhoven.
Flipbook | PDF (2,23 MB)

Oostveen, J. van (2010)
Loden voor­wer­pen van de opgra­ving Kazerneplein te Gorinchem, Tiel.
Flipbook | PDF (4 MB)

Oostveen, J. van (2010)
Tabakspijpen van de opgra­ving Kazerneplein te Gorinchem, Tiel.
Flipbook | PDF (4,7 MB)

Spitzers, T.A. (2013)
Die Konstanzer Paternosterleisten. Analyse zur Technik und Wirtschaft im spät­mit­tel­al­ter­li­chen Handwerk der Knochenperlenbohrer, in : Fundberichte aus Baden-Württemberg 33, Stuttgart, p. 913, 926.
Flipbook | PDF (19 MB)

Foto’s

« 1 van 2 »

Media

07-08-2001 De Stad Gorinchem
Glazen met geschie­de­nis
In de eta­la­ge van Galerie Joke van Lieshout staat op het moment een rij­tje gla­zen, die afkom­stig zijn uit de opgra­vin­gen op het Kazerneplein.
Lees meer…

02-09-1998 De Dordtenaar
Expositie Schatten : resul­taat mon­ni­ken­werk
De eer­ste resul­ta­ten van het mon­ni­ken­werk dat de vrij­wil­li­gers van de Archeologische Werkgroep Gorinchem heb­ben ver­richt, zijn van­af vrij­dag te zien in het stad­huis.
Lees ver­der…

15-04-1998 Gorcumse Courant
Opgravingen Kazerneplein
In de maan­den augus­tus en sep­tem­ber van het vori­ge jaar is met mede­wer­king van de gemeen­te Gorinchem arche­o­lo­gisch onder­zoek uit­ge­voerd op het Kazerneplein, ter voor­be­rei­ding van het bouw­rijp maken van het voor­ma­li­ge par­keer­ter­rein in het hart­je van de stad.
Lees ver­der…

09-11-1997 Gorcumse Courant
Werk aan het kazer­ne­plein brengt oude voor­wer­pen aan het licht
De graaf­werk­zaam­he­den op het Kazerneplein vin­den gestaag voort­gang en heb­ben de afge­lo­pen tijd menig voor­bij­gan­ger doen stil­staan.
Lees ver­der…

14-10-1997 Kompas Aktief
Resten van Gorcums erf­goed komen boven
Het his­to­risch erf­goed van Gorinchem zal de komen­de tijd een stuk vol­le­di­ger kun­nen wor­den getoond.
Lees ver­der…

17-09-1997 TV Rijnmond
Diefstal arche­o­lo­gi­sche vond­sten

10-09-1997 Gorcumse Courant
Opgraving Gorinchem in Streekmagazine
In het actu­a­li­tei­ten­pro­gram­ma Streekmagazine van Radio Giessenlanden en de Rano wordt zater­dag 13 sep­tem­ber aan­dacht besteed aan de arche­o­lo­gi­sche opgra­vin­gen bij het Kazerneplein.
Lees ver­der…

Gorcumse Courant
Archeologen op Kazerneplein van vond­sten besto­len
De arche­o­lo­gen op het Kazerneplein in Gorinchem zijn ern­stig gedu­peerd door dief­stal van­af het onder­zoeks­veld.
Lees ver­der…

09-09-1997 Kompas Aktief
Opgravingen Kazerneplein afge­rond, opgra­vers kwaad na roof uit beer­put
De laat­ste dagen van de opgra­vin­gen van het Huis van Paffenrode op het Gorcumse Kazerneplein beleef­den de arche­o­lo­gen en vrij­wil­li­gers aan­ge­sla­gen.
Lees ver­der…

09-09-1997 De Dordtenaar
Dieven arche­o­lo­gi­sche vond­sten geen ama­teurs
De die­ven die vori­ge week de opgra­ving bij het 17e eeuw­se Huis van Paffenrode in Gorinchem plun­der­den, zijn waar­schijn­lijk pro­fes­si­o­nals.
Lees ver­der…

