Sta­ti­ons­weg (2016)

Onder­zoek

Reizigerstunnel station Gorinchem

Rei­zi­gers­tun­nel sta­ti­on Gorin­chem

Dit arche­o­lo­gisch bureau­on­der­zoek is opge­steld door Buro de Brug in opdracht van Mova­res. De aan­lei­ding tot dit onder­zoek zijn de geplan­de werk­zaam­he­den aan sta­ti­on Gorin­chem, waar­voor con­form het bestem­mings­plan een omge­vings­ver­gun­ning ver­plicht is. Op dit moment heeft het sta­ti­on een zij­per­ron en een eiland­per­ron. Het eiland­per­ron wordt slechts gedeel­te­lijk gebruikt: alleen aan de noord­kant hal­te­ren de trei­nen, aan de zuid­kant staat een hek­werk op de rand van het per­ron. Het is de bedoe­ling dat het eiland­per­ron wordt opge­bro­ken en dat er een nieuw zij­per­ron komt aan de noord­zij­de van de spo­ren. Er zal een nieu­we tun­nel wor­den aan­ge­legd met aan de sta­ti­ons­zij­de een lift en aan de noord­zij­de een hel­ling­baan. Het plan­ge­bied heeft een opper­vlak­te van ca. 8500 m2 en wordt in het zui­den begrensd door de Sta­ti­ons­weg en in het noor­den door het Lin­de­laan­tje. .

Vol­gens de gemeen­te­lij­ke ver­wach­tings­kaart uit 2009 geldt een hoge ver­wach­ting aan of nabij het opper­vlak voor res­ten uit de pre­his­to­rie tot de Mid­del­eeu­wen. Deze hoge ver­wach­ting hangt samen met de des­tijds ver­moe­de loca­tie van de stroom­gor­del van de Lin­ge in de onder­grond. Nieu­we­re gege­vens (2012) plaat­sen de stroom­gor­del van de Romein­se Lin­ge veel ver­der naar het oos­ten. Op basis van deze nieu­we gege­vens is het aan­ne­me­lijk dat het plan­ge­bied zich in een kom­ge­bied bevindt. Uit geo­lo­gisch boor­on­der­zoek uit 1963 blijkt ook dat het daad­wer­ke­lijk om kom­gron­den gaat. In de pre­his­to­rie was de regio met kom­gron­den veel­al te nat voor bewo­ning, met als uit­zon­de­ring de hoge delen in het land­schap, de zoge­naam­de rivier­don­ken en stroom­gor­dels. Voor de kom­gron­den geldt dan ook een lage ver­wach­ting. Vond­sten uit de steen­tijd, Brons­tijd en IJzer­tijd zijn in deze regio schaars. Romein­se vond­sten in het nabij­ge­le­gen Leer­dam beves­ti­gen dat de oever­wal van de Lin­ge in de Romein­se tijd bewoond was, maar aan­ge­zien deze oever­wal ver­der naar het oos­ten lag, is de ver­wach­ting dat er Romein­se res­ten bin­nen het plan­ge­bied zul­len lig­gen, klein. Van­af de Laat-Romein­se tijd von­den veel over­stro­min­gen plaats en liep de omvang van de bevol­king in de regio terug.

Impres­sie nieu­we situ­a­tie sta­ti­on, teke­ning Mova­res

De Alblas­ser­waard bleef waar­schijn­lijk enke­le eeu­wen onbe­woond, maar het gebied kan in deze peri­o­de wel zijn bezocht. Er zijn tot op heden geen arche­o­lo­gi­sche vond­sten van eni­ge bete­ke­nis uit deze peri­o­de (3de tot 8ste eeuw na Chr.) bekend. Van­af de vol­le Mid­del­eeu­wen werd het gebied weer inten­sie­ver bewoond, hoe­wel het gebied rond het jaar 1000 nog steeds een uit­ge­strekt veen­moe­ras was met hier en daar een donk en wat stroom­rug­gen die boven het veen uit­sta­ken. Van­af de 11de eeuw werd het veen­ge­bied ont­gon­nen en ont­staan neder­zet­tin­gen. Neder­zet­tin­gen groei­den uit tot dor­pen, waar­van som­mi­gen stads­rech­ten kre­gen, zoals Gorin­chem. De mees­te bebou­wing in het ont­gon­nen bui­ten­ge­bied bevond zich langs water en wegen. Op de kadas­tra­le kaart van 1811 zijn wel de oude dijk van de ves­ting en de weg langs de trek­vaart naar Arkel te zien in de omge­ving van het plan­ge­bied, maar geen bebou­wing. Er zijn op basis van het his­to­risch kaart­ma­te­ri­aal geen aan­wij­zin­gen voor laat­mid­del­eeuw­se of nieu­we­tijd­se bebou­wing. Tot de spoor­lijn en het sta­ti­on werd aan­ge­legd, was het plan­ge­bied een moe­ras­si­ge zone in een ver­der agra­risch gebied.

