Arche­o­lo­gi­sche werk­groep begint maan­dag met onder­zoek

GORINCHEM — Ama­teur arche­o­loog Mar­tin Veen (35) en zijn collega’s van de Gor­cum­se arche­o­lo­gi­sche werk­groep heb­ben al een jaar werk ach­ter de rug als maan­dag de graaf­ma­chi­ne de eer­ste grond­laag van het Kazer­ne­plein ver­wij­dert. “Een arche­o­lo­gisch onder­zoek als dit vraagt de nodi­ge voor­be­rei­ding. Het is geen kwes­tie van even een spa­de in de grond ste­ken en gra­ven naar het Huis Paf­fen­ro­de”, zegt Veen.

De werk­groep bestaat uit ver­te­gen­woor­di­gers van de Arche­o­lo­gi­sche Werk­ge­meen­schap Neder­land, de Stich­ting His­to­risch Bodem­on­der­zoek, het Stads­ar­chief, het Gor­cums Muse­um en de gemeen­te Gorin­chem. Voor Veen, die is ver­bon­den aan de Stich­ting His­to­risch Bodem­on­der­zoek, is de speur­tocht naar het Huis Paf­fen­ro­de niet het eer­ste arche­o­lo­gisch onder­zoek. Hij was ook inten­sief betrok­ken bij het bloot­leg­gen van de fun­da­men­ten van het Kas­teel van Arkel en het onder­zoek op de Blij­en­hoek.

Veen zet­te zijn eer­ste voor­zich­ti­ge schre­den op het arche­o­lo­gi­sche pad al in zijn jeugd. “Het begon met het ver­za­me­len van pij­pen­kop­jes, maar dat is inmid­dels ver­an­derd. Ik vind het loka­li­se­ren en in kaart bren­gen van vond­sten belang­rij­ker. Som­mi­ge din­gen kun je beter in de grond laten zit­ten. Dan blij­ven ze het best bewaard.”

Toch heeft het daad­wer­ke­lijk in de han­den hou­den van vond­sten zijn char­me, meent Veen. Of dat ook de reden is voor de twin­tig vrij­wil­li­gers om zich voor het werk op het Kazer­ne­plein aan te mel­den weet hij niet. “We wer­ken met enthou­si­as­te men­sen, van wie een deel al erva­ring heeft met eer­de­re opgra­vin­gen. Het eer­ste werk is het ver­wij­de­ren van de boven­laag. Dat gebeurt met een graaf­ma­chi­ne.”
Veen hoopt in het meest gun­sti­ge geval de vol­le­di­ge fun­de­rin­gen van het Huis Paf­fen­ro­de te ont­dek­ken. „Op de plek waar het huis heeft gestaan, is ver­moe­de­lijk nooit iets anders gebouwd. Bij de bouw van de kazer­ne­ge­bou­wen werd dat gedeel­te onbe­bouwd gela­ten zodat de sol­da­ten een exer­ci­tie­plaats bij de kazer­ne had­den. Het mooi­ste zou ech­ter zijn dat we ook nog ele­men­ten van de Fran­se tui­nen ont­dek­ken die om het huis lagen.

Van het huis Paf­fen­ro­de is tot nog toe slechts één afbeel­ding bekend. “Op een stads­kaart van Johan Bla­eu die rond 1600 is gemaakt staat het huis gete­kend. Mis­schien dat er nog ande­re afbeel­din­gen bestaan, waar­van de bezit­ter niet weet dat het Huis Paf­fen­ro­de betreft. Het zou mooi zijn als we de komen­de weken meer te weten komen over dit land­goed en zijn bewo­ners”, aldus Veen. Hij en zijn collega’s heb­ben vier weken de tijd gekre­gen voor het onder­zoek.

De Dord­te­naar
9 augus­tus 1997

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.