08-09-1997 De Dordtenaar
Dieven ste­len vond­sten van arche­o­lo­gen
De Archeologische Werkgroep Gorinchem heeft door dief­stal voor dui­zen­den gul­dens scha­de gele­den. Op het opgra­vings­ter­rein aan het Gorcumse Kazerneplein heb­ben onbe­ken­den diver­se arche­o­lo­gi­sche vond­sten mee­ge­no­men.
Lees ver­der…

04-09-1997 De Dordtenaar
Op zoek naar tul­pen in Paffenrodetuin
De vrij­wil­li­gers van de Archeologische Werkgroep Gorinchem leg­gen van­daag en mor­gen de laat­ste hand aan de opgra­vin­gen op het Kazerneplein.
Lees ver­der…

02-09-1997 Kompas Aktief
Archeologen tot elle­bo­gen in uit­werp­se­len, vies werk in beer­kel­der Huis Paffenrode
De hele vori­ge week zijn de onder­zoe­kers van het Huis van Paffenrode op het Gorcumse Kazerneplein, bezig geweest met het zeven van de zak­ken beer (poep).
Lees ver­der…

28-08-1997 De Dordtenaar
Bouwer Huis Paffenrode was een ver­mo­gend man
De vondst van het Huis van Paffenrode is er niet een uit de reeks van vele. Archeoloog Pieter Floore, belast met het onder­zoek op het Gorcumse Kazerneplein, komt al gra­ven­de tot de ont­dek­king dat de bewo­ners niet de min­sten waren in de Gorcumse samen­le­ving.
Lees ver­der…

26-08-1997 Kompas Aktief 
Bijzondere ont­dek­king bij Huis van Paffenrode
De arche­o­lo­gen op het Gorcumse Kazerneplein, die gra­ven naar het Huis van Paffenrode, heb­ben vori­ge week een bij­zon­de­re ont­dek­king gedaan.
Lees ver­der…

22-08-1997 De Dordtenaar
Met han­den vol smur­rie grab­be­len naar vond­sten
De vrij­wil­li­gers van de Gorcumse arche­o­lo­gi­sche werk­groep had­den gis­te­ren hun han­den vol met het zoe­ken naar stuk­jes glas, scherf­jes en stok­jes in de gro­te brij blub­ber die uit de beer­put op het Kazerneplein kwam.
Lees ver­der…

20-08-1997 Gorcumse Courant
Sporen van vroe­ger
Alweer ander­hal­ve week gele­den start­te de werk­groep arche­o­lo­gie van de gemeen­te Gorinchem o.l.v. de arche­o­loog drs. Pieter Floore van de Universiteit van Amsterdam met de opgra­ving van het huis Paffenrode op het Kazerneplein.
Lees ver­der…

20-08-1997 De Dordtenaar
Beerput ont­dekt op Gorcums Kazerneplein
Aten Jonker Jacob van Paffenrode en zijn vrouw Wilhelmina van Arckel vis bij de vleet, of kozen ze voor bief­stuk ? De beer­put die gis­te­ren op het Kazerneplein in Gorinchem werd ont­dekt, zou die gehei­men moge­lijk kun­nen ont­hul­len.
Lees ver­der…

19-08-1997 Kompas Aktief
Kazerneplein geeft gehei­men bloot
Vorige week maan­dag start­te de werk­groep Archeologie van de gemeen­te Gorinchem met de opgra­ving naar het Huis Paffenrode op het Kazerneplein.
Lees ver­der…

16-08-1997 De Dordtenaar
Floore en Veen niet onte­vre­den over speur­werk eer­ste week
Archeoloog Pieter Floore en Martin Veen van de Stichting Historisch Bodemonderzoek zijn niet onte­vre­den over de eer­ste week speu­ren naar Paffenrode..
Lees ver­der…

