Kleine Haarsekade 122 (2018)

Onderzoek

In novem­ber 2018 is door Tran­sect BV een arche­o­lo­gisch voor­on­der­zoek uit­ge­voerd in een plan­ge­bied aan de Klei­ne Haar­se­ka­de 122. De aan­lei­ding voor het onder­zoek is de aan­vraag van een omge­vings­ver­gun­ning die de nieuw­bouw van een uit­vaart­cen­trum moge­lijk moet maken. 

Kleine Haarsekade 122 Gorinchem

Klei­ne Haar­se­ka­de 122, begraafplaats

Bij de voor­ge­no­men werk­zaam­he­den zal grond­ver­zet plaats­vin­den, waar­door de oor­spron­ke­lij­ke bodem en daar­mee even­tu­eel aan­we­zi­ge arche­o­lo­gi­sche res­ten in het gebied kun­nen wor­den ver­stoord. In het vige­ren­de bestem­mings­plan geldt voor het plan­ge­bied een dub­bel­be­stem­ming Waar­de – Arche­o­lo­gie. Een arche­o­lo­gisch onder­zoek is ver­plicht bij bode­mingre­pen met een opper­vlak­te gro­ter dan 250 m² en die­per dan 30 cm ‑Mv. Dit bete­kent dat gezien de omvang van de voor­ge­no­men bode­mingre­pen arche­o­lo­gisch voor­on­der­zoek nodig is.

Vooronderzoek

Het arche­o­lo­gisch voor­on­der­zoek bestaat hier uit een gecom­bi­neerd onder­zoek, te weten een Arche­o­lo­gisch Bureau­on­der­zoek (BO) en een Inven­ta­ri­se­rend Veld­on­der­zoek (IVO), ver­ken­nen­de fase. Het doel van het arche­o­lo­gisch bureau­on­der­zoek is het spe­ci­fi­ce­ren van de arche­o­lo­gi­sche ver­wach­ting, dat wil zeg­gen het aan de hand van beschik­ba­re en nieu­we infor­ma­tie over de arche­o­lo­gie, cul­tuur­his­to­rie, geo­mor­fo­lo­gie, bodem­kun­de en grond­ge­bruik, bepa­len van de kans dat bin­nen het plan­ge­bied arche­o­lo­gi­sche res­ten kun­nen voor­ko­men. Het doel van het inven­ta­ri­se­rend veld­on­der­zoek is het toet­sen en waar moge­lijk bij­stel­len van de gespe­ci­fi­ceer­de arche­o­lo­gi­sche ver­wach­ting, door het ver­za­me­len van infor­ma­tie over de fei­te­lij­ke bodem­op­bouw, bodem­re­li­ëf en intact­heid van de bodem in het plangebied.

Conclusies

Op basis van het arche­o­lo­gisch voor­on­der­zoek zijn de vol­gen­de con­clu­sies getrokken :

  • Uit het bureau­on­der­zoek blijkt dat in de onder­grond van het plan­ge­bied moge­lijk een oever­af­zet­tin­gen en moge­lijk bed­ding­af­zet­tin­gen van de Gor­kum-Arkel stroom­rug aan­we­zig zijn. Op de oevers is the­o­re­tisch gezien bewo­ning moge­lijk geweest door­dat deze als rela­tief hoger gele­gen delen in een over­we­gend laag en nat land­schap aan­trek­ke­lij­ke woon­plaat­sen vorm­den. De acti­vi­teit van deze voor­ma­li­ge rivier is geda­teerd in de peri­o­de Meso­li­thi­cum-Neo­li­thi­cum. Res­ten in het plan­ge­bied date­ren zodoen­de ook in deze die peri­o­de. De ver­wach­ting hier­op is mid­del­hoog. Voor wat betreft de ove­ri­ge peri­o­den is de arche­o­lo­gi­sche ver­wach­ting laag. Op basis van het bureau­on­der­zoek heeft het plan­ge­bied in de peri­o­de Brons­tijd-Mid­del­eeu­wen in een veen­moe­ras gele­gen dat tij­dens over­stro­min­gen van­uit nabij­ge­le­gen rivie­ren kon over­stro­men. Hier­bin­nen beston­den naar ver­wach­ting geen bewoningsmogelijkheden.
  • Voor wat betreft de Nieu­we tijd geldt op basis van het bureau­on­der­zoek een lage arche­o­lo­gi­sche ver­wach­ting. Er staat op his­to­risch kaart­ma­te­ri­aal uit de 19e eeuw ter hoog­te van het plan­ge­bied geen bebou­wing gekar­teerd. Hier­door bestaat de ver­wach­ting dat in het plan­ge­bied in de peri­o­den ervoor ook geen bebou­wing aan­we­zig is geweest.
  • Op grond van de resul­ta­ten van het veld­on­der­zoek is de arche­o­lo­gi­sche ver­wach­ting uit het bureau­on­der­zoek bij te stel­len naar laag. Er zijn immers bin­nen het plan­ge­bied geen arche­o­lo­gisch rele­van­te bodem­ni­veaus aan te wij­zen. Het veen en de kom­af­zet­tin­gen van de Lin­ge in het gebied wij­ze op per­ma­nent nat­te omstan­dig­he­den die niet bewoon­baar waren. Zodoen­de is voor wat betreft de peri­o­de Brons­tijd-Late Mid­del­eeu­wen de ver­wach­ting laag. Wel is op basis van het veld­on­der­zoek vast­ge­steld dat in de onder­grond afzet­tin­gen van de Gor­kum-Arkel stroom­rug aan­we­zig zijn. Er ont­bre­ken ech­ter aan­wij­zin­gen van dro­ge, bewoon­ba­re (oever)afzettingen : er zijn rest­geulaf­zet­tin­gen gevon­den, die op bed­ding­af­zet­tin­gen lig­gen. Rest­geu­len zijn door­gaans te nat voor bewo­ning, van­waar de ver­wach­ting op neder­zet­ting uit de peri­o­de Meso­li­thi­cum-Neo­li­thi­cum laag is. Water-gere­la­teer­de res­ten en/of ver­spoeld vondst­ma­te­ri­aal zijn ech­ter in dit gebied niet vol­le­dig uit te sluiten.

Publicatie

Kleine Haarsekade 122 (2018) Melman, J.G.E. (2020)
Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Gorinchem, Kleine Haarsekade 122, Gemeente Gorinchem (ZH), Transect-rapport 1587, Nieuwegein.
Flipbook | PDF (6 MB)

Metadata

 

Administratieve gegevens
Archisnummer(s):4650431100 (onderzoeksmelding)
Topografische Kaart:38G
Coördinaten:126.610/428.864 (centrum)
Toponiem:Kleine Haarsekade 122
Plaats:Gorinchem
Gemeente:Gorinchem
Provincie:Zuid-Holland
Type onderzoek:Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend
veldonderzoek, verkennende fase.
Uitvoerder:Transect B.V.
Projectleider:Drs. T. Nales
Opdrachtgever:Legalexion
Bevoegd gezag:Gemeente Gorinchem
Aanvang onderzoek:November 2018
Vondsten & documentatie:-
DANS:https://doi.org/10.17026/dans-zt7-bsrp

Lees ook

Comments are closed.