Alleen als zich bin­nen het plan­ge­bied een onont­dek­te donk bevindt waar­op bewo­ning in de pre­his­to­rie tot Romein­se tijd moge­lijk was, blijft de hoge ver­wach­ting con­form de gemeen­te­lij­ke ver­wach­tings­kaart bestaan. De kans dat hier daad­wer­ke­lijk een onont­dek­te donk aan­we­zig is in het ver­rom­mel­de sta­ti­ons­ge­bied, is zeer klein. Op basis van de lig­ging in een kom­ge­bied dient de arche­o­lo­gi­sche ver­wach­ting naar laag te wor­den bij­ge­steld. Ook voor de peri­o­de Mid­del­eeu­wen-Nieu­we tijd is de ver­wach­ting laag; het gebied werd ver­moe­de­lijk pas sinds de ont­gin­ning van de regio agra­risch gebruikt en niet bewoond. Op de kaart van 1811 is het plan­ge­bied gro­ten­deels gele­gen in een moe­ras, geen geschik­te grond voor bewo­ning. Er zijn geen aan­wij­zin­gen voor bebou­wing in het plan­ge­bied anders dan spoor en sta­ti­on gere­la­teer­de bebou­wing uit 1883.

Station Gorinchem ca. 1900

Sta­ti­on Gorin­chem ca. 1900

Voor onder­ha­vig plan­ge­bied geldt op basis van het bureau­on­der­zoek een lage ver­wach­ting voor alle peri­o­den. Deze lage ver­wach­ting is geba­seerd op de lig­ging van het plan­ge­bied in een kom­ge­bied – zoals ook blijkt uit geo­lo­gi­sche borin­gen. Het kom­ge­bied was in de pre­his­to­rie t/m Vroe­ge Mid­del­eeu­wen te nat voor bewo­ning (met uit­zon­de­ring van een enke­le hoger gele­gen donk of oever­wal). Van­af de Mid­del­eeu­wen werd de omge­ving van het plan­ge­bied ont­gon­nen en geschikt gemaakt voor agra­risch gebruik. Bewo­ning con­cen­treer­de zich meest langs his­to­ri­sche wegen, die zich vol­gens his­to­risch kaart­ma­te­ri­aal niet bin­nen het plan­ge­bied bevin­den. Tevens is de bodem door de aan­leg van het bestaan­de spoor en sta­ti­on aan het eind van de 19de eeuw waar­schijn­lijk al ver­stoord. Boven­dien was het in de peri­o­de daar­voor een moe­ras, dat onge­twij­feld is opge­hoogd ten behoe­ve van de aan­leg van het spoor en sta­ti­on; van een oor­spron­ke­lij­ke bodem­op­bouw is dan ook geen spra­ke meer. De geplan­de ingreep vindt plaats in deze ver­rom­mel­de sta­ti­ons- en spoor­zo­ne, waar­in ook op basis van de lig­ging in het kom­ge­bied, geen behou­dens­waar­di­ge arche­o­lo­gi­sche res­ten wor­den ver­wacht. Buro de Brug advi­seert dan ook om geen arche­o­lo­gisch ver­volg­on­der­zoek uit te laten voe­ren.

Publi­ca­tie

K.M. van der Kant
Arche­o­lo­gisch bureau­on­der­zoek Rei­zi­gers­tun­nel sta­ti­on Gorin­chem; Buro de Brug Rap­por­ten B16-283; Amster­dam; 2016.
Flip­book | PDF (2 MB); bij­la­ge 1 (4 MB); bij­la­ge 2 (1 MB)

Met­a­da­ta

 

Archisnummer(s):4003549100
Topo­gra­fi­sche kaart:38G
Coo­r­di­na­ten:126.138/427.404
126.048/427.286
Topo­niem:Rei­zi­gers­tun­nel sta­ti­on Gorin­chem
Plaats:Gorin­chem
Gemeen­te:Gorin­chem
Pro­vin­cie:Zuid-Hol­land
Type onder­zoek:Bureau­on­der­zoek
Uit­voer­der:Buro de Brug, Amster­dam
Pro­ject­lei­der:Drs. J. W. Oud­hof
Opdracht­ge­ver:Mova­res
Bevoegd gezag:Gemeen­te Gorin­chem
Aan­vang onder­zoek:28 juni 2016
Docu­men­ta­tie:Buro de Brug, Amster­dam
DANS:https://doi.org/10.17026/dans-zc7-r3me

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.