15-08-1997 De Dordtenaar
Huis Paffenrode bloot­ge­legd ?
De arche­o­lo­gi­sche werk­groep van Gorinchem stoot­te maan­dag al op een stuk­je muur, maar de dagen erna kwa­men er veel meer fun­da­men­ten boven.
Lees ver­der…

14-08-1997 De Dordtenaar
Ik kan dit werk ieder­een aan­be­ve­len
Tiny Wijnen (64) is een van de vrij­wil­li­gers zon­der wie de speur­tocht naar het Huis Paffenrode een moei­za­me zou wor­den. De Gorcume graaft met een tien­tal ande­ren sinds maan­dag naar de spo­ren van het 16e eeuw­se land­huis.
Lees ver­der…

13-08-1997 De Dordtenaar
Boomwortels geven 18e eeuws aar­de­werk bloot
De wor­tels van een boom bezorg­den arche­o­loog Pieter Floore en de vrij­wil­li­gers die op zoek zijn naar de res­ten van Huis Paffenrode gis­te­ren de ver­ras­sing van de dag. Tussen de kron­ke­li­ge uit­steek­sels ont­dek­ten ze een gro­te hoe­veel­heid acht­tien­de eeuws vaat­werk.
Lees ver­der…

12-08-1997 De Dordtenaar
Muurresten en aar­de­werk gevon­den
Muurresten, goed­koop aar­de­werk en bewerk­te run­der­bot­jes zijn de eer­ste vond­sten die arche­o­loog Pieter Floore en een tien­tal vrij­wil­li­gers gis­te­ren deden op het Kazerneplein.
Lees ver­der…

09-08-1997 De Dordtenaar
Archeologische werk­groep begint maan­dag met onder­zoek
Amateur-arche­o­loog Martin Veen (35) en zijn collega’s van de Gorcumse arche­o­lo­gi­sche werk­groep heb­ben al een jaar werk ach­ter de rug als maan­dag de graaf­ma­chi­ne de eer­ste grond­laag van het Kazerneplein ver­wij­dert.
Lees ver­der…

29-07-1997 Kompas Aktief
Archeologen aan de slag op het Kazerneplein
Archeologen krij­gen in augus­tus vier weken de tijd om de grond onder het Kazerneplein te onder­zoe­ken. Dit gebeurt onder lei­ding van de arche­o­loog Pieter Floore, die ook was inge­scha­keld bij het onder­zoek op de Blijenhoek.
Lees ver­der…

15-07-1997 De Dordtenaar
Kazerneplein ver­an­dert deze maand in bouw­put
Het Kazerneplein wordt nog deze maand afge­slo­ten als par­keer­ter­rein.
Lees ver­der…

09-07-1997 Gorcumse Courant
Kazerneplein bij­na bouw­rijp
Archeologen op zoek naar land­goed Paffenrode.
Lees ver­der…

08-07-1997 Kompas Aktief
Speuren naar ver­le­den op Kazerneplein
Na de zeer suc­ces­vol­le opgra­vin­gen aan de Blijenhoek, Varkenmarkt en Dalemsedijk begint de Werkgroep Archeologie van de gemeen­te Gorinchem aan een nieuw pro­ject.
Lees ver­der…

Metadata

 

Archisnummer(s):onder­zoek­mel­dings­num­mer : 1626
Topografische Kaart :38G
Coördinaten :126.280/426.860 (cen­trum)
Toponiem :Kazerneplein
Plaats :Gorinchem
Gemeente :Gorinchem
Provincie :Zuid-Holland
Type onder­zoek :Archeologische opgra­ving
Uitvoerder :P.M. Floore, Rotterdam
Projectleider :P.M. Floore
Opdrachtgever :Gemeente Gorinchem
Bevoegd gezag :-
Aanvang onder­zoek :11 augus­tus-5 sep­tem­ber 1997
Vondsten & docu­men­ta­tie :Archeologisch depot Gorinchem
DANS :-

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.